Zoek op de website

Borgsweer

Gemeente Termunten

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Borgsweer.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Lalleweer, dit gehucht liggende plm. ¼ uur afstand in eene Zuidelyke strekking van de kerk.
Misschien is dit gehucht zyn naamsoorsprong verschuldigd aan de hoogte of wierde waarop de boerderyen gebouwd zyn, en mogelyk komt het woord Lalle van dalen of dallanden, die het in vroegeren tyd omringden, en dat dal in lateren tyd in Lalle veranderd is.
Het dorp zelve zou oudtyds den naam van Borgsloe gedragen hebbben, mogelyk naar den Burgt, die hier gestaan heeft, en het woord loe naderhand veranderd is in Weer, naar de Wierde waarop dit dorp is liggende.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Duif- of dufsteen wordt er aan onze kerk niet gevonden, en het opschrift op de Torenklok luidt als volgt:
Henr. Toxopeus P. Term. E.T. Borchschr. Hero Peters E.T. Tjark Kerkvogden. Nicolaes Sickmans W.E. Fecit Groningae Anno 1627.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Iets van dien aard wordt hier niet gevonden.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

De zoogenaamde Zeedyk, alsmede eene slaperdyk gelegd ter beveiliging der eerste om eene poldertje tusschen Termunterzyl en het naburig dorp Oterdum, strekkende ten noorden voorby dit dorp, zyn de eenige van dezen aard, welke hier aanwezig zyn.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De bouw- en weidelanden leveren hier, de eerste een genoegzaam hoeveelheid graan, waarvan nog veel naar elders verkocht en verzonden wordt op; als mede groeijen hier goede aardappelen; de veeteelt wordt hier insgelyks met goed gevolg gedreven; wild, wordt hier schaars gevonden; overigens valt er uit de andere ryken der natuur niet noemenswaardig aan te merken.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Algemeen gemengde kleigrond, en by klassificeering noemt men ze zwarte klei, rooddoorn en gemengde grond. –
De landen om, en by dit dorp gelegen zyn reeds veel hooger, dan die op een uur afstand verwydert; terwyl het dorp zelf nog wel pl.m. 10 voeten boven dezen verheven ligt.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Niet anders als behoorlyk schoolonderwys, hetwelk de jeugd hier geniet.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Geene.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Aangezien dit dorp niet aan de Eems gelegen is, is het hier over het algemeen zeker eenigzins kouder en dikwerf veranderlyker dan in de dorpen meer binnen landwaarts gelegen, doch men kan niet zeggen, dat het hier daarom ongezond is.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Hier is eene kerk en eene school en eenige personen hier woonachtig zyn leden van het Termunter-Leesgezelschap anders van dien aard wordt hier niet gevonden.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

In, en om dit dorp wonen eenige gegoede landbouwers, die by naarstige vlyt en behoorlyke spaarzaamheid hier een ruim bestaan vinden, terwyl de daglooners by de eersten, en het dykwerk mede hunnen kost wel kúnnen winnen.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Groningerlandsche volkstaal.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

In het dorp, welker inwoners meest uit eenvoudige landbouwers bestaan, zyn dezelve ook eenvoudig in hunne zeden en gewoonten – des avonds vroeg naar bed en vroeg opstaan, is hun doorgaande regel, de tyd van ontbyten is des morgens acht uren, hetwelk men brytyd noemt, des middags 12 en des avonds 6 uren is het weder etenstyd, vermaken en uitspanningen behalve haar eene Kermis, boeldag en somtyds wel eens in den Zomers met vrouw en kinderen, of een ander goed vriend, een klein reisje maken zyn de eenigsten al, van welke men hier gebruik maakt.
In de lange wintermaanden vooral, houdt men by een of ander nabuur ook wel eens een zoogenoemd avondpraatje, onder het roken van eene pyp en het gebruiken van een kopje koffij, en daar de omstandigheden dit gedogen chocolade, welke visites met tien a elf uren gesloten worden. – Voor pl.m. 20 jaren, toen men nog in de kerken of in huizen voor den predikant plegtig in het Huwelyk werd verbonden, hield men hier byzonder onder den boerenstand wel eens groote Winkoppen zoo als men die noemde – dan nú gaan Bruidegom en bruid met vaders en moeders, broeders of zusters, zoo die nog in leven zyn, anders met de noodige getuigen naar het Gemeente huis, en laten zich aldaar door den Burgerlyken Ambtenaar in het Huwelyk verbinden, waarby somtyds wel iets gebruikt wordt – en daarmede is de geheele plegtigheid dikwyls geeindigd. – By het begraven is deze plegtigheid, vooral by de gegoedsten nog, aanmerkelyker, en somtyds zelfs kostbaar; evenwel wordt er toch zorg gedragen, dat men by deze treurige gelegenheid toch nimmer de palen der matigheid overschrydt. Eenige byzonderheid die by het begraven zelve plaats heeft, is hier deze: terwyl men het lyk, in het graf laat zinken, wordt de luidklok eenige oogenblikken stil gehouden, – en nadat het lyk behoorlyk geplaatst is, neemt het luiden weder eenen aanvang, en duurt tot de plegtigheid is geëindigd. Andere byzonderheden of gewoonte, waardig te noemen, hebben hier geene plaats.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Eenigzints ten noorden het dorp, ligt een stuk land, dat heden ten dage nog den naam van Fleitenborg draagt; in vroegeren tyd zou hier eene Burgt of Kasteel gestaan hebben, en dien naam gedragen heeft, men vindt er ook nog eenige sporen van aanwezig, ten minste by het bebouwen of ploegen van dit land, zyn er van tyd tot tyd stukken steen ten voorschyn gekomen; voor eenige jaren vondt men hier ook nog eene zoogenaamde dobbe doch deze is thans min of meer met het maaiveld egaal digt gemaakt. – Overigens vallen hier geene byzonderheden in en om dit dorp op te merken.
Aldus door my beantwoord te Borgsweer
De Schoolonderwyzer te Borgsweer

(get) L.H. Bouwman.