Zoek op de website

4.5	Tussen Harssens en de Mude

‘De sone tusschen den abt van Adewert ende Go ende Woltsat 1364’ (‘de verzoening tussen de abt van Aduard, Go en de bewoners van het Wold 1364’) ‘De sone tusschen den abt van Adewert ende Go ende Woltsat 1364’ (‘de verzoening tussen de abt van Aduard, Go en de bewoners van het Wold 1364’)

De zojuist besproken regeling van 1332 was bedoeld om de afstroom van het Drentse water door middel van ebzijlen te beheersen. Het was echter niet meer dan een second best oplossing.

Nadat in 1338 de vrede tussen de Groningers en hun buren gesloten was, brak in de jaren veertig de pest uit. Daardoor duurde het nog even alvorens de plannen voor een zeewerende sluis ten noorden van de prefectuur uit de ijskast kwamen.

Bovendien moest eerst een oude ruzie worden opgelost tussen Aduard en de inwoners van de woldlanden (Drenterwolde en de Acht Zijlvesten). Er zijn geen bronnen die ons over de aard van dat conflict berichten, maar het lijkt erop dat de ‘woldsaten’ van mening waren dat Aduard meer moest doen om het Drentse water te beheersen.

De twistende partijen legden hun ruzie voor aan de burgemeesters van Groningen, die in 1364 uitspraak deden."30" In de akte van verzoening (‘de sone’) bevestigden ze de in 1285 getroffen regeling over de zuidwending bij Geraldeswere en de dam in de Groeve en verklaarden, dat er – in overeenstemming met een al eerder (omstreeks 1328?) getroffen regeling – een nieuwe sluis moest komen tussen Harssens en de Mude, op een plek die ‘Eckerdisstede’ werd genoemd. Ingevolge de uitspraak moesten de Acht Zijlvesten het voor de sluis benodigde geld bijeenbrengen en aan de abt geven, die vervolgens voor de bouw zou zorgen. Na de voltooiing van het kunstwerk bij Eckerdisstede moesten de abt en het convent van Aduard met hulp van de Acht Zijlvesten een ‘waterscutte of nortpant, dat in de volkstaal knipe wordt genoemd’ bouwen op een door de arbiters aan te wijzen plaats en volgens specificaties die door hen zouden worden vastgesteld. Abt en convent zouden daarna zelf ‘voor eeuwig’ verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van deze ‘knijpe’.

De regeling van 1285 hebben we al eerder bestudeerd:"31" het ging toen om de beheersing van het veenwater dat los kwam door de exploitatie van de kloostervenen bij Everswolde, aan de oostzijde van de Hunze bij Zuidlaren. Toen zagen we al dat de inhoud van die regeling verduidelijkt wordt door de interpretatie die er in 1364 van is gegeven.

 Is de Knijpe bij Zuidlaarderveen gebouwd op grond van de uitspraak van 1364? Is de Knijpe bij Zuidlaarderveen gebouwd op grond van de uitspraak van 1364?

Eerder zagen we ook al dat de mogelijkheid is geopperd dat de hier afgebeelde ‘knipe’ ten oosten van Zuidlaren de piscatura is die in de akte van 1285 wordt genoemd."32" Dat is onwaarschijnlijk, want uit die tekst kunnen we opmaken dat de bewuste ‘viskenij’ op de zuidelijke grens van het Aduarder land en de marke van Zuidlaren moet hebben gelegen. De ‘knip’ op deze plattegrond, die in 1676 getekend is door de landmeter Hendrik Bierum, ligt een flink stuk verder naar het noorden.

Zou het kunnen zijn dat het kunstwerk dat op deze oude kaart is afgebeeld – en waaraan De Knijpe bij Zuidlaren zijn naam ontleent – is gebouwd als uitvloeisel van de uitspraak van 1364? Zoals we zagen moesten abt en convent van Aduard een ‘waterscutte sive nortpant quod nunc vulgariter dicitur Knipe’ (‘een waterscutte of nortpant dat tegenwoordig in de volkstaal Knipe genoemd wordt’) bouwen op een nog door arbiters aan te geven plaats. Daaruit volgt dat de kering ergens anders moest komen dan op de plaats van de oude Geraldeswere. Misschien mogen we het woord ‘nortpant’ interpreteren als ‘noordelijke pending’, hetgeen dan zou wijzen in de richting van de plek die nu nog De Knijpe heet.

