Zoek op de website

Oplichter maakt misbruik van ellende in Rotterdam

Een dorpsgezicht van Holte, 1974. Foto: M.A. Douma (818-7059). Een dorpsgezicht van Holte, 1974. Foto: M.A. Douma (818-7059).

Begin juli 1940 ging er in Holte, Bellingwolde en dorpen in de omgeving een man bij de huizen langs die mappen met schrijfpapier te koop aanbood. Deze Johan Herman Kraaijenbrink (45) vertelde dat hij eigenlijk elektromonteur was, en een goeie baan had bij het gemeentelijk elektriciteitsbedrijf van Rotterdam, tot het Duitse bombardement van 14 mei alles vernielde. Bij dat bombardement, zei hij, was hij twee vingers kwijtgeraakt. Daarom droeg hij zijn hand nog in verband. Ook zouden er nog twee kogels in zijn been zitten. Hij was naar Winschoten gelopen, maar kreeg onderweg hoge koorts, zodat hij daar een poos in het ziekenhuis gelegen had, waar dokter Hommes hem behandelde. Deze arts zou de kogels nog uit Kraaijenbrinks been verwijderen.

Bij de huizen in Holte e.o. vertelde Kraaijenbrink dat hij de opbrengst van de mappen met schrijfpapier deels aan de vrouw van dokter Hommes gaf. Zij kocht er dan kleren van, bestemd voor Rotterdammers die alles verloren bij het bombardement en waarvan hij de namen en adressen kende. Terwijl Kraaijenbrink zijn verhaal deed, biggelden de tranen hem nogal eens over de wangen. In elk geval was het zo overtuigend, dat de vrouwen die hem te woord stonden, diep ontroerd raakten en en hem uit medelijden een gulden of zelfs drie gulden voor een map gaven, terwijl de inkoopprijs daarvan slechts achttien cent bedroeg.

Luchtfoto van Rotterdam na het bombardement op 14 mei 1940. Collectie OVCG (2219-2163). Luchtfoto van Rotterdam na het bombardement op 14 mei 1940. Collectie OVCG (2219-2163).

Toen de lokale veldwachter navraag ging doen, bleek Kraaijenbrink het geld echter helemaal niet af te dragen, maar voor zichzelf te gebruiken! Hij werd gearresteerd, en weldra bleek dat hij al elf keer veroordeeld was,  met name wegens oplichting. Zijn vingers was hij ook niet kwijtgeraakt bij het bombardement, maar al twaalf jaar eerder. Hij droeg zijn hand alleen maar in verband om zijn verhaal geloofwaardiger te maken.

Voor de Groninger Arrondissementsrechtbank, op 8 augustus, ontkende Kraaijenbrink verhalen over een hulpactie te hebben opgedist. De mensen zouden hem wat dat betreft verkeerd hebben begrepen. De officier noemde zijn geval echter “buitengewoon ergerlijk en gemeen” en eiste anderhalf jaar gevangenisstraf. Een sanctie die de rechtbank nog te licht vond: die veroordeelde Kraaijenbrink wegens oplichting tot twee jaar cel.

Het vonnis van de Arrondissementsrechtbank Groningen van 22 augustus 1940 (2688-2705-613a). Het vonnis van de Arrondissementsrechtbank Groningen van 22 augustus 1940 (2688-2705-613a).

Kraaijenbrink ging in beroep en op 26 september kwam zijn zaak voor het Gerechtshof in Leeuwarden. Ook daar bleef hij ontkennen, sterker nog, net als bij de deuren van Holte en omgeving barstte hij in tranen uit. Maar de president van het hof trapte daar niet in. “U kunt uw krokodillentranen wel thuis laten”, zei die, “want die maken op ons geen indruk!”  

Dat zou blijken ook, want het hof  veroordeelde deze hardnekkige oplichter, die de ellende van Rotterdammers voor eigen gewin misbruikte, eveneens tot twee jaar cel.

Openbaarheidsmaand

Elk jaar op 1 januari maken we een groot aantal stukken openbaar die tot dan toe onder embargo waren. Daar zijn ook elk jaar dossiers van de Arrondissementsrechtbank Groningen bij. De strafdossiers uit 1940, waaronder dat over oplichter Kraaijenbrink, zijn vanaf nu te raadplegen in de studiezaal. Let bij het aanvragen wel even op de langere levertijd die voor dit archief geldt.

Lees hier meer over de openbaarheidsmaand

Bronnen:

  • Toegang 2688 Arrondissementsrechtbank Groningen inv.nr. 2705, het dossier genummerd 613 A. m.b.t. Johan Kraaijenbrink te Rotterdam (augustus 1940).
  • Berichten in het Nieuwsblad van het Noorden d.d. 8 en 22 augustus, 27 september en 10 oktober 1940 en de Winschoter Courant van 10 augustus 1940.