Zoek op de website

11.4	De Pompelanden en Ypegat

De ‘Vredewoldertochten’ na het leggen van de Langewolderzeedijk. 1.  Bomsterzijl 2.  Niekerksterzijl 3.  Midwoldemer, Vredewolder, Oxwerder of       Sloterzijl De ‘Vredewoldertochten’ na het leggen van de Langewolderzeedijk. 1. Bomsterzijl 2. Niekerksterzijl 3. Midwoldemer, Vredewolder, Oxwerder of Sloterzijl

Het eigen water van de successievelijk afgedamde vakken van de Woldgeul werd in verschillende richtingen afgevoerd.

Het uit westelijk Vredewold afkomstige water was al eerder vanaf Boerakker noordwaarts afgeleid (het Wolddiep) en het water uit het gebied dat gelegen is tussen Enumatil en de ‘Hornsterslachte’, liep samen met dat van het Lettelberterdiep en het vanuit het zuiden, uit de Drentse venen via het Leekstermeer aangevoerde water, vanaf Enumatil naar het noorden via een daartoe gegraven afwatering (de Oost-Vredewoldertocht).

Na het leggen van de nieuwe Langewolderzeedijk kwam het ‘oostelijke water’ ten westen van Noordhorn via de Oxwerder-, Vredewold(em)er-, Midwold(em)er- of Sloterzijl (allemaal namen voor een en dezelfde sluis!) in de Oude Riet uit, 125 meter ten oosten van de Niekerksterzijl, waardoor het Langewolder water werd geloosd. Even ten oosten van de zijl werd in 1453 de zojuist besproken Nijeslachte gelegd.

De Pompelanden van Zuid- en Noordhorn.  1.  Hornsterslachte 2.  Godekemaslachte 3.  Nijeslachte De Pompelanden van Zuid- en Noordhorn. 1. Hornsterslachte 2. Godekemaslachte 3. Nijeslachte

De voormalige uiterdijkslanden ten noorden van de Hornsterslachte waterden via de oude rivierbedding en andere sloten noordwaarts af. Vóór de aanleg van de Nijeslachte – tot 1453 dus – stroomde het water via een ‘pomp’ (duiker met klep) door de Godekemaslachte in zee uit. Het is niet bekend wanneer die dijk – tussen Frytum en Noordhorn – is gelegd. Aan de pomp in de Godekemaslachte ontleende het hele gebied tussen de Hornsterslachte en Godekemaslachte zijn naam: de ‘Pompelanden’.

Nadat de Nijeslachte was gelegd en dus ook de uitwatering van de Pompelanden vooruit was gebracht, moesten alle landbezitters in het genoemde gebied (hier groen gearceerd)  meewerken en meebetalen aan het onderhoud van de Nijeslachte ‘bij Oxwerderzijl’ en de pomp. Dat blijkt uit een tweetal ongedateerde aantekeningen die we vinden in het handschrift dat ook de eerder besproken teksten bevat."36"

De eerste notitie spreekt over ‘alle diegeene die uuterdijck hebben op den Ham ende op die Meeden, ende op den dijck Langeweersters’, de tweede duidt hen aan als ‘diegeene die landt hebben opt uterdijck van Hamsters, Suijdthormers ende die op de Meeden woonen’. Met ‘de Meeden’ is hier wellicht het westelijke deel van Hoogemeeden bedoeld. De landbezitters ‘op den dijck’ en de Langeweersters zouden we dan misschien aan de Spanjaardsdijk en in het oostelijke deel van Hoogemeeden kunnen plaatsen.

Het manuscript waaruit het voorgaande is geput, bevat opmerkelijk veel teksten over het onderhoud van de Nijeslachte, vooral over de plekken waar men zoden zou kunnen steken voor het repareren of verbeteren van de dijk. Dat zou te maken kunnen hebben met de bijzondere kwetsbaarheid van deze dam. Het is bekend dat de vloed in trechtervormige estuaria ook onder normale omstandigheden hoog oploopt. Dat was ook in de Woldgeul/Oude Riet het geval. Het waterpeil kon hier bij springvloed nog veel hoger worden, zeker wanneer er een stevige noordwestelijke wind stond en wanneer het hoger op de Noordzee langdurig hard had gewaaid. Door de opstuwing vanuit zee zullen er meer dan eens gevaarlijke situaties zijn ontstaan.

