Naar hoofdinhoud
Groninger Archieven
  • Onderzoek
    • Tips bij onderzoek
    • Onze collectie
    • Familie
    • Panden
    • Boerderijen
    • Middenstand
    • Schepen en schippers
    • Militairen
    • Bouwdossiers
    • Digitale bronnen
    • Bronnen
    • Open data
    • Studiezaal
    • Nieuw in de collectie
  • Publiek
    • Maak Geschiedenis
    • Educatie
    • Activiteiten
  • Actueel
    • Nieuws
    • Blogs
    • Agenda
  • Over ons
    • Organisatie
    • Werken bij
    • Diensten
    • Partners
    • Openingstijden
    • Contact
  • Zoeken
1536_6314_15_cr_beckeringh_borgen-copy2.jpg
  1. U bevindt zich hier:  
  2. Home
  3. Archieven
  1. Ommelander Archieven, 1558 ...
Mijn Studiezaal Mijn Studiezaal (inloggen)
2 Ommelander Archieven, 1558 - 1862
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

Door leestekens in uw zoekopdracht te gebruiken, zoekt u specifieker of juist breder:

  • Gebruik een vraagteken (?) om één letter te vervangen.
  • Gebruik een sterretje (*) om meer letters te vervangen.
  • Gebruik een dollarteken ($) voor uw zoekterm voor resultaten die op elkaar lijken.
  • Gebruik een minteken (-) om zoektermen uit te sluiten.
  • Gebruik een Dubbele aanhalingstekens (" ") aan het begin en einde van uw zoektermen om naar de exacte combinatie van woirden te zoeken.

Voorbeelden van het gebruik van deze leestekens en meer zoektips vindt u hier.

beacon
Er wordt op dit moment onderhoud uitgevoerd. Hierdoor kunt u hinder ondervinden, probeer het dan over enkele minuten nogmaals.
Naar boven om te zoeken
2   Ommelander Archieven, 1558 - 1862
Mijn Studiezaal
Favoriet of een notitie maken
Stel een vraag of plaats een opmerking op de tijdlijn
Reageren
organisatie_link-svg Stuur een reactie naar Groninger Archieven
Delen
OPEN DATA Bekijken op OpenData
Doorsturen per email
Printen
Inleiding
1. Inleiding
2. Het archief
laatste wijziging 17-09-2023
1.934 beschreven archiefstukken
13 gedigitaliseerd
totaal 2.879 bestanden
Mijn Studiezaal
Favoriet of een notitie maken
Stel een vraag of plaats een opmerking op de tijdlijn
Reageren
organisatie_link-svg Stuur een reactie naar Groninger Archieven
Delen
OPEN DATA Bekijken op OpenData
Doorsturen per email
Printen
Bijlagen
1. Korte literatuurlijst
2. Lijst van syndici
3. Lijst van secretarissen
4. Lijst van rentmeesters en ontvangers
laatste wijziging 17-09-2023
1.934 beschreven archiefstukken
13 gedigitaliseerd
totaal 2.879 bestanden
Mijn Studiezaal
Favoriet of een notitie maken
Stel een vraag of plaats een opmerking op de tijdlijn
Reageren
organisatie_link-svg Stuur een reactie naar Groninger Archieven
Delen
OPEN DATA Bekijken op OpenData
Doorsturen per email
Printen
Inventaris
1. Retroacta (stukken voor 1558)
Toon details van deze beschrijving
2. Het Ommelander archief voor de reductie (1558 - 1594)
Toon details van deze beschrijving
3. Het ommelander archief na de reductie (1594 - 1804)
Toon details van deze beschrijving
3.1. Stukken van algemene aard
Toon details van deze beschrijving
3.2. Stukken betreffende de Ommelander huishouding
Toon details van deze beschrijving
3.3. Stukken betreffende de provinciale huishouding
Toon details van deze beschrijving
3.3.1. In het algemeen
Toon details van deze beschrijving
3.3.2. Inrichting van het bestuur. Functionarissen
Toon details van deze beschrijving
3.3.3. Provinciale landerijen
Toon details van deze beschrijving
3.3.4. Generale middelen en verponding
Toon details van deze beschrijving
3.3.5. Financiële varia
Toon details van deze beschrijving
3.3.6. Defensie en handhaving van de orde
Toon details van deze beschrijving
3.3.7. Dijkwezen
Toon details van deze beschrijving
1083 Extract uit het ordinarisprotocol op de Hoge Gerichtskamer berustende, d.d. 17 augustus 1636, houdende resolutie van de geïnteresseerden van de landen onder Niehoofster- en Bomsterzijl ressorterende en te Nije Opslachtsterzijl uitwaterende tot het leggen van een zijl, (circa 1636)
1084 Stukken betreffende de kerstvloed van 1717, het herstel van de daardoor beschadigde dijken en de daaruit voortvloeiende moeilijkheden, 1718 - 1720
Toon details van deze beschrijving (232 bestanden)
2 Ommelander Archieven, 1558 - 1862
Inventaris
3. Het ommelander archief na de reductie (1594 - 1804)
3.3. Stukken betreffende de provinciale huishouding
3.3.7. Dijkwezen
Mijn Studiezaal
Favoriet of een notitie maken
Stel een vraag of plaats een opmerking op de tijdlijn
Reageren
organisatie_link-svg Stuur een reactie naar Groninger Archieven
Delen
Doorsturen per email
Printen
1084
Stukken betreffende de kerstvloed van 1717, het herstel van de daardoor beschadigde dijken en de daaruit voortvloeiende moeilijkheden, 1718 - 1720
Datering:
1718 - 1720
Omvang:
1 pak
NB:
Reg. Feith, hs. folio 1557; 1718, 11, 12, 43. Hierbij liggen een afschrift van een stuk van 1620 (gemerkt B) en een rapport van Tideman, d.a. 1687, welke vermoedelijk steeds bij deze bundel hebben gehoord. Met kaartjes: Atlas, stamnr. 1314.
Trefwoorden:
  • scan scans image images reproductie