Echte zekerheid is er niet, maar de strekking van het verhaal is wel duidelijk: Aduard deed naar het oordeel van de ‘lagelanders’ te weinig om het Drentse water te beteugelen, de Acht Zijlvesten moesten geld bijeenbrengen waarmee Aduard op zijn grond beneden de Mude een nieuwe zijl zou bouwen die verder door Wold en Go ‘en degenen die tot hun zijlvest behoren’ zou worden onderhouden,"33"en Aduard moest – met assistentie van de Acht Zijlvesten – bij Everswolde een nieuwe kering maken en die vervolgens zelf onderhouden. Duidelijker kan de wederkerige betrokkenheid van de ‘bovenstroomse’ en ‘benedenstroomse’ partijen niet tot uitdrukking komen.

 Nog eens de locatie van de ‘knip’ en de ‘were’ van 1285 Nog eens de locatie van de ‘knip’ en de ‘were’ van 1285

De locatie van de door Bierum in 1676 getekende ‘Knip’ (tegenwoordig ‘De Knijpe’) is aangegeven met een witte cirkel), de Geraldeswere van 1285 met een blauw rondje.

Het opstuwen van het Hunzewater was voor de lager gelegen gebieden van groot belang. De akte van 1285 bepaalde dat de inwoners van die gebieden daartoe op vreemde bodem maatregelen mochten of moesten nemen. Later zal blijken dat deze belanghebbenden zich verplichtten om op dit terrein samen te werken. We horen daarover in het reglement van de

Drie Delfzijlen (1317"34" en een tekst uit 1343"35". In het bijzonder ‘de Knijpe’ bleef een bron van onenigheid. Daarvan getuigt de overeenkomst die de Acht Zijlvesten en abt en convent van Aduard in 1402 troffen en waarbij zij hun geschillen met betrekking tot de Knijpe onderwierpen aan de pastoors Bertold Buninge en Johan Everdes en burgemeesters en raad te Groningen."36" Ook later nog is sprake van de verplichting van Groningers en Ommelanders om mee te werken aan het ‘houden van de panden’ in Drenthe. Dat is het geval bij de inlating van het Oosterhamrik in 1424,"37" in de ‘Fokko Ukenakeuren’ van 1427"38" en bij de inlating van het Groninger Westerhamrik (1434)."39"

We komen daarover later nog te spreken.

De verzoening tussen de abt van Aduard enerzijds en de ‘woldsaten’ anderzijds had de weg vrijgemaakt voor de bouw van een nieuw kunstwerk tussen de Mude en Harssens. De belanghebbenden maakten daarover nadere afspraken, die zijn vastgelegd in een akte van 6 mei 1365.

Groningen, Wold en Go, de Acht Zijlvesten en Fivelgo maken afspraken voor nieuwe zijlen bij Harssens (1365) Groningen, Wold en Go, de Acht Zijlvesten en Fivelgo maken afspraken voor nieuwe zijlen bij Harssens (1365)

We zullen nu de vertaling bekijken van de nieuwe afspraken die in 1365 werden gemaakt.

OGD I 537 (6 mei 1365"40"

 

De overheden en ingezetenen van Groningen, Wold en Go, de Acht Zijlvesten en Fivelgo sluiten een overeenkomst betreffende het maken van een waterlossing, de Mude genaamd, tussen Harssens en Mude.

[1]

Aan alle Christengelovigen die dit zullen zien of horen, maken wij, raadsheren en hele gemeenschap van de stad Groningen, de gezworenen, etthen genaamd, en hele gemeenschap van Wold en Go, en allen die tot ons zijlvest behoren, alsmede alle rechters en de hele gemeenschap van de Acht Zijlvesten en het hele land Fivelgo, bekend en verklaren hierbij met stelligheid dat wij een overeenkomst hebben getroffen in die zin ...

