Zoek op de website

Stuk van de maand februari

Medewerkers van de Groninger Archieven tonen hun favoriete stuk uit onze collectie. Deze maand vertelt Jan van den Broek, oud gemeentearchivaris en vrijwilliger, over een brief uit 1574 over het doofstomme meisje Hille.

Brief van het Groninger stadsbestuur uit 1574 (2100-16.2, fol. 350v-351r.) Brief van het Groninger stadsbestuur uit 1574 (2100-16.2, fol. 350v-351r.)

Sociale werkvoorziening in de 16e eeuw

In het brievenboek van de Groninger stadssecretaris Egbert Alting stuitte ik op een brief over een thema waarover we in de overheidsarchieven vrijwel nooit iets lezen. Heel frappant, het geeft een inkijkje in een deel van de historische werkelijkheid dat meestal buiten beeld blijft. Er is altijd wel zorg geweest voor de zwakkeren in de samenleving, maar hoe dat in de praktijk werkte, daar hebben we geen idee van! Ook het geval van de doofstomme Hille Kistemaker is ons alleen bekend doordat het Stadsbestuur geprobeerd heeft onderdak en werkgelegenheid voor haar te vinden in het klooster in Heiligerlee. Tevergeefs overigens. En dat terwijl je zou verwachten dat een verzoek van de heren burgemeesters en raad van Groningen zo ongeveer gelijk stond met een bevel!

Hertaling:

Aan de eerwaarde heer Stefanus Vos van der Elburg, proost te Heiligerlee in het Oldambt, de priorin, subpriorin, senioren en conventualen, onze dierbare vrienden.
Om te beginnen groeten we u vriendelijk en wensen u alle goeds.
Eerwaarde heer en dames,
Men heeft ons om troost en hulp verzocht voor een weeskind dat Hille heet en de dochter is van wijlen Hinrick Kistemaker, in leven burger van onze stad. Het meisje is ijverig en handig genoeg voor boeren- en ongeschoold werk zoals karnen, melken, wassen, schuren, spinnen en dergelijke. Ze zou ook nuttig kunnen zijn voor uw convent, maar doordat God haar helaas met stom- en doofheid heeft getroffen zal ze niet zo gauw werk kunnen vinden bij een burger of gewone boer.
We zouden u eerwaarden daarom vriendelijk willen vragen dat het arme en ellendige weesmeisje in uw convent voor de tijd van haar leven mag  worden onderhouden in ruil voor de diensten en het werk die ze kan verrichten.
We gaan ervan uit dat u niet zult weigeren een dergelijk gering verzoek in te willigen, maar, integendeel, daaraan vanwege de liefde en de beloning van de Almachtige zult willen voldoen.
In dit vertrouwen hebben we haar zuster Grete – die zelf ook armlastig is – en haar deze brief meegegeven. U eerwaarden zult wel zo goed zijn hen en de brief te willen ontvangen op de manier die wij van u verwachten.
We bevelen u allen aan de almachtige God aan.

Geschreven onder ons kleinzegel, 4 juni 1574.
Burgemeesters en Raad van de stad Groningen

In het Latijn heef Egbert Alting hierbij aangetekend:
‘Deze brief is door de proost teruggestuurd daar hij – tegen al onze verwachtingen in – toch heeft geweigerd het meisje aan te nemen en het verzoek van de Raad heeft afgewezen.’