Doorzoek alle bestanden van dit stuk
Vorige
Volgende

Gebruik CTRL + scroll om te scrollen

Ga
laatste wijziging 10-01-2020
2 gedigitaliseerd
totaal 232 bestanden
Het dossier over watervloeden uit de Ommelander Archieven
Erfgoedstuk
1085 Verzameling afschriften van stukken betreffende het spaschieten uit de 17e en begin 18e eeuw, circa 1721
1086 Rapport betreffende de dijken, post- en paalwerken in Stad en Lande, opgemaakt door Thomas van Seeratt, commies-provinciaal, de 20e december 1721. Gelijktijdig afschrift
1087 "Journaal" van Thomas van Seeratt van zijn werkzaamheden als commies-provinciaal, voornamelijk aan de dijk in de jaren 1716 - 1721. Opgesteld en aan de Heren der Ommelanden aangeboden in 1730
1088 Resolutieboek van de commissie tot de dijken cum plena, 1776 - 1778
3.3.8. Staten-Generaal. Admiraliteitscolleges, convooien en licenten
Toon details van deze beschrijving
3.4. Stukken betreffende de verhouding tot Warven en Hoofdmannenkamer
Toon details van deze beschrijving
3.5. Stukken van de separate regering, 1677 - 1678
Toon details van deze beschrijving
3.6. Stukken van syndicus Heinsius
Toon details van deze beschrijving
3.7. Stukken van de rentmeester
Toon details van deze beschrijving
3.8. Varia en particuliere stukken
Toon details van deze beschrijving
4. Het archief der ommelander kas (1804 - 1862)
Toon details van deze beschrijving
5. Aanvulling
Toon details van deze beschrijving
laatste wijziging 17-09-2023
1.934 beschreven archiefstukken
13 gedigitaliseerd
totaal 2.879 bestanden
Mijn Studiezaal
Favoriet of een notitie maken
Stel een vraag of plaats een opmerking op de tijdlijn
Reageren
organisatie_link-svg Stuur een reactie naar Groninger Archieven
Delen
OPEN DATA Bekijken op OpenData
Doorsturen per email
Printen
Regestenlijst
N.B. Als eindpunt is genomen het jaar 1558; dan begint de vorming van een Ommelander bestuursorganisatie, welke al spoedig het ontstaan van moeilijk in regestvorm te brengen protocollen en bundels processtukken ten gevolge heeft.
Om een lijvige en onnodige doublure te voorkomen zijn geen regesten opgenomen van de documenten in conventie en reconventie (inv. nrs 789 - 827), aangezien deze in hoofdzaak stadsstukken bevatten, waarvan de inhoud t.z.t. zal worden vastgelegd in de regestenlijst bij de inventaris van het archief der gemeente Groningen. Ook zijn geen gegevens opgenomen uit de afschriften der warfsordelboeken (inv. nrs. 1263 - 1266), daar deze gegevens zijn in de verhandelingen van Pro Excolenso Jure patrio dl. 7 I (Groningen 1863) en bovendien maar zelden geschikt zijn voor de regestvorm. Voorzover oorkonden volledig zijn opgenomen in de Oorkondenboeken van Groningen en Drenthe en het Sticht Utrecht, zijn de regesten daarvan zeer kort gehouden. Naar een volledigheid van opgave van gedrukte bronnen is niet gestreefd.
Regest 1 , 1024 januari 3 (tertio nonas Januarii): Keizer Henricus schenkt aan de kerk te Trajectum het graafschap Trente.
Regest 2 , 1025 juli 26 (VIIa kalendas Augusti): Koning Conradus schenkt aan de kerk te Trajectum het graafschap Trente.
Regest 3 , 1040 mei 21 (XII kalendas Junii): Koning Henricus schenkt aan de St. Maartenskerk te Trajectum een predium in de villa Gruoninga.
Regest 4 , 1046 mei 22 (XI kalendas Junii): Koning Henricus schenkt aan de kerk te Trajectum een graafschap in Thrente.
Regest 5 , [1056 - 1062]: Koning Henricus bevestigt de gift van het graafschap Thrente aan de St. Maartenskerk te Trajectum.
Regest 6 , 1086 februari 7 (VII idus Februarii): Keizer Heinricus schenkt aan de St. Maartenskerk te Trajectum het graafschap Ostrogowe en Westrogowe.
Regest 7 , 1089 februari 1 (kalendis Februarii): Keizer Heinricus schenkt aan de St. Maartenskerk te Trajectum het graafschap Westrogowe en Ostrogowe.
Regest 8 , 1138 april 9 (V idus Aprilis): Koning Conradus geeft het graafschap Hostrogowe en Westrogowe terug aan de St. Maartenskerk te Trajectum.
Regest 9 , 1145 oktober (18) (kalendis Novembris) (Volgens Ob. Utrecht heeft voor Kal. XV gestaan): Koning Conradus bevestigt de St. Maartenskerk te Trajectum in het bezit van het graafschap Ostrogowe en Westrogowe.
Regest 10 , [1165 november 25]: Keizer Fredericus beslist de geschillen tussen Godefridus, bisschop van Trajectum, en Florentius, graaf van Hollandia, over het graafschap der Frisones.
Regest 11 , [1204 vóór juni 24]: Lodewicus, graaf van Los, sluit een overeenkomst met Th[odericus] bisschop van Trajectum, o.a. over het graafschap Fresia.
Regest 12 , 1204: Wilhelmus, graaf van Hollandia, en Theodoricus, bisschop van Utrecht, sluiten een overeenkomst, o.a. over de grafelijkheid in Frisia.
Regest 13 , 1204: Hugo, bisschop van Leodium, en andere vorsten waarborgen de bisschop van Trajectum, dat Lodewicus, graaf van Los, de met hem gesloten overeenkomst, o.a. over de grafelijkheid in Frisia, zal nakomen.
Regest 14 , 1226 januari 26 (Mmo CCmo XXV? VII kalendas (Februarii): C[onradus], bisschop van Portus, legaat van de paus, doet uitspraak in de geschillen tussen E. [Otto], bisschop van Trajectum en F[lorentius], graaf van Holland, o.a. over het graafschap Frisia.
Regest 15 , 1250 oktober 25 (VIII kalendas Novembris): Henricus, elect van Traiectum, schrijft aan de pastoor van Anlo, dat hij aan het klooster van St. Bernardus verlof verleent in zijn gebied handel te drijven.
Regest 16 , 1273 oktober 4 (III nonas Octrobis): Hildeboldus, aartsbisschop van Bremen, verleent aan het klooster van St. Bernardus de vrijheid om naar Hamburg te varen zonder Stadium aan te doen.
Regest 17 , 1309 september 2 (feria tertia post Egidi abbatis): Ludolfus de Gronebeke, prefect in Groninge, de rechters van Thrantia en de redgers van Fiwelgonia geven kennis van de uitspraak in het geschil tussen Thrantawalda en Anne over de loop van de Hunesa.
Regest 18 , 1327 mei 24 (Dominica infra octavam Ascensionis): De judices Selandenses en de consules Fywelgonie bevestigen de gewoonten en rechten van Appingadamme.
Regest 19 , 1327 juni 7 (in octavo Pentecostes): De judices Selandini totius Phrisie in Upstallesbame bevestigen de statuten van Appingadamme.
Regest 20 , 1338 juni 30 (in Commemoratione beati Pauli): Scheidsrechters doen uitspraak in de geschillen tussen de Friezen en de stad Groningen met hun medestanders.
Regest 21 , 1234 september 12 (primo idus Septembris): Gerhardus II, aartsbisschop van Bremen, verleent aan het klooster van St. Bernardus vrijdom van tol te Stade
Regest 22 , 1346 april 23 (feria octava Pasche): De raden van Hamburg verzoeken de abt van Adwarden zijn bijstand te verlenen voor de bescherming van hun kooplieden in zijn land.
Regest 23 , 1346 april 23: Burgemeesters en raden van Groninghen geven vidimus van de brief van 1346 april 23 en verklaren, dat die van Adwarth brieven van vrede en vriendschap hebben teruggezonden.
Regest 24 , 1347 augustus 9 (vigilia beati Laurentie martiris): De raden en gemeente van Hamburg verklaren met abt en kloosterlingen van Adwerth en de vertegenwoordigers van Hunsgonia een verdrag te hebben gesloten.
Regest 25 , 1348 februari 2 (ipso die Purificationis beate Marie vriginis gloriose): De abt en kloosterlingen van Floridus campus verklaren, dat abt en kloosterlingen van Adwerth de kooplieden van Hamborg nimmer vijandig hebben behandeld, hetwelk door de abt van Bethania wordt bevestigd.
Regest 26 , 1359 april 11. (III idus Aprilis): Keizer Karolus quartus bekrachtigt de schenkingsbrief van zijn voorganger Henricus.
Regest 27 , 1361 september 9 (in crastina Nativitatis beate Marie virginis gloriose): Grietmannen en rechters van Westergo tot Brocmania en de raden van Groningge hernieuwen de bepalingen indertijd in Upstallingisbame gemaakt onder toevoeging van enige andere.
Regest 28 , 1371 juli 8 (Dinsdages na sunte Mertijnsdach als men scrijft translacio): Johan, heer van Covorden, Reynold, zijn zoon, Herman van Covorden, Henric, zijn zoon, en godevaert van den Odenhave verklaren van domdeken en kapittel ten Doem te Utrecht in pacht te hebben ontvangen het wereldlijk gerecht en heerlijkheid te Groeninghen en de Zelewaert in 't Wolde en Gho.
Regest 29 , 1371 oktober 18 (ipso die Luce beati ewangeliste): De abten der kloosters Adwerth, Merna, Rottum en Selewerth stellen bepalingen vast betreffende de munt, de huur en de verkoop van bier.
Regest 30 , 1372 september 26 (Sondaghes nae sente Muriciusdach): Arnd van Hoern, bisschop te Utrecht, beleent Otte Polleman met het Nijdincgegued.
Regest 31 , 1375 juni 2 (Sabbatti post festum Assencionis Domini): De rechters van Merne doen uitspraak in het geschil tussen Jaricus Tamimggha in Horahusum en Alricus Carpentator.
Regest 32 , 1378 juni 16 (des Woensdaghes na Pinxterachtende): Hofmeester en broeders van Adewert en burgemeesters en raad van Groninghen sluiten een verbod met elkaar ter handhaving van vrede en veiligheid.
Regest 33 , 1379 augustus 10 (sinte Laurenciusdach): De rechters van Hunzeghelande en burgemeesters en raad van Groninghen vellen vonnis in een geschil over het recht van erfopvolging in enig land in Andel en Nyenlande.
Regest 34 , 1387 september 22 (sente Mauriciusdach): Abt en oldermans van het klooster Adewart en burgemeesters en raad van Groninghen sluiten vrede met elkaar, bij welke vrede zich ook de Hillingepartije in Langewolt, Vredewolt, Hummerkerland en Mydogherland aansluit.
Regest 35 , 1389 maart 21 (up sente Benedictusdach): Abt en oldermans van Adewaert en burgemeesters en raad van Groninghen sluiten een overeenkomst omtrent de rechtspleging bij penningschuld.
Regest 36 , 1392 oktober 27 (sinte Simon ende Judas avond apostolorum): Burgemeesters en raad van Groeninghen oorkonden, dat Suaneldt van den Hove en haar kinderen in pacht ontvangen hebben het derde deel van het gericht te Groeninghen en Sellewart met Gho en Wolt.
Regest 37 , 1392 december 19 (Donredages nae sunte Luciendach): Burgemeesters en raad van Groninghen oorkonden, dat zij hebben gepacht van deken en kapittel van de Doem te Utrecht alle gerichten en heerlijkheden te Groninghen met Wolde en Ghoe.
Regest 38 , 1398 september 11: Eyleko Ferhildesma en Reyner Eysinga, hoofdelingen, dragen aan hertog Aelbrecht van Beyeren de eigendom op van de landen van Hunsgelandt met alles wat zij bezitten tussen de Lauwers en de Eemse.
Regest 39 , 1398 september 11: Tammo Gockenga en Menno Howarda, hoofdelingen, dragen aan de hertog Aelbrecht van Beijeren de eigendom op van de landen van Oldtambocht met alles wat zij bezitten tussen de Eems en de Lauwers.
Regest 40 , 1398 september 11: Widzel Ockenzoon en enige andere hoofdelingen beloven Aelbrecht van Beyeren en zijn nakomelingen en onderdanen vrijheid van tol in hun gebied.
Regest 41 , 1398 september 12: Widzel Ockenzoon en enige andere hoofdelingen beloven hertog Aelbrecht van Beyeren hulp bij de verovering van Koevoerden, Drent en Twent.
Regest 42 , 1398 september 12: Ayleko Ferhildesma en enige andere hoofdelingen beloven hertog Aelbrecht van Beyeren hun best te zullen doen, dat hij binnen Groeningen gehuldigd wordt.
Regest 43 , 1398 december 28 (Alrekinderdach): Aelbrecht, hertog in Beyeren, beleent Pieter Reynerssoen met Homerslant, Zuuthoren , Noirthoren, enz.
Regest 44 , 1399 februari 19 (woensdages nae Invocavit): Frederick, bisschop te Utrycht, en burgemeesters en raad van Groningen sluiten een verdrag.
Regest 45 , 1399 septmber 28 (sente Mycheelsavent): Burgemeesters en raad van Groninghen en rechters en meente van Vreesland tussen Emeze en Lauwerse sluiten een verdrag met Elde Gockinghe, hoofdeling te Oosterbroke.
Regest 46 , 1400 maart 11 (sente Gregoriusavent): De rechters van Honsegelande verklaren, dat Johannes Ontsatha hun het landszegel heeft overgegeven.
Regest 47 , 1400 september 5: Fredericus de Blanckenhem, bisschop te Trajectum, en deken en kapittel van de kerk te Trajectum gaan een overeenkomst aan over de heerlijkheid in en buiten Groninghen.
Regest 48 , 1405 oktober 1: Frederick van Blanckenhem, bisschop te Utreycht, verpacht aan de stad Groningen het gericht aldaar voor honderd jaren.
Regest 49 , 1406 maart 21: De richters van Fywelingelanden stellen met raad van abten, prelaten en priesters bepalingen vast omtrent de zeend.
Regest 50 , 1407 september 30: Berendt, graaf te Benthem, oorkondt, dat hij ongeveer twee jaar geleden te Covorden als overman voor recht gewezen heeft, dat de bisschop van Utrycht heer is der stad Groenyngen.
Regest 51 , 1407 november 30 (sente Andreasdach): Rechters en meente van Honsigheland en Fywelgeland komen overeen, dat niemand in het geestelijk gerecht zal mogen klagen tenzij volgens het zeendrecht.
Regest 52 , 1412 maart 23 (Wonsdages na den Sondach Judica): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen en gemene rechters van Hunsingelant, Fivelgelant en van de gemene Ommelanden wijzen sententie in het geschil tussen de zijlvesten van Delffzijlen en de kerspelen Schildwolda, Gellum en Siddebuiren over het onderhoud der zijlen.
