Zoek op de website

13. Nieuwe initiatieven 1594-1650

Toch had de opname van Groningen en Groningerland in de Republiek der Verenigde Nederlanden ruimte geschapen voor nieuwe ontwikkelingen.

Als provincie namen Stad en Lande deel aan de activiteiten van de West-Indische Compagnie, samen besloten zij een instelling voor hoger onderwijs op te richten en samen organiseerden ze de verbetering van de infrastructuur en de inrichting van een systeem van openbaar vervoer in het gewest.

Terwijl de Ommelander heren hun energie vooral staken in onderlinge rivaliteit en het bestrijden van de stadsbestuurders was het toch vooral de stad Groningen die van de nieuwe mogelijkheden profiteerde. Gesteund door ruime subsidies uit Den Haag besloot men de vesting te moderniseren en tegelijkertijd het oppervlak van de stad te vergroten.

In dezelfde periode begon de stad met de grootschalige ontsluiting en exploitatie van de venen in het Gorecht en het Oldambt.

Ook andere initiatiefnemers beproefden er hun geluk, maar de stad slaagde erin de regie in eigen hand te houden. Ze deed dit vooral door zelf de infrastructuur aan te leggen en het beheer ervan te voeren.

Deze ontwikkeling had niet alleen gunstige gevolgen voor de stedelijke en gewestelijke economie, ze veranderde ook voorgoed het aanzien en de structuur van het gewest.

Op de plaats waar eeuwenlang uitgestrekte, onbewoonbare en ontoegankelijke hoogvenen hadden gelegen kwam een geheel nieuwe wereld tot stand.

Er ontstonden grote nederzettingen als Veendam, Wildervank, Hoogezand, Sappemeer en de Pekela’s.

Hier vonden vele immigranten een nieuw bestaan en kwamen vele takken van nijverheid tot bloei die elders in Groningerland niet of nauwelijks voorkwamen.

Lees verder...