Het is op zijn minst opmerkelijk dat Hunsingo niet bij deze overeenkomst betrokken is. Komt dat misschien doordat zij een uitwerking is van de uitspraak van 1364, waarbij Aduard partij was?

[2]

... dat de plaats waar wij een zijl, Muthe genaamd, zullen plaatsen, bouwen en situeren, moet zijn tussen(1) de parochie die Harssens heet en de oude plaats die vroeger Muthe werd genoemd, op zo’n manier, dat de waterlopen van beide rivieren, zowel de westelijke als de oostelijke(2), door de genoemde zijl worden af- of ingesloten,

  1. Latijn: inter. In de akte van 1364 staat dat de nieuwe zijl infra Harssens en de Mude moest komen. Het woord infra is dubbelzinnig: in het klassiek Latijn betekent het ‘onder’, in het middeleeuws Latijn betekent het doorgaans ‘binnen’.
  2. Met de westelijke rivier wordt de benedenloop van de Drentse A bedoeld, de oostelijke rivier is de Hunze.

[3]

met de volgende voorwaarden daaraan verbonden dat, nadat die zijl is geplaatst, gebouwd en bevestigd, vanaf dat moment de gezworenen en gemeenschap van Wold en Go en allen die tot hun zijlvest behoren de genoemde zijl, Muthe genaamd, voor altijd stevig en in perfecte staat moeten houden en bewaken met eigen inspanning, bijdragen en kosten.

[4]

Bovendien, als iemand, van welke klasse of staat hij ook moge zijn, ons zal hinderen bij het bouwen of vestigen van de genoemde zijl, of ons op enigerlei wijze zal lastig vallen, of, nadat de zijl is geplaatst, gebouwd en bevestigd, hem zal vernielen of met verloop van tijd zal proberen hem gedeeltelijk of geheel te vernielen, dan zullen wij, raadsheren, gezworenen en rechters samen met al onze genoemde gemeenschappen gezamenlijk en hoofd voor hoofd de zijl verdedigen.

[5]

Bovendien willen wij en zijn wij van oordeel dat de zijl met de bijbehorende dijken en de gezworenen, etten genoemd, die de vergadering bezoeken, de werkers en de bewakers van de zijl die vrede en voorwaarden moeten genieten, welke de gezworenen, werkers en wachters van de zijl der Winsumers genieten, zoals ruimer omschreven staat in hun brief die daarover is opgemaakt.

[6]

Tot getuigenis van deze zaak hebben wij verzocht dat deze akte met de zegels van de raadsheren in Groningen en van het landschap Fivelgo wordt bevestigd.

[7]

En wij, raadsheren en rechters van Fivelgo, gehoor gevend aan de verzoeken van voorgenoemden, hebben gemeend tot meerdere zekerheid van het voorgaande onze zegels aan deze akte te moeten hechten.

[8]

Van deze akte zijn vier gelijke exemplaren geschreven, waarvan één voor de burgers in Groningen, één voor het land Fivelgo, een derde voor de inwoners van Wold en het vierde voor de inwoners van Go.

[9]

Gegeven en gedaan in het jaar des Heren 1365, op de dag van Sint Jan voor de Latijnse poort.(1)

  1. 6 mei 1365.

 

 Nieuwe zijlen in de Paddepoel Het zijltje is ingetekend op de door Siemens aangewezen plaats in het Dwarsdiep; het pijltje wijst naar de in de aktetekst van 1365 bedoelde plaats ‘tussen Harssens en de Mude’. Nieuwe zijlen in de Paddepoel Het zijltje is ingetekend op de door Siemens aangewezen plaats in het Dwarsdiep; het pijltje wijst naar de in de aktetekst van 1365 bedoelde plaats ‘tussen Harssens en de Mude’.