Regest 53 , 1415 maart 12 (sunte Gregoriusdach hilighen paweses): Burgemeesters, raad, hoofdmannen en mene meente van Groningen, en rechters en mene meente van den Halven ampte sluiten een verbond tot onderlinge bijstand tegen Keno van den Broke en tegen alle Duetsche heren, waarbij zij de inkomsten zullen genieten van alle Onstagoederen.
Regest 54 , 1417 juli 12 (sunte Odulphusdach confessoris): Hovelingen, richters en men meente van Hunsegelande en Fywelgelande benevens burgemeesters, raad en gezworen meente van Gronynge oorkonden, dat zij slechts na gemeenschappelijk overleg een heer zullen huldigen.
Regest 55 , 1417 september 30: Sigismundus, Romanorum rex, bevestigt de vrijheden en rechten der Friezen.
Regest 56 , 1419 mei 15: Burgemeesters en raad van Groeninghen oorkonden, dat zij onder nadere voorwaarden de bisschop van Utrecht wederom als landsheer zullen aannemen.
Regest 57 , 1419 mei 15: Frederic van Blanckenhem, bisschop te Utrecht, neemt de stad Groningen onder nadere voorwaarden wederom in gehoorzaamheid aan.
Regest 58 , 1419 juni 14 (sunte Vitusavont): Frederic van Blanckenhem, bisschop te Utrecht, sluit ter wille van de stad Groningen een verdrag met de hoofdelingen, rechters en gemene meente van Hunsinge en Fywelingelanden, Homersse, Langewoldt en Vredewoldt.
Regest 59 , 1419 juni 28 (op sant Peters ende Paulusavent der heyliger apostelen): Ocke van den Broecke, hoofdeling, sluit met Frederic van Blanckenhem, bisschop te Utrecht, een vredesverdrag.
Regest 60 , 1419 december 28 (der Kynderdach): Burgemeestes en raad van Groningen sluiten met prelaten, hoofdelingen, rechters en mene meenten van Hunsegelande een verbond tot wederzijdse bijstand.
Regest 61 , [1421] april 19: Hertog Johan van Beyeren schrijft aan zijn kapitein (Flores van) Alcmade over de strijd van Ocko van den Broke om Sloeten.
Regest 62 , 1421 september 1: Johan, hertog in Beyeren, Ocke ten Broeck, hoofdeling, Sijbet Eden, hoofdeling, de magistraat van Groeninghen en de ingezetenen van Hunsigen, Fivelingen, Langwolt, Fredewolt en Hummerkelant sluiten een vredesverdrag.
Regest 63 , 1422 februari 1 (unser lever Vrouwenavondt Purificationis geheten thoe Lichtmissen): Ocke thoe Broeke, Awrijke en Embden, hoofdeling in Oestvriesslandt, Sibeth, hoofdeling in Rustringen, c.s. aan de oostzijde der Lauwersche ter ene en prelaten enz. van Oestergoe en Westergoe c.s aan de westzijde der Lauwesche sluiten een verbond.
Regest 64 , 1422 februari 1 (onser lever Vrouwenavendt Purificationis Lichtmisse): Focko Wkema, hoofdeling te Leer, c.s. en Sycke Zyaerde, hoofdeling te Franeker, oorkonden, dat zij zich willen houden aan de zoenbrief van dezelfde datum.
Regest 65 , 1425 juli 30 (Maendages na sunte Jacobsdage): De rechters in Halfsmpt met name thyart Hardisma, Aylika Kammingha, Syabbe up da Haudrum, Sybeka Wykama, Hebela Sickasoen Sicka Sickama, Ayleka in da Groda, Tadeko Heppensoen, Galteka Folkertsma, Hebela Bennama, Eyssa Allama, Aldart Mellama, Euko to Inaldingen, Herdrich Papama, Habelo to Ranum, Hanneko to Oberghum, Fritto Mensingweer, Harko to Saxum en Hinric Hoykama oorkonden, dat Dodo Siallama op de rechtdag in Baflo niet het bewijs heeft kunnen leveren van de onechte maagschap van Lude Eylkama.
Regest 66 , 1427 april 24 (des vijften daghes na Paeschen): Abten, prelaten, hoofdpriesters, hoofdelingen en mene meente der landen tussen de Lauwersche en de Eemze, als Hunzinghelant enz. sluiten met raad van Focke Ukens, Hiszeke, proost van Emeden, Ene in der Greed en IJmele van Grymersum voor de tijd van 20 jaar een verbond tot onderlinge bijstand en ter regeling van inwendige aangelegenheden.
Regest 67 , 1428 augustus 6 (feria quarta post ad Vincula sancti Petri apostoli): Gemene hoofdelingen en meente van Hummerkeland, Fredewolt, Langewolt en Mytdocherlande benevens burgemeesters en raad van Gronyngen sluiten voor de tijd van 10 jaar een verbond tot onderlinge bijstand en tot regeling van gemeenschappelijke belangen.
Regest 68 , 1431 april 20 (sunte Victoersdach des hiligen pawes): Focke Schulta, Bunne Alberde, Dydeke toe Gotlinse en Popeke toe Solwert, overrechters van Fyvelinge Westerampt, Popeke Tetekens en Eelt Tammen "bode volmachtighe sentbode" van Oemke Snelghers en van Junge Tammen doen uitspraak in het geschil tussen Ditmer Rengers, met Albert toe Alderssum als borg, over "Rebben hueswere"(?) en het daarop vallende redgerrecht.
Regest 69 , 1432 juni 24 (sancte Johannesdach Baptisten): De hoofdelingen, richters en mene meenten in den Dammhe verklaren, dat zij enige aanvullingen hebben gegeven op de buurbrief.
Regest 70 , [14]32 november 23 (Clementis): De rechters in Westerampt van Fiwelghelanden verzoeken Luuder, voogd te Widwerth, ter wille van de doem die hij uitgesproken heeft in het geschil tussen Eme Dodedeka, hoofdeling, aanklager te Godlense, en Habbo Jukawerth over een "bijtienghe" (beschuldiging), borg te stellen op de naaste warf.
Regest 71 , 1433 augustus 4: roedolph van Dyepholt, elect confirmaat te Utrecht, oorkondt, dat Fije Calmers voor hem en leenmannen als Johan van Buchorst, Seygher van Rechteren verschenen is om beleend te worden met het Nydincgeguet.
Regest 72 , 1435 april 28 (des naesten Donredages nae Pasche achtende): Haye Rypperda, hoofdeling en redger, Hayke Aylardes, Ubbe Wijlroks en Ayld Haynges, lankrechters te Fermissem, Oterdum, Hewenschynze en Wywert spreken bij rade van Omeke Snelghersna, hoofdeling ten Damme, Ate Renghersne te Fermissum, Syneke te Upwyrdum, Bewe Renekens en Popeke Uffkana ten Damme, "lantrechtesluden", Omeke Ebbens, hun mederechter, en Here Wiltekens, kerspellieden binnen Fermissum, vrij van de aanklacht der buren van Meedhuzen, dat het de schuld was van Omeke en Here, dat Popeke Reyndsma en die van Fynzerwolde hun goederen hadden afgeroofd, omdat zij hen niet in de verbondsbrief hadden opgenomen met de andere vier kerspelen onder Hayes recht gezeten.
Regest 72a , .....juni (Dingesdages na sunte Johansdage tho missommer): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groeningen gebieden Bete Te Schiltwolde nogmaals de breuk te voldoen.
Regest 73 , 1437 juli 29 (Maendages na sunte Jacobsdage apostels): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groeningen verzoeken redger en rechters te den Damme lange Henrick te laten weten, dat hij Geertruyt Bleys met vrede moet laten.
Regest 74 , 1437 oktober 26 (Saterdages na elven dusent mageden): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groeningen oorkonden, dat in de warf op het raadhuis sententie is gewezen naar aanleiding van de klacht van Tyabbo Henricks tegen Hemke Udeken en Ocko Wyeken om het mangeld van wijlen Marck de smid, zijn broeder.
Regest 75 , [14]43 oktober 25? (sunte Crispinusdach): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen late Henrick te Weerhusen met zijn mederechters in 't Oosterdeel van de Merne weten, dat zij Goedeke Wijers(ema) aan recht moeten helpen tegen Heyno tho Weer.
Regest 76 , [14]44 januari 5 (hilliger Koninge aevent): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Gronningen gebieden Mencko Dyurdes aan Wibeke Scroeder te betalen 50 arendsguldens.
Regest 77 , 1444: Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen gebieden Johan Willems de volgende donderdag in de stad te komen om Henrick Beneke het verschuldigde dooddeel te betalen.
Regest 78 , 1445 augustus 1: De abten van Werum en van den Bure, hoofdelingen en zijlrechters der drie Delffsylen, stellen met consent der meente bepalingen vast omtrent het zijlrecht.
Regest 79 , [14]47 januari 22 (sunte Vincentiusdach): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen laten Nanneko Epkens, Sebo Luipens en Dodo Adding weten, dat zij een vrede nemen tussen hen en Herman Johans c.s.
Regest 80 , [14]47 juli 1 (onser Vrouwenavent Visitationis): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen gebieden Harko Ludekema en Ludeka e.l. aan Jeld Eijsema, Abele Hillema en Ludeke Hillema, voormonders van het kind van Eyse Hylema, het goed van dit kind over te geven, overeenkomstig de doem welke hiddo Onsta gewezen heeft.
Regest 81 , [14]47 september 22 (sunte Mauritiusdach): Burgemeesters, raad en hoofdmannnen in Groeningen gebieden Harcko Ludekenman en Ludeka, e.l. alsvoren.
Regest 82 , [14]48 juli 17 (sunte Alexiusdach): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen gebieden Bolo Ripperda, Jarich Marissinge en hun mederechters Dodo te Omptsweer weer aan recht te helpen tegen Sippe te Fermssum.
Regest 82a , [14]48 juli 23 (Dingesdages voer sunte Jacobsdage): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen gebieden Uneko Ripperda, Jarich Marissinge met hun mederechters alsvoren.
Regest 83 , [14]48 oktober 4 (Vrijendages na sunte Michaelisdage): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen gebieden Uniko Ripperda, Jarich Marissinge met hun mederechters alsvoren.
Regest 84 , 1448 oktober 12 (Saterdages na Santgange): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen gebieden Bolo Ripperda en zijn mederechters alsvoren.
Regest 85 , [14]50 mei 9 (Saterdages voer Ascensionis): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen gebieden Hayke Aylerda met zijn mederechters heer Ebbeke aan recht te helpen tegen Eppe Alrix te Weywart.
Regest 86 , [14]50 juni 13 (Saterdages voer sunte Vitusdage): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen gebieden Bole en Uneke Ripperda aan Tame Ebbesma zijn laken terug te geven dat zij hem afgenomen hebben.
Regest 87 , [14]50 juli 1 (onser Vrouwen avent Visitationis): Burgemeesters, raad en hoofdmannnen in Groeningen gebieden Tiarc op den Hogenheen aan de vrouw van Frede Arendes het verschuldigde geld te betalen.
Regest 88 , [14]50 november 11 (sunte Martensdach): Burgemeesters, raad en hoofdmannnen in Groningen gebieden Harko Ludekenman en Ludeka e.l. als nr. 80.
Regest 89 , 1454 mei 20 (Maendages na Cantate): Burgemeesters en raad in Groeningen oorkonden, dat door gevolmachtigden van Stad en Lande ter ene en gevolmachtigden van Oldampt ter andere zijde in bijzijn van enige prelaten een overeenkomst is gesloten over het herstel der Ryder dijken tussen Palmaer en Finserwolde.
Regest 90 , [14]57 augustus 10: Fredericus, Romanorum imperator, schrijft aan de Friezen, dat hij hun privileges heeft bevestigd, dat hij aan Philippus, hertog van Burgondia, bevolen heeft hen niet lastig te vallen en gebiedt hun de verschuldigde tribuut op te brengen.
Regest 91 , 1457 augustus 10: Fredericus, Romanorum imperator, beveelt prelaten, edelen, hoofdelingen, gemeenten en ingezetenen van Frisia gehoorzaam te blijven aan het Rijk.
Regest 92 , [14]57 augustus 10: Fredericus, Romanorum imperator, beveelt Philippus, hertog van Burgondia, de Friezen met rust te laten.
Regest 93 , 1457: Fredericus, Romanorum Imperator, bevestigt de vrijheden en rechten der Friezen.
Regest 94 , [14]58 juni 3 (des Saterdages na des hilligen Sacramentsdach): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen dagen de rechters in het Halavempt op de warf naar aanleiding van een klacht van Focke Allema over een doem door hen gewezen tussen hem en Hayke te Beswert.
Regest 95 , 1460 december 19: David, (bisschop te Utrecht), beveelt burgemeesters en raad van Groninghen het gericht van Zelwerden door een goed ambtman te laten bedienen.
Regest 96 , [14]63 juni 6 (Maendages na Pinxterachten): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen dagen Ebbe Sluchtinge op de warf naar aanleiding van een klacht van Willem Clant over een doem door hem gewezen tussen Willem voornoemd en Dydeke te Godlinse.
Regest 97 , 1466 maart 27 (des Donredages voir Palm): Burgemeesters en raad van Groningen dagen Evert Hubbelding en Hugo Korenpoerting op de warf naar aanleiding van een klacht van de buren van Zuuthorm en Northorm over een doem door hen gewezen tussen de buren voornoemd en de Oosterzijlvesten van Vredewolt.
Regest 98 , 1470 mei 29 (Dinxdaghes voir onss Heren Hemelfartsdach): Burgemeesters en raad van Groningen verklaren, dat de "gemeenheyt" van Vredewolt vrijwillig belooft mede te willen werken aan het graven.
Regest 99 , 1470 juni 27 (Wondesdages na sunte Johansdage to mydzomer): Burgemeesters en raad van Groningen komen met prelaten en hoofdelingen van Hunsinge en Fywelingelanden overeen het oude verbond te handhaven en een koeschot uit te schrijven.
Regest 100 , 1470 november 19 (sunte Elisabetsdach weduwe): Abell te Onderwerum en IJacke, echtelieden, dragen in tegenwoordigheid van Haycke Ghersama en Frerik Bijthoff, wedmannen, over aan Onno Ewesum, ridder, negen grote honderd lands door wijlen Heebke te Cantenze aan IJacke voornoemd in huwelijks voorwaarden gegeven, gelegen in Heebkes sate te Kantenze, benevens de "rechtinge" vallende op Eppemaheerd te Oldenzijll.
Regest 101 , 1470 november 21 (sunte Cecilienavent virginis): Burgemeesters en raad van Groningen verklaren, dat Abel Onsta, hoofdeling te Sauwerd, Evert Sickinge, hoofdeling te Wyndessum, Clawes Kater, hoofdeling te Bedum, en Johan Huginge hun hebben ingeleverd het schot, opgebracht door hun onderzaten in Ubbegae en Inredyck.