Ongetwijfeld is het deze opstuwing geweest die de oorzaak is geweest van de doorbraak van de Langewolderzeedijk waarvan we het resultaat nog altijd kunnen zien: de kolk bij Ypegat. Deze bevindt zich in de oksel van de Nijeslachte en de Langewolderzeedijk (ter plaatse van de huidige N355), direct ten oosten van de plaats waar de Sloterzijl heeft gelegen.

Sporen van de Nijeslachte en een dijkdoorbraak bij Ypegat Sporen van de Nijeslachte en een dijkdoorbraak bij Ypegat

In een geëgaliseerd perceel ten noorden van de N355 heeft de Nijeslachte een gebogen spoor achtergelaten, dat op Google Earth vaag zichtbaar is (linkerplaatje). Wanneer we de hoogtekaart en oude kadasterlijntjes toevoegen wordt het patroon duidelijker (rechterplaatje). Tussen de N355 en de Oude Riet ligt de huidige Balmahuisterweg even ten westen van de Nijeslachte.

De hoogtekaart laat zien dat de kolk die door de dijkdoorbraak is geslagen veel groter is geweest dan het poeltje dat in het begin van de negentiende eeuw als een blauw vlekje op de kadasterkaart werd ingetekend. De vreemde kronkel in het tracé van de Rijksstraatweg hangt ongetwijfeld met deze kolk samen.

Huis ‘De Kolk’ bij Ypegat Huis ‘De Kolk’ bij Ypegat

De dijkdoorbraak die de kolk bij Ypegat heeft veroorzaakt moet volgens Ligterink omstreeks 1548 hebben plaatsgevonden, ‘want in dat jaar probeerde Hiddo Jensema van zijn verplichtingen tot onderhoud van de Balmahuisterdijk af te komen’."37"

Ik kan moeilijk geloof hechten aan deze datering, noch aan het verhaal dat Ligterink daarbij vertelt. Er is een uit c. 1565 daterend verhaal over de beide zijlen (Niekerksterzijl en Sloterzijl) die vlak bij deze plek hebben gelegen. Volgens dat relaas zijn beide zijlen in het jaar 1554 dichtgeslibd. Met geen woord wordt gerept over een dijkdoorbraak die enkele jaren tevoren zou hebben plaatsgevonden, wel over het feit dat opslibbing op die plek in geen 80 of 90 jaar tot problemen had geleid. Wanneer de dijk in 1548 werkelijk doorgebroken zou zijn, zou dit ongetwijfeld in het verhaal zijn vermeld.

Wanneer kan de inbraak dan wel hebben plaatsgevonden? Naar mijn idee moet het gebeurd zijn nadat de aanleg van de Nijeslachte (1454) de opstuwing op deze plek had bevorderd en vóór c. 1470. Dit laatste jaar is afgeleid van het genoemde verhaal van c. 1565, waarin wordt teruggekeken op de gang van zaken over een periode van ongeveer 85 jaar vóór 1554 en waarin geen dijkdoorbraak wordt vermeld. Er was in 1554 blijkbaar geen levende ziel meer die zich deze inbraak kon herinneren.

De kolk bij Ypegat is grotendeels dichtgestort. Nico Attema schreef in het nulnummer van het blad van de Historische Kring Zuidhorn (2010) een artikeltje over het Ypegat. Hij maakt daarin melding van het storten van afval door Smid en Hollander in Hoogkerk. Van het eertijds veel grotere gat is slechts een kleine poel overgebleven.

 Poel bij Ypegat Poel bij Ypegat

36.

GrA T713-2 fol. 125-125v, 137v.

37.

Ligterink, Tussen Hunze en Lauwers, 66. Ligterink baseert zich op een op 11 januari 1548 gedateerde verklaring van Hiddo Jensema in het al eerder genoemde register GrA T713-2 fol. 130-131. Het gaat in deze tekst om de zgn. ‘meendelen’ in de Nijeslachte. Ligterinks interpretatie van deze bron lijkt me erg speculatief. De datering ‘omstreeks 1548’ is overgenomen door P.Th.F.M. Boekholt e.a., Geschiedenis van Zuidhorn (Zuidhorn 1986), 28, en Nico Attema, ‘Ypegat, overblijfsel van een vergeten dijkdoorbraak’, in Historische Kring Zuidhorn, december 2010, 10-15.