Zoek op de website

5. Kloosters en hoofdelingen 1200-1300

Groningerland was 1000 jaar geleden een gebied dat kansen bood.

Wie de moed had om stevig aan te pakken en in staat was door te zetten kon grote gebieden bruikbaar en bewoonbaar maken.

Het zijn vooral de kloosters geweest die op dit terrein veel succes hebben gehad.

Rond 1200 vestigden zich hier de eerste kloosterorden die een grote aantrekkingskracht hadden op de bevolking van de streek.

Velen sloten zich bij de kloostergemeenschappen aan.

Tegel afkomstig uit voormalig klooster  Aduard  [818-19919] Tegel afkomstig uit voormalig klooster Aduard [818-19919]

Zo ontstonden grote organisaties die grootschalige ontginningswerken aankonden. De kloosters verwierven op deze manier een landbezit dat in grootte zijn weerga niet had.

Vanwege dit grondbezit en de belangen en rechten die daarmee samenhingen behoorden de kloosteroversten tot de invloedrijkste figuren in de Ommelanden.

In vrijwel alle zijlvestenijen (waterschappen) gaven zij de toon aan.
Omdat er in de Ommelanden geen sprake was van enig van bovenaf geregisseerd gezag organiseerde de bevolking het maatschappelijk leven naar eigen inzicht en op basis van de oude gewoonten.

Tegel afkomstig uit voormalig klooster Aduard [818-19920] Tegel afkomstig uit voormalig klooster Aduard [818-19920]

In principe mocht iedereen meepraten die een bepaalde hoeveelheid grond bezat.

In de Ommelanden was het bezit van een boerderij van minimaal 30 grazen (ongeveer 15 ha) genoeg om mee te beslissen over gemeenschappelijke zaken en om rechter te zijn.

De bezitter van zo’n ‘edele heerd’ werd hoofdeling genoemd.

Lees verder...