Regest 102 , 1473 augustus 6 (des Vrijdages na sunte Petersdach ad Vincula): Prelaten, gemene hoofdelingn, rechters en gemene meente van de Halffampte, Marne, Myddagerland, Hunsinge Oesterampt, Fywelinge Wester- en Oesterampt, Dyverdeswolt, Langewolt en Hummerselanden benevens burgemeesters, raad en gemene meente van Groningen sluiten voor de tijd van tien jaar een verbond ter verdediging tegen "duessche" en "zuudersche" heren, en ter waarborging van veiligheid en rechtszekerheid, terwijl verdere bepalingen worden gemaakt over korenuitvoer en het tappen van bier.
Regest 103 , 1474 januari 19 (Mitwochen voer sant Sebastiansdach): Frederich, Rooms keizer, neemt Klein Friesland tussen Emmese en Lauwerse in zijn bescherming.
Regest 104 , [14]74 mei 6 (sunte Johansdach ante portam Latinuam): De hoofdmannen in Gronnynghen gebieden Aylbet Alberda op beroep van Ywe van Ewere en Abele Grevinghe wegens drie onrechtmatige "roven" op de wedmannen Eweke te Gotlynsen, Remmeke te Berem en Radynck te Spijck, onmiddelijk deze roven ongedaan te maken; verder dagen zij hem op de warf in de stad.
Regest 105 , [14]80 oktober 1 (sunte Remigiusdach): De hoofdmannen in Groningen gebieden Jacop Hollander te Maerslacht de volgende woensdag naar Werffhusen te komen om Schelte ter Borch de verschuldigde breuk te betalen en Focke Beetumma de verschuldigde boete.
Regest 106 , [14]81 juni 11 (Maendaghes na Pinxteren): De hoofdmannen in Groninghen, gebieden Tydde te Oestrum, Meus te Leermens, Tomas te Banswert en Arnt Sybaldeweer de volgende donderdag voor Dyvverd Alberda getuigenis af te leggen in een geschil over een regerrecht.
Regest 107 , [14]82 september 13 (des hilligen cruses avent Exaltacionis): De hoofdmannen in Groninghen gebieden Schelte ter Borch Wessel Rengers van Schuttorpe aan recht te helpen tegen Ensinck te Leens en zijn zoon Eppe betreffende kleinodiën en kleren.
Regest 108 , 1482 december 23 (des Maendages na sunte Thomasdach apostili): Prelaten, enz. als in regest 102 genoemd, sluiten een zelfde verbond, thans voor veertig jaar.
Regest 109 , [14]84 maart 1 (eersten Maendages in de vasten): De hoofdmannen in Groninghen gebieden Jarch ter Borch een schriftelijke doem te geven tussen Ludeken Clandt en Syewert te Wynyngetylle.
Regest 110 , [14]85 april 30 (Meyavent): De hoofdmannen in Groningen gebieden Herman Bouknecht, Meynert Jacops bij den Tijl, Peter te Weywert, meiers van proost Hayo, binnen acht dagen aan Herman Lewe te betalen zodanige rente als wijlen Oemke Snelgersma en zijn erfgenamen hem schuldig zijn.
Regest 111 , 1485 november 15 (Dingesdages na sunte Marten in den winter): Johan Coenrades, olderman van het gildrecht in Groeningen, oorkondt, dat voor hem Swane Ridders, Hermen, haar zoon, en Peter Reemslager, getuigd hebben, dat ze er bij geweest zijn, toen Geert Martens aan Haytet te Metsen 12 gulden heeft betaald.
Regest 112 , 1486 mei 17 (Wondesdages in den Pinxteren): De overrechters in Groningen gebieden Gharbert Heddema en zijn mederechters op klacht van Rumpt Sywema en Renger Alynge rekenschap te doen van het zijlschot.
Regest 113 , [14]87 oktober 31 (alle Godes hilligen avent): Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen gebieden de zijlrechters van Langewolt, Vredewolt, Humerkeland en Middagerland het schot te beuren en over te leveren in handen der gedeputeerden, zoals de prelaten, hoofdelingen en eigenerfden dat met de stad overeen gekomen zijn.
Regest 114 , [14]88 juni 20 (Vrijdach voer Johannis Baptiste tho midtzomer): Burgemeesters en raad van Groeningen roepen prelaten en hoofdelingen van Hunsinge en Fiwelingelanden op voor een bijeenkomst op het raadhuis om te spreken over zaken van wege de keizer aangebracht.
Regest 115 , [14]88 juli 7 (Maendach voer sunt Margaretendage): Burgemeesters en raad van Groeningen roepen heer Johan, abt te Witterwerum, heer Johan Renghers, ridder, proost Haye Ripperda en Egbert Renghers op voor een bijeenkomst op het raadhuis om aan te horen het rapport van de gedeputeerden die teruggekomen zijn van de dagvaart te Bremen.
Regest 116 , [14]88 november 24 (Maendages op sunte Catrinenavent): Burgemeesters en raad van Groningen roepen de heer Johan, abt te Wittewerum, heer Johan Renghers, proost Hayo Ripperda, Hoyke Taminga, Dutmar Renghers en Egbert Renghers op voor een vergadering van gedeputeerden.
Regest 117 , [14]89 april 23 (Donredages nae Paeschen): Burgemeesters en raad van Groningen gebieden de hoofdelingen en rechters van Dampster, Olinge, Yerweersters, Posters en Woltersummer en die van Onsterdeel van Fyewelinge Westerampte binnen acht dagen de landwegen te maken.
Regest 118 , [14]89 juni 9 (Dingesdages na Pinxterdage): Burgemeesters en raad van Groningen verzoeken de buren te Berum die brandschade hebben geleden door Heer Oemke die schade op schrift te stellen.
Regest 119 , [14]92 maart 15 (Donredages na sunte Gregoriusdage): Burgemeesters en raad van Groningen en de gedeputeerden der Ommelanden, geestelijk en wereldlijk, gebieden heer Johan, kerkheer te Dijkeshorne, meester Johan Allema en heer Hendrick, vicarius te Bedum, terstond meester Johan Vredewolt, kerkheer te Bedum, uit zijn gevangenschap te ontslaan en hem zijn afgenomen geld en goed terug te geven
Regest 120 , [14]93 juni 19 (Wondesdages nae sinte Vyt): De hoofdmannen in Groninghen gebieden Tydde Ickinge voor de naaste warf Aylko Joans te Sydeburen aan recht te helpen tegen Egbert Renghers betreffende het redgerrecht te Sydeburen.
Regest 121 , [14]95 juni 2 (Dinxdages vor Pinxteren): De hoofdmannen in Groningen gebieden Clawes Alberda terstond Ludeken Clant aan recht te helpen tegen Gheert ten Berge.
Regest 122 , [14]95 juni 27 (Saterdages vor sunte Peters en Pauwelsdage): De hoofdmannen in Groningen gebieden Azego te Rasquert, Egbert Clant, Hilbrant te Sandtweer en Johan Rengers op de naaste rechtdag Ludeke Clant aan recht te helpen tegen Jarich ter Borch en Eltet te Lellens tegen Aylko te Sydeburen.
Regest 123 , [14]95 oktober 17 (sunte Lucasavent evangeliste): De hoofdmannen in Groningen gebieden Jarrich ter Borch zich van de rechtspraak te onthouden in de zaak, waarover hij geschil heeft met Ludeken Clant, zolang het recht niet gesleten is.
Regest 124 , [14]96 maart 2 (Woensdages na den Sondach Reminiscere): De hoofdmannen in Groningen gebieden Fecko Omteda Johan Rengers ten Poste aan recht te helpen tegen henrick Grovens betreffende Eester "lantrecht"; tevens gebieden zij Henrick Grovens zich met dat "lantrecht" niet te bemoeien, voordat het recht gesleten is.
Regest 125 , [14]98 januari 16 (sunte Antoniusavent): De hoofdmannen in Groningen gebieden Ludeken Clandt aan Jacop Ghijsens het geld terug te geven, dat hij hem op de vrije weg afgenomen heeft.
Regest 126 , 1498 mei 3 (des hilligen crucesdach Inventionis): Burgemeesters en raad van Groningen beloven met toestemming van gezworen meente en bouwmeesters van de gilden aan de prelaten en hoofdleingen der Ommelanden de soldaten in Vreesland te zullen betalen, terwijl ze hun hulp toezeggen voor de invordering der schatting in de Ommelanden.
Regest 127 , 1498 mei 3 (dach crucis Inventionis): Abten, prelaten, hoofdelingen en landzaten tussen de Emes en Lauwers, uitgezonderd in het Olde ampt, verklaren Edeszarde en Uken, graven to Oestvreslant, 4500 gouden Rijnse guldens schuldig te zijn.
Regest 128 , 1498 augustus 13: Gramaye zegt namens de gedpeuteerden van het Heilige Rijk en van de hertog van Sassen in Vrieslant de prelaten, heerschappen en eigenerfden van de Ommelanden van Groenynghen tussen de Lausse en de Hems aan, gereed te zijn met tuig en harnas tegen de ongehoorzaamheid des heiligen rijks.
Regest 129 , [14]98 augustus 26 (Soendages na sunte Bartolomeusdach): Burgemeesters en raad van Groningen geven Johan Rengers ten Post vrijgeleide naar de stad tot de volgende vrijdag.
Regest 130 , [14]98 augustus 31 (Vrijdages na sunte Johannisdach Decollationis): Burgemeesters en raad van Groningen geven Johan Regners ten Post met ongeveer tien personen vrijgeleide naar de stad voor 8 dagen.
Regest 131 , 1498 september 6 (des Donredages vor Nativitatis Marie): Burgemeesters en raad van Groningen oorkonden, aangezien zij van meester Roloff up der Lane, commandeur te Warfum, en Eggerick Ripperda met hun medegedeputeerden geld ontvangen hebben in afkorting van de soldij der knechten, dat zij van de Ommelanden geen land- of beestschot zullen invorderen, zolang de gelden, geleend van de graaf van Oestfreslandt, niet terugbetaald zijn.
Regest 132 , [14]98 september 13 (hilligen crucisavent Exaltacionis): Burgemeesters, raad en hoofdmannen van Gronyngen met de gedeputeerden van Stadt en Lande roepen prelaten, hoofdelingen, eigenerfden en gemene meente van Hunsinge, Fywelyngelanden, Dyuerswolt en Mydtdagerlandt op het raadhuis bijeen, met medeneming van het nog niet betaalde schot.
Regest 133 , 1498 september 23: Albertus Altinck, instrumenteert, dat Hermannus Lewe, burgemeester van Groningen, ten behoeve van de commandeur van het klooster sancti Joannis in Warffum en Eckgeric Ripperda, hoofdeling in Godlinsa, verklaringen heeft afgelegd omtrent de besteding van een schatting door de stad.
Regest 134 , 1498 oktober 5 (dages nae Francisci confessoris): De gijzelaars en andere gubernatoren der Ummelanden bij Groningen te Emden oorkonden, dat zij met Edzard, graaf to Oestfrieslanden, in onderhandeling zijn en dat het niet nuttig is langer met Groningen in verbond te blijven.
Regest 135 , 1498 november 4: Friderick, bisschop te Utrycht, oorkondt, dat door zijn bemiddeling te Vollenhoe een bestand is gesloten tussen Albrecht, hertog te Sachssen, en de stad Groningen.
Regest 136 , [14]99 februari 12 (Dinxdages voer Valentini): Burgemeesters en raad van Gronyngenn antwoorden Edezardt, graaf to Oestfrieslandt, dat zij de Ommelanden willen helpende gelden te verkrijgen, ten einde de graaf betaling te kunnen doen, indien de prelaten en hoofdelingen wederom met hen op hun goederen komen.
Regest 136a , [14]99 februari 25 (Maendages nae sunte Mathias): Burgemeesters, raad en hoofdmannen gebieden Jarch ter Borch hen te voldoen of zekerheid te geven omtrent 100 rijnse gl., welke hij "gededinget" heeft van de oude hoofdmannen; anders zullen zij zich houden aan het vierde part van de heerd die Ludeken Clant gebruikt.
Regest 137 , [14]99 maart 11 (sunte Gregoriusavent): Burgemeesters en raad van Groeningen verzoeken prelaten, kerkheren, hoofdelingen en eigenerfden van Hunsinge, Fywelingelanden, Dyuerswolt en Myddaglandt uit elk kerspel de kerkheer met twee volmachtigen naar het raadhuis te zenden voor een bespreking.
Regest 138 , [14]99 mei 6 (sunte Johannisdach ante portam Latinam): Burgemeesters en raad van Groningen antwoorden Edzardt, graaf toe Oestfrieslandt, dat zij zich denken te houden aan de overeenkomst van Woerden, ook wat de schatting van de geleende gelden betreft.
Regest 139 , [14]99 augustus 23 (sunte Bartholomeusavent apostoli): Burgemeesters en raad in Gronyngen garanderen Ludeke Clant veiligheid in lijf en goed.
Regest 140 , 1499 september 26,: Ludolphus van den Vene, domdeken te Utrecht, en Thurink Rijck van Rijckenstein, hofmeester, sluiten van wege de bisschop te Utrecht een bestand tussen Albrecht, hertog van Saxen, en de stad Groenyngen.
Regest 141 , 1499 oktober 5: Edzart en Hugo, graven in Oestvrieslant, nemen Albrecht, hertog te Sassen, voor eeuwig gubernator en potestaat in Frieslant aan.
Regest 142 , 1500 augustus 21: Friderick, bisschop te Utrycht, en vrijheer Georg vom Turn brengen een zoen tot stand tussen Albrecht, hertog te Sachssen, en de stad Gronyngen, waarbij bepaald wordt, dat de Ommelanden met inbegrip van Dam en Oldambt tot een nadere uitspraak van het Kamergericht door Georg vom Turn als sequester bestuurd zullen worden.
Regest 143 , circa 1500: ???? zendt aan Johan Renghers ten Poste enige artikelen door hem ontworpen ter zake van de verhouding tussen Stad en Ommelanden
Regest 144 , 1501 maart 16: Ridderschap en hoofdelingen der Vriesscher landen tussen de Emesze en Lauwerssee ten Damme klagen bij Hynrich, hertog te Sassen, over de misdragingen van Gronyngen, o.a. over het optreden tegen Hilbrandt Entens
Regest 145 , 1501 september 26: Frederick, bisschop te Utrecht, oorkondt, dat door zijn bemiddeling in het klooster te Assen een compromis tot stand is gekomen tussen heer Huge, borggraaf te Leysingk, stadhouder in Freislant, en de stad Groningen, waaarbij bepaald wordt, dat beide partijen hun standpunt schriftelijk uiteen zullen zetten, waarna de bisschop de 25e oktober uitspraak zal doen; in die tussentijd zal de bisschop sequester zijn der Ommelanden.
Regest 146 , 1502 februari 18 (Vrijdages voer Reminiscere): De hoofdmannen in Groeningen oorkonden, dat op de landswarf de doem welke Tyaert Harkema, grietman van Langewolt, gewezen heeft tussen Johan Borst ter ene en Focko Etens en Isebrant, zijn zwager, aan de andere kant van onwaarde is verklaard.
Regest 147 , 1502 juni 3 (Freytags am tage Erasmi martiris): Georg en Heinrich, hertogen in Sachsenn, antwoorden ridderschap en goede mannen der Friesischenn landen te Damme, dat zij hun belangen in het oog zullen houden.
Regest 148 , [15]02 juli 1 (onser liever Vrouwen avent Visitacionis): De hoofdmannen in Groningenn gebieden Take Hylbrants te Sandweer het beslag weer op te heffen, dat hij gelegd heeft op goederenvan Ludeken Cland en Doke ter Borch ten behoeve van de gebroeders Abeke, Reloff en Wigbolt Ewessum.
Regest 149 , 1502 juli 1 (onser Vrouwen avent Visitacionis): De hoofdmannen in Groningenn gebieden Take Hylbrants te Santweer de zaak tussen Ludeke Cland en Doke ter Borch ter ene en Gerardus ten Barge van wege de drie gebroeders Abeke, Reloff en Wigbolt Ewessum ter andere zijde wegens hoger beroep te laten staan en dagvaarden hem op de warf.
Regest 150 , 1503 augustus 15 (Dinstag unnser lieben Frawentag Hymelfarth): Georg, hertog te Sachssen, staat ridderschap en eerbare mannen van de Friesische lande tussen De Emse en Lawerse, die goederen van hem in leen bezitten, toe de vervulling van leensplicht uit te stellen.
Regest 151 , [15]03 oktober 7 (Saterdages voer Santgange): De hoofdmannen in Groningen gebieden Johan Bleyster te Godlinse en Johan Nanninges aan Ludeken Clant het geld te betalen, dat zij hem schuldig zijn.
Regest 152 , 1504 februari 24 (sunte Mathiasavent apostoli): Ridderschap, jonkers en erbaermanscapp der Friesscher lande tussen de Lauwersze ten Damme klagen bij Edzard, graaf te Oestfrieslandt, over het optreden van Groninghen.
Regest 153 , 1504 maart 10 (Sonntag Oculi): Georg, hertog zu Sachssen, verzoekt prelaten, ridders, mannen en steden van Frieslandt een afgevaardigde te zenden naar Brabant om op een bijeenkomst te kunnen getuigen omtrent de handelingen van Groningen.
Regest 154 , [15]04 maart 21 (sunte Benedictusdach): Hoofdmannen in Groningen gebieden Eylke Onsta de zaak tussen Ludeken Clant en Willem Allema wegens hoger beroep te laten staan en in de stad op de warf te komen.
Regest 155 , 1504 (vóór maart 22): Ridderschap, jonkers en "erbaermansscapp" der Friesscher lande tussen de Emesza en Lauwersze ten Dhamme cerzoeken Georgien, hertog te Sassen, Henrich Braess, toonder van deze brief, geloof te schenken.
Regest 156 , 1504 maart 22 (Freytags nach Letare): Georg, hertog zu Sachssenn belooft, naar aanleiding van het schrijven van Edtsart, graaf in Ostfrieslandt, en van het verzoek van hun gezant Heinrich Praess, "ritterschafft und erbarmanschafft unnser Friesischen lande zwischen der Emsa unnd Lauwersche zum Thamme", tegen de moedwil van Groningen te zullen beschermen.
Regest 157 , 1504 juni 11: Friderich, bisschop te Utricht, oorkondt, dat door zijn bemiddeling te Vollenhoe een bestand is gesloten tussen Georg, hertog te Sachssen, en de stad Gronyngen.
Regest 158 , 1504 juli 21 (Sontag nach Divisionis apostolorum): Georg, hertog te Sachssen, oorkondt, dat hij ridderschap "erbarmanschafft" en hoofdelingen der Frieslande tussen de Emse en Lawersche nog niet met hun goederen heeft kunnen belenen.
Regest 159 , 1505 april 25: Maximilian, Rooms koning, deelt domproost, deken en kapittel van het Domstift te Utricht mede, dat hij de stad Grueningen in de Rijksacht heeft gedaan en beveelt hen haar niet te helpen.
Regest 160 , 1505 april 25: Maximilian, rooms koning, beveelt al zijn onderdanen zich te onthouden van hulp aan de stad Grueningen, welke in de rijksacht is gedaan.
Regest 161 , 1505 mei 14 (Wondesdages na Pincxteren): Burgemeesters en raad van Groeningen stellen hun geschil met de hertogen van Saxen in handen van de bisschop en de Staten van Utrecht aan beide zijden der Isele.
Regest 162 , 1505 september 29: Frederich van Baden, (bisschop te Utrecht), schrijft aan de magistraat van Groningen over de onderhandelingen te Hattem, enz.
Regest 163 , 1505 oktober 23 (Dunderdaghes nach elffdusent megeden): De (magistraat van Groningen) schrijft (aan die van Overijssel), dat de stad de Omlanden niet wil opgeven.
Regest 164 , 1505 november 26 (mittwoch nach Katherine virginis): Georg, hertog zu Sachssen, bericht ridderschap, hoofdelingen en "erbanmanschafft" in de Friesische landen tussen Emsse en Lauwersche, dat zij, nu zij bezwaar gemaakt hebben aan zijn raden Georg von Hopffgartenn en Cristoff von Taubenheym, "amptman zu Fryburg", de huldiging te doen, en hij zelf niet weet, wanneer hij in Frieslandt kan komen, twee of drie gevolmachtigden naar hem te zenden zullen, om uit naam van hen allen de huldigingsplicht te vervullen.
Regest 165 , [15]06 januari 11: Vijt van Draxsdorp, regent in Vrieslant, draagt uit naam van heer Goergen, hertog te Sassen, jonkers en hoofdelingen in den Dam op een schatting uit te schrijven.
Regest 166 , 1506 februari 9 (dach Appollonie virginis): Jonkers en "erbaermanscapp" der Friesscher lande tussen de Emesze en Lauwersze in den Damme gelasten de ingezetenen der karspelen Vledoerpp, Werffhuesen, Maerslacht, Mensingeweer, Maerhusen. Ranum, Obregum, Wynszum, Billingeweer, Wetsinghe, Sauwerdt, Adoerpp, Haerszens de verschuldigde schatting op te brengen in handen der gedeputeerden ten Damme.
Regest 167 , 1506 februari 13 (avent Valentini martiris): Als boven voor de karspelen Otherdoem, Hevenschijnsse, Weywert, Fermissum, Meethuesen, Uppwyrde, Tyamsweer, Solwerdt, Uuthwyrde, Meerszum, Howeyrde.
Regest 168 , 1506 februari 13 (avent Valentini martiris): Als boven voor de karspelen Jukawerdt, Wijdawert, Creewert, Godtlinse, Spijck, Berum, Leesdoerpp, Uppt Sandt, Leermens, in de Zerijpp en Enum.
Regest 169 , 1506 maart 11 (avent Gregorii pape): Gemene jonkers en gedeputeerden ten Damme gelasten de ingezetenen van Closterbueren de restant schatting ten Damme in handen der gedeputeerden te betalen.
Regest 170 , 1506 april 4 (Saterdage na Judica): Edesardt, graaf te Oestfrieslandt, doet te Dhamme met raad der hoofdelingen en "erbaermanschap" der Ummelanden uitspraak in de geschillen tussen de jonkers en gebroeders Von Ewssum en Mencko Heemstra ter ene en Ludeken Klant to der Borch ter andere zijde.
Regest 171 , 1506 april 24 (up suncte Marcusavent): Edtzard en Ukhoe, graven te Oestfrieslande, en burgemeesters, raad, gezworen meente, bouwmeesters van de gilden en meente van Groningen sluiten met elkaar een verdrag, waarbij onder nader genoemde voorwaarden de stad aan de graaf hulde zal doen.
Regest 172 , 1506 mei 11: Veit van Traxstorff, regent in Frieslandt, meldt de jonkers en hoofdelingen in den Dhamme, dat de graaf van Oestfrieslandt de stad Groningen ingenomen heeft voor de hertog van Saxsen.
Regest 173 , 1506 juni 23 (Donredages na Johannis Baptiste): Edsart, graaf te Oestvrieslant, verklaart, dat hij de Ummerlanden als stadhouder van hertog Jurien te Sassen zal regeren.
Regest 174 , 1506 juli 17 (Fritage nach Divisionis apostolorum): George, hertog te Sachssen, zegt adel en ridderschap der landen tussen de Lawersche en Emsse, aangezien zij hem als gubernator gehuldigd hebben, bescherming toe en handhaving in hun oude rechten.
Regest 175 , 1509 oktober 30 (Dynxdach na Symonis et Judae apostolorum): De gedeputeerden van het hofgericht van de graaf te Oistfriesland, stadhouder, oorkonden, dat in de landswarf te Wynsum uitspraak is gedaan terzake van het vonnis dat Lyurdt Rengers heeft gewezen tussen Luetke Boekama te Oldenkloester en Johan Alberts te Groningen over het graven van een sloot.
Regest 176 , 1510 februari 28 (Donredages na Reminiscere): De gedeputeerden van het hofgericht van de graaf te Oestfreeslant, stadhouder, oorkonden, dat het geschil tussen Jaenke Unema ter ene en Luel en Sycko Aykama ter andere zijde over goederen welke wijlen Lubbe Heddama als bruidegom zou hebben verkregen, ter beslechting is overgelaten aan compromissarissen, te weten meester Wylm, kerkheer te St. Maarten, en Hermen Lewe, burgemeester te Groningen, ter ene en meester Doeke, kerkheer te Myddelstum, en Remeth Jensma ter andere zijde aangewezen.
Regest 177 , 1510 september 19 (Donderdaegs nae Lamberti): Wyet Tyaersma, grietman in Lanckwolt, wijst recht in een geschil tussen Katherina Cloeckes en Roelff in de Fenne over een rente over een heerd.
Regest 178 , 1511 februari 8: Edtsardt, graaf te Oestfrieslandt, stadhouder, stelt de priesters van de St, Maartens- en St. Walburgskerken in Groningen wederom in het bezit van een door Hille Onnsta gelegateerde jaarrente, waarover zij geschil hebben met Eylko Onsta en beveelt drost en hoofdmannen in Groningen daarbij behulpzaam te zijn.
Regest 179 , 1511 mei 14 (Wonsdaeges nae Jubilate): Wyet Tyaersman, grietman in Lanckwolt, oorkondt, dat zijn doem van 19 september 1510 beroepen is en "in der macht gekent".
Regest 180 , 1511 oktober 13 (Maendach na Gereonis und Victoris martirum): Het hofgericht van de graaf te Oestfrieslant, stadhouder, gebiedt Sycko te Oldeheem de volgende dag bij hem te komen te Wynsum terzake van zijn beroep tegen de grietman Wydt Tyarsma van wege de schuld van Syurck Boykama.
Regest 181 , 1511 oktober 14 (Dynxdach Calixti pape): Het hofgericht als boven oorkondt, dat in de warf te Wynsum in het geschil tusse Sycko te Oldeheem als voogd van de kinderen van Focko Aykuma ter ene en Syurck Boykuma ter andere zijde over een schuld de doem van grietman Wydt Tyarsma bevestigd is.
Regest 182 , 1511 oktober 15 (Mydweken na Calixti pape): Het hofgericht als boven oorkondt, dat in de landswarf te Wynsum uitspraak is gedaan in het geschil tussen de erfgenamen van wijlen Garmt Doedens ter ene en Mello Ponster (Panser?), Janneke Dowema en Algher Brunynge ter andere zijde over de doodslag welke Peter Remkens begaan heeft aan Garmt Doedens, waarin Ludeken Klanth een doem gegeven heeft.
Regest 183 , [15]12 maart 5 (Vrijdages voer sunte Gregoriusdach): Burgemeesters en raad van Gronigen dagvaarden Albert in Cloesterbueren, Hinrick te Dorhnart, klager, Johan Crabbe te Thesinge, Oemke te Eenrum, Egbert Dreus te Garmerwolde, Frederick Poppema's huisvrouw te Stiswert, klagerse, ter zake van een breuk.
Regest 184 , 1512 april 30 (Vrydach na Misericordia Domini): Het hofgericht van graaf te Oestfrielandt, stadhouder, doet uitspraak op de warf te Wynsum in het geschil tussen Sybrandt Allama ter ene en Eysso en Doede gebroeders te Hardeweer ter andere zijde over 18 grazen land, welke Eysso en Doede gekocht hadden van wijlen Rempt Bewssumma.
Regest 185 , 1512 juli 10 (Saterdaghe voer Margarete): De hoofdmannen van de graaf te Ostvreeslandt, stadhouder in de Omlannden, doen uitspraak in het gecshil tussen de abt van Gherkeskloester en de geërfden op de Rugewaert op de nieuwe Monken zijll uitwaterende ter ene en de eigenerfden te Lutkegast aan de andere zijde over een uitwatering door en het onderhoud van deze zijl en de Fyschfleterzijl.
Regest 186 , 1513 april 15 (Vrijdach nae Misericordie Domini): Het hofgericht van de graaf te Oestfrieslandt oorkondt, dat in de landswarf te Winsum de hoofdelingen Duthmer Renghers toe Dijcke en Hidde e.l. ter ene en Abel Onsta als gemachtigde van zijn vader Eylko ter andere zijde over een legaat van Hylle Onsta, vrouwe te Sawert, waarin Wigbolt van Eussum recht gewezen had, overeengekomen zijn hun geschil te brengen voor Everwijn, graaf te Benthem en stadhouder in Westfrieslant, en de regenten aldaar.
Regest 187 , 1513 juli 13 (sunte Margaretendag): George, hertog te Sassen, sluit een verdrag met Frederick, bisschop te Utrecht.
Regest 188 , 1513 juli 15: Friderich, bisschop te Utrecht, sluit een verdrag met George, hertog te Sachssen.
Regest 189 , 1513 september 21: Maximilian, Rooms keizer, gebiedt Edezart, graaf te Eemden, op straffen van de rijksacht het graafschap en alle andere goederen die aan het rijk leenroerig zijn, van hertog Georgen van Sassen in leen te ontvangen en hem hulde te doen.
Gedrukt inv. nr. 27. Hierin staat abusievelijk 1512. N.B. In ditzelfde nummer bevinden zich andere bescheiden over de verhouding hertog van Saksen - graaf van Oostfriesland - Groningen - Ommelanden van circa 1513, welke zich niet lenen voor de regestvorm.
Regest 190 , 1514 januari 16: Maximilian, Rooms keizer, doet graaf Edzart van Emden in de rijksacht.
Regest 191 , 1514 oktober 21 (XVC und XXXX!): Carll, hertog van Gelre, zendt, aangezien Groningen hem tot erfheer heeft aangenomen, Willem van Oy, maarschalk, om de huldiging in ontvangst te nemen.
Regest 192 , 1514 oktober 28 (Sonnabendt vigilia (!) Symonis et Jude): (Hertog George) verzoekt prelaten en ridderschap de huislieden te bewegen Groningen niet van proviand te voorzien en de belasting op te brengen.
Regest 193 , [15]14 oktober 5: De commandeur te Warffum en Mencke Heemster zenden prelaten en ridderschap der Ummelanden bij Groningen het antwoord van hertog Georgen.
Regest 194 , [15]15 april 5 (Dondersdaghe nae Palmarum): Edeszardt, graaf te Oestvreislandt, Wilhelm van Oy, maarschalk van de vorst van Ghelren, burgemeesters en raad van Gronyngen verlenen jonkers, eerbare mannen en andere landzaten der Umblande die zich in Damme bij de vijanden hebben opgehouden, paspoort om op hun goederen te blijven of deze buitenlands te gebruiken, mits ze neutraal blijven.
Regest 195 , 1515 mei 21: De regenten van George, hertog te Sassen, in Westfriesslanden verzoeken Henrich Doppelsolders en gemene knechten van de Zwarte hoop, Rempt Jensma en Alger Brunnighe te Oldehove woonachtig, die bij hen te Lewarden hun toevlucht gezocht hebben, te ontzien.
Regest 196 , [15]15 september 24: Floris van Egmont, stadhouder, geeft Ditmar Reyngers, Hermen Benkema en Rempt Jensma vergunning zich in het Sticht van Utrecht te vestigen, totdat de zaken een andere keer hebben genomen.
Regest 197 , 1516 mei 31 (Saterdage vor Bonifacii): Burgemeesters en raad in Groningen oorkonden, dat de prelaten, hoofdelingen en eigenerfden, die uitwateren te Wynsummerzijl, Scaepshals en Delfzijl, hebben toegestemd voor een maal hulp te komen voor het herstel der Reyt- of Oesterdijken.
Regest 198 , 1518 februari 18: Caerle, hertog van Gelre, belooft, dat hij zich zal houden aan het verdrag van 1515 tussen de Stad Groningen en zijn raad Wilhelm van Oy gesloten.
Regest 199 , 1518 februari 26 (Frijdag nha Mathie apostoli): Burgemeesters en raad, gezworen meente, hovelingen van de gilden en de ganse gemeente van Groningen oorkonden, dat zij in 1515 met Willem van Oeyen, maarschalk en bevelman van de hertog te Gelre, een verdrag hebben gesloten waarbij zij de hertog tot landsheer hebben aangenomen.
Regest 200 , 1518 maart 26 (feria sexta post festivitaten annuntiatonis domincae): Ericus, episcopus Monasteriensis, draagt aan Johannes de Merfeldt de proosdij in Lydense op, welke vrijgekomen is door afstand van Johannes Scharpenberg.
Regest 201 , [15]20 maart 6: Burgemeesters en raad van Groningen en de hoofdmannen van de hertog van Gelre roepen abten, prelaten, hoofdelingen en eigenerfden of twee volmachtigen uit elk kerspel waar geen geërfden zijn, op voor een bijeenkomst op het raadhuis.
Regest 202 , 1520 [maart] 28: Stad en Omlanden van Gronningen geven Christoffel, graaf te Moersse, stadhouder van de herog te Gelre, toezegging, dat de Omlanden jaarlijks in twee termijnen terug zullen geven 7000 g.g.
Regest 203 , 1520 [juni 1] (Vrijdag nae den hilligen Pinxteren): Wilhjelmus Fredrici, persona, en Everardus Jarges, pastoors der St. Maartenskerk te Groningen, Luleff Coenraets en Roeleff Huinghe, hoofdmannen van de hertog te Gelre, maken in het geschil tussen de klooster der Ommelanden en de gilden in Groningen een compositie.
Regest 204 Vacat.
Regest 205 , 1521 mei 25 (St. Urbanendach): Burgemeesters en raad in Groningen oorkonden, dat abten, prelaten, jonkers, hoofdelingen en eigenerfden der landen tussen de Eemsze en de Lauwerszee Christoffel toe Moerzee, stadhouder-generaal, als vertegenwoordiger van de hertog van Gelre, gehuldigd hebben.
Regest 206 , 1521 juni 20: Kairll, hertog van Gelre, oorkondt, dat hij, aangezien de abten, prelaten, hoofdelingen, eigenerfden en gemene onderzaten der Ommelanden van Gronningen hem als landvorst hebben gehuldigd, van zijn kant hen zal beschermen in hun rechten overeenkomstig het verbond tussen Stadt en Omlanden
Regest 207 , [15]23 augustus 7: Johan, vrijheer to Wassenaer, "overste felthauptman" en Georgen Schenck, vrijheer to Tautenburch, stadhouder-generaal in Vrieslant, roept edelen, hoofdelingen en heerschappen der Omlanden van Groningerlant op voor de landdag te Northoern.
Regest 208 , [15]23 augustus 7: Johan, vrijheer, enz. als boven geeft vrijgeleide voor het bezoeken van deze landdag.
Regest 209 , [15]24 november 22: Jasper van Merwick, stadhouder, gebiedt de ingezetenen van het Halveampt de bieraccijns te betalen aan Syert Mepsche.
Regest 210 , 1525 februari 25 (dach Cathedra Petri): Gerlach de Bever verpacht aan Hidde Onsta de halve proosdij te Leens, welke wijlen Erich, bisschop te Munster, hem gegeven had.
Regest 211 , 1525 april 6 (Donresdach post Judica): Henrick die Groiff, "erffaight" te Ercklens, en herman Knoppert, Wilhelmus Frederici en Everhards Jerges, persona en pastoors te Groenyngen, geven, op verzoek der stad, uitspraak in het geschil tussen haar en de hertog van Gelre over de overheid in de Ommelanden en in den Oldenampte.
Regest 212 , 1526 maart 14: Kaerle, hertog van Gelre, willigt het verzoek van bouwmeesters, hovelingen van de gilden en volmachtigde gedeputeerden der gemeente van Gronningen in om van de sententies van burgemeesters en raad beroep open te stellen op zijn stadhouder en vier burgers der stad.
Regest 213 , 1530 oktober 26: Bernt van Hackfort verklaart, dat de hertog van Gelre het hem in leen gegeven huis Wedde met Westerwoldyngelanden c.a. benevens het Oldenampt in 't Wolt ten allen tijde mag inlossen.
Regest 214 , 1531 juni 16 (dages na Veti et Modesti martyrum): Gerardus Zwollis, abt te Wittewierum, Gerhardus, abt te Thesinge, Melcher Rengers te Scharmer, Johan Rengers ten Post, Fecco Ompteda op 't Sandt, otto Clant, hoofdelingen, benevens de andere scheppers van den Delfzijlen, Johannes Steenwijck, hofmeester van de Roederschoele, Gerhardus, abt te Thesinge, Rudolphus Mepsche, pastoor te Bedum, Siert Mepsche, hoofdelingen, Botto Aulsma, Pieter op Onnemaheert benevens de scheppers van Winsumerzijl, Johannes Rees, Wilhelmus Groningen, kelner van Adewert, Rainck Koeninck, broeder, en van wege het convent van Selwert Jacob Sijbolts, Syeert Allersma benevens van Adewerderzijl sluiten een verdrag.
Regest 215 , 1531 november 11 (Wonsdage na Martini episcopi): Stadhouder benevens hoofdmannen van wege de hertog van Gelre en hoofdelingen, redgers en rechters der Ommelanden oorkonden, dat zij in de landsoosterwarf de doem door Butte Aulsma, redger te Uuthuesen, gewezen in het geschil tussen Willem Wicheringhe, burgemeester, en doctor Johan Sickinge van wege Harmen Gijsens ter ene en meester Goesen Almer van wege Johan Schroer te Nijenhuis ter andere zijde over een halve heerd land bevestigt hebben.
Regest 216 , [15]32 januari 15 (Maendage na Pontiani): Stadhouder benevens hoofdmannen van wege de hertog van Gelre, hoofdelingen, redgers en richters der Ommelanden oorkonden, dat zij in de landsoosterwarf uitspraak hebben gedaan in het beroep van de doem welke Focko Ripperda, redger te Baffelte, gewezen heeft in het geschil tussen Johannes Rees, kelder, en Hilbrandus, kleedmeester, van wege het convent te Groete Aedewert en Berent Tallens, des convents meier, over de ontruiming van een heerd land.
Regest 217 , [15]33 februari 12 (Woensdage voer Valentini): Stadhouder benevens hoofdmannen van wege de hertog van Gelre en hoofdelingen, redgers en richters der Ommelanden keuren in de gemene landsoosterwarf de doem goed, door menolt Ompteda, redgers te Leermense, gewezen in het geschil tussen Koert Grijpes en Harmen Sywerts van wege Luert Grevenck, zijn landheer, over een heerd land te Leermense.
Regest 218 , 1533 september 13: Kaerle, hertog van Gelre, beveelt zijn bastaardzoon Kaerle van Gelre, stadhouder, en de hoofdmannen van Stadt en Omlanden tho Gronning de indertijd onder de waarde door Overemsche en andere uitheemsen aangekochte goederen in de Omlanden te restitueren.
Regest 219 , 1536 juni 15: Kaerl, Rooms keizer, ratificeert het traktaat, tussen zijn gecommitteerden en die van Groningen en Ommelanden gesloten.
Regest 220 , 1537 april 16 (Mandach nha dem Sundach misericordias): Aleff van Mervelt draagt van wege zijn broer Johann aan Hidde Onstha de helft van de proosdij te Leens over.
Regest 221 , 1537 mei 29: Kaerle, Rooms keizer, verklaart, dat abten en prelaten der Groeninger Umlanden in handen van de ontvager-generaal Hendrick Stercke hebben gestort 6245 Philips gulden tegen 6% tot betaling van het krijgsvolk voor Coevorden.
Regest 222 , 1537 oktober 1: Georgen Schenck, vrijheer te Tautenburch, stadhouder-generaal, doet uitspraak in het geschil tussen de Omlanden van Groningerlant en de stad Groningen over het aandeel van de stad in de schatting.
Regest 223 , 1538 augustus 25: Carel, Rooms keizer, geeft Georgien Schenck in leen het huis te Wedde c.a.
Regest 224 , 1539 juli 31: Kaerle, Rooms keizer, gebiedt de drost van Drente en alle rechters de brief van condemnatie tussen Magdalena van Tautenburch, weduwe van Onno van Eewessum, ter ene en Bettica van Eewessum, weduwe, Jan en Hidde gebroeders en Abeco Onsta als man van Ghele van Eewessum ter andere zijde uit te voeren.
Regest 225 , 1539 september 7: Georgen Schenck tot Toutenborgh belooft, dat bij gebreke van wettige afstammelingen het leen Wedde weer terug zal keren aan de keizer of zijn opvolgers.
Regest 226 , 1540 maart 12: Op het rekest van de erfgenamen van Onne van Euzum committeert het Hof de eerste deurwaarder Vrouwe Magdaleene, weduwe van voornoemde Onne, op te roepen.
Regest 227 , 1540 maart 12: Bruneel geeft relaas van zijn citatie van Magdalena van Toutenburgh.
Regest 228 , 1540 april 6 (den VIten dach van april XVCXL naer Paesschen): Charles, Rooms keizer, schrijft aan burgemeeste en raad van Groenige, dat hij de president en rentmeester van Vrieslandt afgevaardigd heeft om het geschil tussen hen en het vlek van den Dam bij te leggen.
Regest 229 , 1540 oktober 22 (altera undecim millia virginum): Rechters, voogden en burgemeesters te Dam verzoeken Onnike Ripperda, hoofdeling, op de uitgeschreven bijeenkomst voor hoofdelingen en prelaten te Groningen te spreken over de 80 gl. schatting.
Regest 230 , 1542 juli 10: Gedeputeerden van Stadt en Landen van Gronnyngen sluiten een overeenkomst betreffende een bezoldiging der landsknechten
Regest 231 , 1545 juni 27: Zaerle, Rooms keizer, geeft luitenant en hoofdmannen van Groennigen en Groenningerlande en alle andere ambtlieden en officieren te kennen, dat hij op verzoek van Johanna, weduwe van Hidde Onste, de begiftiging van haar oudste zoon met de proosdij te Liens bevestigd heeft.
Regest 232 , 1546 januari 20 (Utrecht den twintichsten dach van Januario 1545, van onsen keijserrijcke tXXVIen): Kaerle, Rooms keizer, beveelt zijn eerste deurwaarder maatregelen te treffen, dat vrouwe Adde van Doernum het akkoord, tussen haar en Johan en Iddo van Eussum betreffende de nalatenschap van Onno van Eussum op 8 Juni 1542 gesloten, niet overtreedt.
Regest 233 , 1546 circa maart 19: Anthonis Colibrant, deurwaarder van het Hof van Vrieslant, brengt aan Maximiliaen van Egmondt, stadhouder-generaal, verslag uit van hetgeen hij gedaan heeft in het proces tussen Jehan en Hidde van Eussum ter ene en vrouw Adde van Doernem ter andere zijde.
Regest 234 , 1547 januari 20 (Bijns den 20 dach van Januarii 1546 van onsen keyserrijcks tXXVIIste): Carel, Rooms keizer, geeft de ingezetenen van Bellinge wolde, Bleyham en Ham toestemming van alle vonnissen van de drost te Wedde in hoger beroep te mogen gaan bij stadhouder en hoofdmannen te Groningen.
Regest 235 , 1549 juli 2: Stadhouder, hoofdmannen, burgemeesters en raad der Stadt en Ommelanden van Groningen bevelen de ingezetenen der Ommelanden en Oldenambten de gedeputeerden voor het herstel van de zeedijk van Fimele tot Reyde en de zeedijk tussen Fimele en Swaech te gehoorzamen.
Regest 236 , 1550 januari 10: Johan van Ligne, graaf te Arembarghe, stadhouder-generaal, legt, nadat de Staten van Stadt en Ummelanden van Gronninghen Zijne prinselijke doorluchtigheid als erfheer gehuldigd hadden, van zijn kant in naam van Philips, prins van Spangen, de eed af, dat hij hun privileges zal handhaven.
Regest 237 , 1550 januari 10: Abten, prelaten, hoofdelingen, eigenerfden en gemeenten, burgemeesters en raad, zworen meente, bouwmeesters en ganse gemeente der Stadt en Ummelanden van Gronynghen huldigen Philips, prins van Hispanyen, als erfheer.
Regest 238 , 1550 juni 14 (abenth Viti et Modesti): Stadhouder en hoofdmannen der Stadt en Ommelanden van Groningen geven vidimus van de oorkonde vanm 20 januari 1547.
Regest 239 , [15]50 november 24: Clawes van Camphuisen c.s. en ter ene en Clara van Camphuisen c.s. ter andere zijde sluiten in tegenwoordigheid van hun tante Adda van Ewsum, vrouwe te Doernhum, een overeenkomst betreffende hun aandeel in de erfenis van Onno van Ewsum.
Regest 240 , 1555 oktober 26: Gedeputeerden en volmachten van Stadt en Ommelanden van Groningen nemen na afstand van de keizer van zijn zoon, koning van Engelandt, als erfheer aan overeenkomstig hun procuratiebrief van 17 oktober, waarna de koning van zijn kant de landen aanvaardt onder belofte zich te zullen houden aan de overeenkomst van 10 januari 1550.
Regest 241 , 1555 oktober 26: Philips, koning van Engelandt, belooft de gedeputeerden der stad Groningen en Ommelanden zich te zullen houden aan de overeenkomst van 10 januari 1550.
Regest 242 , 1556 december 3: Stadhouder en hoofdmannen bevelen alle hoofdelingen, redgers, rechters en grietmannen der Ummelanden het verdrag door stad en landen gesloten tot uitroeiing der ketterij in de kerken te laten afkondigen.
Regest 243 , [15]58 september 22: Focko Ripperda, hoofdeling en redger te Winzum, oorkondt, dat enige ingezetenen van zijn gericht getuigenis hebben afgelegd omtrent de vrije verkoop van kremerijen, laken en andere waren.
Regest 244 , [15]58 september 22: Johan Hiddinga, redger te Obergum, oorkondt als boven.
Regest 245 , 1558 oktober 3: Cornelius Harmannus, abt te Wittewerum, Johannes Broeckhusen, commandeur te Wijtwert, jonker Roleff van Munster, hoofdeling te Duersum in den Ham en Loppersum, en Menno Houwerda, hoofdeling ten Damme, oorkonden, dat het landschap het mandaat van de gedeputeerden, met name de abt van Aedtwert, heer Johan van Eusum, heer Wigbolt van Eusum, Onno Tammynga, Aepke Onsta, Edzart Rengers, Sweer Rengers, Geert Lewe, Focko Ripperda, Hiddo Jensma, Luel Aykema, Johan dMepsche en Joest Clant, heeft verlengd met opdracht de oude vrijheden te verdedigen speciaal tegen de olderman, en een syndicus aan te stellen.
laatste wijziging 17-09-2023
1.934 beschreven archiefstukken
13 gedigitaliseerd
totaal 2.879 bestanden
Mijn Studiezaal
Favoriet of een notitie maken
Stel een vraag of plaats een opmerking op de tijdlijn
Reageren
organisatie_link-svg Stuur een reactie naar Groninger Archieven
Delen
OPEN DATA Bekijken op OpenData
Doorsturen per email
Printen
Lijst van zegels
N.B. Deze lijst is vervaardigd door A. Pathuis.
Het inventarisnmummer, waarin zich een zegel bevindt, wordt voorafgegaan door het jaartal, eventueel de jaartallen, en één of twee van de volgende letters, die de aard en kwaliteit van het zegel aangeven: G = goed, eventueel vrij goed of met geschonden randschrift; B = beschadigd, eventueel afgebrokkeld met grotendeels verdwenen randschrift; R = rest(en). Zonder nadere aanduiding betreft het uithangende zegels. Bij opgedrukte zegels wordt de kwaliteitsaanduiding voorafgegaan door een O.
Er is niet naar gestreefd alle zegels te vermelden, die er van een bepaalde soort aanwezig zijn. Van de zegels van de Staten-Generaal en die der stad Groningen zijn slechts een beperkt aantal opgenomen. Ook als in een inventarisnummer meer gelijke zegels aanwezig zijn, is daarvan geen melding gemaakt.
Aepkens, Jan, 164 OB nr. 858
Addinga, Hayo, 1560 G nr. 101
Aduard, abt van, 1560 OB nr. 151
Ahues, Gerardus, 1560 B nr. 101; 1575 B nr. 146; 1577 OB nr. 185; 1579 OG nr. 224
Albada, Aggaeus, 1561 OB nr. 109
Alberda, Gerardt, 1733 OG nr. 744
Alberda, Reint, 1677 OG nr. 1281
Alberda, R., 1643 OB nrs. 858, 861
Alberda, Unico Allard, 1701 B nr. 582
Albertine, 1753 OR nr. 1038
Albertine (Agnes), 1673 OR nr. 375
Aldringa, J., 1640 OG nr. 850; 1643 OG nrs. 858, 861; 1644 OG nr. 862; 1654 OG nr. 704
Alting, Menso, 1730, 1734 B nr. 745; 1739 OG nr. 744
Amsingh, H., 1787 OG nr. 378
Anna Prinses Royal, 1751-1757 OB nr. 1038; 1752-1754 OB nr. 747; 1752-1755 OB nr. 377
Appingedam, 15790 OB nr. 228; 1600 OB 596; 1787-1788 OG nr. 378
Aremberg, zie Ligne
Arensma, A.C., 1647 OB br. 575
Arnhem, Godfried van, 1559 R nr. 102
Asschendorp, Evert van, 164 OB nrs. 858, 861
Aswede, Caspar van, 1634 G nr. 580
Auwema, Bocko, 1587 B, OB nr. 273; 1589 OG nr. 226
Auwema, Albrecht van, 1398 R nr. 12
Beyeren, Albrecht van, 1398 R nr. 12
Bentheim, Everwijn van, 1663 OG nr. 1451
Berg, Arent van den, circa 1653 OB nr. 1074
Bergh, Elisabeth van den, 1666 OG nr. 1075
Berckhuys, A., 1643 OG nr. 858
Berchuys, A. van, 1830 OG nr. 1603; 1860 OB nr. 1522
Berum, Remmers van, 1597 OB nr. 751
Besten, Wolter van, 1560 OG nr. 106
Bleswijck, 1639 OB nr. 375
Bolhuis, A.E. van, 1643 OG nrs. 858, 861
Borchardus, aartsbisschop van Bremen, 1342 R nr. 3
Braver, Laurentius, 1577 OG nr. 294
Broersema, Menno, 1643 OG nrs. 858, 861
Broersema, P., 1632 OR nr. 823
Broersema, Tjaart, 1597 OB nr. 751
Buning, (J.C.?), 1826 OG nr. 1529
Departementaal Gerechtshof, 1808 OB nr. 1517
Derks, Hinderk, 1736 OR nr. 1339
Diepholt, Rudolf van, 1433 B nr. 59
Doccum, Hermannus van, 1571 OG nr. 159; 1579 OG nr. 294
Draxsdorp, Vyt van, 1506 OB nr. 27
Drenthe, 1338 R nr. 9; 1665 OB, 1667 OG nr. 883
Egmond, Floris van, 1515 OB nr. 27
Enthens van Mentheda, Asinge, 1583 OB nr. 263
Enthens van Mentheda, 1580 OG nr. 237
Ewsum, Anna van, 1664 OR nr. 375
Ewsum, Christoffer van, 1561 G nr. 108; 1579 OG nr. 294
Ewsum, Johan van, 1559 B nr. 102
Ewsum, Wigbolt van, 1506 OG nr. 27; 1577-1578 OB nr. 294; 1587 OG nr. 273
Ewsum, Van, 1561 contrazegel G nr. 105
Philips II, 1560 B nr. 152; 1563 R nr. 112; 1570 R nr. 131; 1576 OB nr. 173; 1578 OG nr. 197, OB nr. 198; 1579 OG nr. 209
Fivelgo, 1338 B nr. 9; 1361 B nr. 10; 1473 B nr. 24; 1561 B nr. 105
Fivelgo-Westerambt, 1431 B nr. 43; 1482 G nr. 25
Foswerd, abt van, 1348 G nr. 6
Friesland, Gedeputeerde Staten, 1665 OB nrs. 375, 883; 1667 OB nr. 883
Friesland, Hof van Justitie, 1603 B nr. 899
Friesland, President en raden in, 1577 OB nr. 234
Froma, Jacob, 1597 OB nr. 751
Gaykinga, Allard, 1592 OG nr. 280
Gelre en Zutphen, 1633, OB nr. 854
Goeverneur des Konings, 1829-1848 OB nrs. 1518, 1519, 1520, 1603
Greve, Johannes 1589 OB nr. 277
Greving, 1773 OG nr. 720; 1754 OR nr. 377
Groningen, 1338 R nr. 9; 1361 B nr. 10; 149 R nr. 19; 1458 OR nr. 48; en 1480-1504 OB, OR nr. 51; (stadssignet, gebruikt door burgemeesters, raad en hoofdmannen, en genaamd Stad en Lande secreet) 1470 B nrs. 22, 23; 1498 B nr. 26; 1560 OB nr. 151; 1567 OG nr. 128
Groningen, provincie 1858 OB nr. 1522
Gruys, Hilbrant, 1643 OB nrs. 858, 861
Gruys, J.H.J., 1787 OB nr. 378
Gualteri, Johannes, 1643 OG nr. 858
Guichart, F.J., 1798 OB nr. 584
Hoendrickx, Johan, 1643 OB nr. 858
Hoern, Arnd van, 1372 B nr. 59
Hof van Justitie, 1800 OB nr. 579
Holthe, Writzer ten, 1605 OB nr. 751
Holten, Johan ten, 1560 OG nr. 106
Hoofdmannenkamer, 1567 OB nrs. 128, 153; 1571 OB nr. 129; 1572 OG nr. 96; 1574 OB nr. 139; 1575 B nr. 304; 1576 OB nrs. 148, 172; 1579 OB nr. 225; 1619 OB nr. 681; 1640 OB nr. 1329; 1654 OB nr. 1335; 1730 OB nr. 541
Houwerda, Menno, 1558 G nr. 101; 1561 contrazegel G nr. 105
Houwerda, Menno, 1558 G nr. 101; 1561 contrazegel G nr. 105
Houwerda van Meckema, M., 1652 OR nr. 375
Hoving, W.H., 1787 OG nr. 378
Humsterland, 1361 G nr. 10; 1428 R nr. 21; 1473 G nr. 24; 1482 B nr. 25; 1561 G nr. 105
Hunsingo, 1361 R nr. 10; 1379 B nr. 41; 1473 R nr. 24; 1482 G nr. 25; 1561 B nr. 105
Hunsingo-Halfambt, 1400 B nr. 14
Ywe, kerkheer te Heveskes, 1435 R nr. 45
Inn- und Kniphausen, Von, zie Kniphuisen
Jans, Ewe, 1765 OR nr. 573
Jarges, Eyzo, 1687, 1688 g nr. 55
Jensema, Hiddo, 1559 B nr. 102; 1560 OG nr. 151
Jensema, Remt, 1577 OG nr. 185; 1587 OB nr. 273; 1589 OG nr. 266; 1592 OB nr. 280
Karel V, 1537 R nr. 33; 1539 B, 1545 R nr. 62
Cate, S.H. ten, 1825 OG nr. 1529
Kempis, Cornelius, 1562 G nr. 110, B nr. 101
Kenninck, Arnoldus, 1577 B nr. 185
Keuchenius, J., 1718 OB nr. 1084
Clama, Hemmo, 1595 OG nr. 758
Clant, Andolph, 1644 OG nr. 862
Clant, Edzard Jacob, 1643 OB nr. 861
Clant, E.J., 1643 OG nr. 858
Clant, Herman, 1643 OB nr. 861
Clant, Hindrick, 1587 OG nr. 273; 1589 OB nr. 266
Clant, H., 1643 OB nr. 858
Clant, Johan(nes), 1562 G nrs. 101, 110; 1603 B nr. 899
Clant, Lucas 1643 OR nr. 1309
Clant van Stedum, J., 1654 OG nr. 704
Cleveringa, H., 1787 OG nr. 378
Kniphuisen, R.W., 1654 OR nr. 704; 1656 OB nr. 709
Co(e)bel, Philips 1564 OR nr. 118
Coehoorn, J., 1643 OB nr. 858
Coenders, Albert, 1632 OR nr. 823; 1643 OB nrs. 858, 861
Coenders van Helpen, Bernhard, (1643?) OG nr. 1317
Commissaris des Konings, 1851-1862 OB nr. 1522
Coops, Willemtien, 1653 OB nr. 1074
Cornelius, Petrus, 1576 OG nr. 294; 1577 G nr. 181, 1578 G nr. 203; 1579 G nr. 208
Kraeyvanger, Henrick, 1589 OG nr. 266
Cuylenborg, Floris van, 1589 OG nr. 266
Laan, J.J. van der, 1839 OG nr. 1519
Lalaing, Georg van, 1577 OG nrs. 179, 180, 183, 184; 1578 OG nrs. 189, 192; 1579 OG nrs. 217, 219, 220
Langewold, 1473 B nr. 24; 1482 B nr. 25; 1561 G nr. 105
Lanth, Arnold, 1563 OG nr. 69n; 1575 B nr. 143
Lewe, Abel, 1654 OR nr. 704
Lewe, Evert, 1632 OR nr. 823
Lewe, Joest, 1654 OG nr. 704
Lewe van Middelstum, E.J., 1825 OR nr. 1529
Ligne, Johan de, 1550 G nr. 34; 1564 OR nr. 118
Lontzen, Henricus, 1571 OB nr. 159; 1576 G nr. 149
Louwens, Idse, 1632 OR nr. 823
Makdowel, G., 1643 OB nr. 858
Manninga, Hayo, 1578 OB nr. 294
Manninga, Hayo Unico, 1643 OG nr. 858
Manninga, Luirt, 1597 OB nr. 1519
Maerius (?), 1839 OG nr. 1519
Marne, 1375 B nr. 40; 1400 B nr. 14; 1407 R nr. 15; 1417 G nr. 17; 1561 G nr. 105
Meckema, Philips, 1594 OB nr. 758
Meckema, M. Houwerda van, 1652 OR nr. 375
Mentata, Albertus, 1371 B nr. 11
Mepsche, Johan de, 1587 B nr, 273; 1590 OG nr. 266; 1643 OB nrs. 858, 861
Mepsche, Rudolf de, 1595 OB nrs. 758
Middag, 1407 G nr. 15; 1417 R nr. 17; 1428 B nr. 21
Munster, Roleff van, 1558 G nr. 101
Nansum, Eppo, tho, 1643 OB nr. 858
Nansum, Heero, tho, 1632 OR nr. 823; 1633 OB nr. 1336
Niekerck, G., 1671 OG nr. 887
Ommelanden, 1581 OG nr. 251; 1597 OB nr. 751; 1598 OB nr. 1054; 1639, 1642 B nr. 555; 1644 OB nr. 861; 1649 OG nr. 872, OB nr. 874; 1658 OB nr. 359; 1663 G nr. 55, OB nr. 565; circa 1670 OB nr. 750; 1677 OB nr. 1281; 1691 B nr. 555.
Oostenrijk, Johan van, 1576 OB nr. 173
Oosterambt, 1400 R nr. 14; 1407 R nr. 15; 1417 B nr. 17
Oostergo, 1361 R nr. 10
Oosterhoff, Alb. van, 1679 OB nr. 1273
Oost-Friesland, 1511-1512 OG nr. 54; 1512 B nr. 56
Oost-Friesland, Edzard van, 1506, 1510 OG, OB nrs. 53-55
Onsta, Abel, 1561 contrazegel B nr. 105
Peppink, H., 1828 OB nr. 1603
Piccardt, Henric, 1677 OG nr. 888
Piccardt, Jan, 1729 OB nr. 744
Polman, A., 1644 OG nr. 862
Raad van State, 1576 OB nr. 173; 1594 OB nr. 1052
Reyde, Jan van, 1618 OB nr. 596
Rengers, Dutmar, 1561 B nr. 108; 1571 OG nr. 132
Rengers, Edzard, 1571 OG nr. 132; 1575 G nr. 146; 1576 B nr. 149; 1577 B nr. 185
Rengers, Johan, 1597 OB nr. 762
Rengers, O.J., 1643 OG nr. 858, OB nr. 861; 1654 OR nr. 704
Rengers, Zeyno, 1560 G nr. 101
Rengers, Coenraad van, 1598 OB nr. 762
Ripperda, B., 1506 OB nr. 27
Ripperda, Haye, 1435 B nr. 45
Ripperda, Hero Mauritsm 1630 G nr. 574
Ripperda, Jakob, 1579 OB nr. 224
Ripperda, Joachim, 1597 OB nr. 751
Ripperda, J., 1654 OB nr. 704
Ripperda, Maurits, 1561 G nr. 108
Rippert, abt van Aduard, 1371 B nr. 11
Robles, Casper de, 1576 OB nr. 298
Royen, A.J. van, 1840 OG nr. 1530
Saksen, Georg van, 1502-1506 OB, 1515 OG nr. 27
Saksen, Hendrik van, 1502 OB nr. 27
Schaffer, B., 1632 OR nr. 823
Sickinghe, J., 1639 OB nr. 856
Sickinghe, F., 1643 OB nr. 858; 1654 OG nr. 704
Sickinghe, Peter, 1575 R nr. 143
Stad en Ommelanden, 1622 OG nr. 825; 1787, 1788, 1790 OB nr. 378; 1787-1794 OG nr. 584
Stallmeister, J., 1640 OG nr. 576
Starkenborgh, zie Tjarda van Starkenborgh
Staten-Generaal, 1581 B nr. 252; 1597 OB nr. 762, B nr. 761; 1599 B nr. 763, G nr. 764; 1640 G nr. 848; 1644 OG nr. 861, 862; 1645 OG nr. 863; 1649 G nr. 873; 1655 G nr. 706; 1659 G nr. 712; 1663 OB nr. 714; 1666, 1667, 1669 OG nr. 714; 1667 OG nr. 883; 1732-1736 OG nr. 720; 1787 OG nr. 378; z.j.
Sterrevelt, Adr. van, 1670 OR nr. 887
Tamminga, Onno, 1643 OR nr. 858; 1652 OG nr. 877; 1654 OG nr. 704; 1677 OG nr. 1281
Tamminga, S., 1643 OG nr. 858
Tasma, Harmen, 1595 OG nr. 858
Tissingh, Gerardus, 1577 G nr. 182
Tiaden, G., 1643 OB nrs. 858, 861
Tyaersma, Wyet, 1510, 1511, B nr. 47
Tiacke, cureet te Loppersum, 1432 OR nr. 44
Tjarda van Starkenborgh, Johan, 1589, 1590 OG nr. 266; 1597 OB nr. 751
Tjarda van Starkenborgh, Ludolf, 1735 OG nr. 744; 1736 OG nr. 720; 1737 OG nr. 744
Tjarda van Starkenborgh, L., 1643 OR nr. 858
Tuuk, Van der, 1807 OR nr. 1534
Ubbena, 1632 OG nr. 823
Utrecht, kapittel van de metropolitane kerk, 1594 G nr. 759
Uulford, persona te Baflo, 1425 B nr. 42
Velthuisen, Hindrick, 1579 OG nr. 230; 1583 OB nr. 266
Verrutius, H., 1589 OG nr. 266
Vredewold, 1561 R nr. 105
Walcko, cureet in de Marne, 1375 B nr. 40
Welvelde, (Van?), 1825 OG nr. 1529
Werninck, Gerhardus, 1562 B nr. 101, 110
Westerambt-Fivelgo, 1431 B nr. 43; 1482 G nr. 25
Westergo, 1361 B nr. 10
Willem II, stadhouder, 1648 OG nr. 863
Willem IV, Carle Hendrik Friso, 1733-1747 OG nr. 747; 1739, 1749 OB nr. 1038; 1743, 1746, 1751 OG nr. 377
Willem V, 1773-1794 OB nr. 1038; 1774-1789 OG nr. 747; 1775, 1782, 1787, 1789, 1791 OG nr. 378; 1789 OG nr. 1038
Willem Frederik, 1662 OB nr. 880, 1075
Willem Lodewijk, 1588 OG nr. 276; 1594 OB nr. 286; 1595 OB nr. 1273; 1610 OG nr. 700
Wisses, H. (?), 1797 OB nr. 909
Wolfsen, Henricus, 1662 OB nr. 541
Wolthers, 1732 OR nr. 720
Woltherus, J., 1643 OG nr. 861
Wychgel, H.L., 1825 OB nr. 1529
Wychgel, L.H., 1825 OG nr. 1529
Zandt, Asserus, 1595 OG rn. 758
Zijl, Peter van, 1566 OB nr. 113
Zollern, douairère zu, 1666 OG nr. 1075
Zutphen, Gelre en, 1633 OB nr. 854
Onbekende zegels, 1737 OG nr. 1339; 1787 OG nr. 378
laatste wijziging 17-09-2023
1.934 beschreven archiefstukken
13 gedigitaliseerd
totaal 2.879 bestanden
Mijn Studiezaal
Favoriet of een notitie maken
Stel een vraag of plaats een opmerking op de tijdlijn
Reageren
organisatie_link-svg Stuur een reactie naar Groninger Archieven
Delen
OPEN DATA Bekijken op OpenData
Doorsturen per email
Printen

Kenmerken

Beschrijving:
Inventaris der Ommelander Archieven
Bewerker:
W.J. Formsma
Behoort tot collectie:
Rijk
Laatste Publicatie:
1962
Laatste uitvoer:
09-04-2021
Omvang:
39 bladen 76 charters 52,12 m standaardarchiefberging
Licentie:
CC0 1.0 Public Domain Dedication
Categorie:
  • Algemeen bestuur en Politiek
Archiefvormer(s):
 
Archiefvormer De Coöperatieve Landbouwvereniging "De Oosterhoek" G.A., 1925 - 1970
 
Archiefvormer Frederici, dr. Hieronymus
 
Archiefvormer Gecommitteerde raden der Ommelanden, 1558 - 1795
 
Archiefvormer Hoofdmannenkamer, 1375 - 1748
 
Archiefvormer Intermediair administratief bestuur der Ommelanden, 1798 - 1799
 
Archiefvormer Klooster te Aduard, 1192 - 1594
 
Archiefvormer Landbouwvereniging Oosterhoek-Farmsum, 1970 - 1987
 
Archiefvormer Municipaliteit der Ommelanden, 1798 - 1804
 
Archiefvormer Provisionele administrateurs der Ommelander Kas, 1804 - 1862
 
Archiefvormer Representanten des volks der Ommelanden, 1795 - 1798
 
Archiefvormer Staten der Ommelanden, 1558 - 1795
 
Archiefvormer Warven, de, 1444 - 1750
laatste wijziging 17-09-2023
1.934 beschreven archiefstukken
13 gedigitaliseerd
totaal 2.879 bestanden
  • facebook
  • instagram
  • Vimeo
  • youtube
  • linkedin

Contactinformatie

Bezoekadres

Cascadeplein 4
9726 AD Groningen

050 599 2000

Postadres

Postbus 30040
9700 RM Groningen

info@groningerarchieven.nl

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy
  • Contact
  • Pers