B.W. Siemens meende dat de afspraken van 1365 hebben geleid tot de bouw van nieuwe zijlen in het Dwarsdiep, een watergang die men bij deze gelegenheid zou hebben gegraven om meteen ook de grote rivierkronkel langs Adorp af te snijden."41" Deze plek bood ook het voordeel dat men het kunstwerk in een droge bouwput in elkaar kon zetten en pas na de voltooiing daarvan het water kon laten stromen.

Deze locatie zou kunnen passen bij hetgeen de Groninger burgemeesters in 1364 hadden verordonneerd, toen zij als arbiters een einde maakten aan het geschil tussen Aduard enerzijds en de Acht Zijlvesten, Drenterwolde en Go anderzijds. Ze hadden toen bepaald dat de zijl op een plek ‘infra’ Harssens en de Mude, Eckerdisstede genaamd, moest komen. Wanneer je het voorzetsel infra als ‘beneden’ interpreteert klopt de door Siemens aangewezen plaats. In mijn Kronkelend verhaal heb ik deze zienswijze gevolgd."42"

Hierboven, in het commentaar bij passage 2 van de akte van 6 juni 1365, heb ik echter aangetekend dat het woord infra in het middeleeuws Latijn zowel ‘onder’ als ‘binnen’ kan betekenen. Het in de akte van 6 juni 1365 gebezigde voorzetsel (inter) daarentegen is niet voor meerderlei uitleg vatbaar. Het woord betekent eenduidig ‘tussen’ en het gebruik ervan in deze context maakt aannemelijk dat we het woord infra in het stuk van 1364 ook eerder als ‘tussen’ dan als ‘beneden’ moeten interpreteren.

Volgens de akte van 1365 moest de nieuwe zijl dus gelegd worden tussen ‘de parochie die Harssens heet en de oude plaats die vroeger Mude werd genoemd’, en wel op zo’n manier dat zowel het Westerdiep (de Drentse A) als het Oosterdiep (de Hunze) erdoor werden geleid.

Ik kan niet goed verklaren hoe mij dit heeft kunnen ontgaan toen ik bezig was met mijn Kronkelend verhaal. Een nadere bestudering van de hoogtekaart en het nog eens in ogenschouw nemen van de situatie in het veld hebben me echter doen twijfelen aan de juistheid van Siemens´ verhaal, waarna herlezing van de akte van 1365 duidelijkheid bracht.

Zowel de hoogtekaart als het terrein laten zien dat de waterwerken van 1365 sporen hebben nagelaten die ook nu nog duidelijk herkenbaar zijn. We zien ze vlak ten noorden van de (Oude) Mude, daar waar Drentse A en Hunze bij elkaar kwamen.

Alvorens we de hoogtekaart bekijken schenken we even aandacht aan de directe omgeving van de Oude Mude.

Kloosterland bij de Mude Kloosterland bij de Mude

Landerijen van Aduard zijn aangegeven met een roodachtige kleur, land van Selwerd is geel.
De (Oude) Mude – de samenvloeiing van Drentse A en Hunze – is gemarkeerd met een rode ring.

Een eigenaardig gevormd perceel bij de Oude Mude

Op deze uit c. 1970 daterende foto zien we links de Paddepoelsterweg, in het midden het tegenwoordig veel grotere melkveebedrijf van de Maatschap Zwakenberg en rechts de Hunze/Selwerderdiepje.

Het op een spuikom lijkende perceel was in 1594 eigendom van Aduard, terwijl het aangrenzende land van het naburige klooster Selwerd was.

Kloosterlanderijen aan de Paddepoelsterweg, ten noorden van Selwerd Kloosterlanderijen aan de Paddepoelsterweg, ten noorden van Selwerd

De kerkelijke en kloostergoederen zijn na 1594 in handen van de wereldlijke overheid gekomen. Het grootste deel ervan werd beheerd door de Provincie stad Groningen en Ommelanden. In de achttiende eeuw zijn alle landerijen opgemeten en in kaart gebracht. Samen vormen de plattegronden de ‘Atlas der Provincielanden’.

Dit plaatje laat een uitsnede zien uit een plattegrond van provinciale landerijen in de Paddepoel, in 1730 getekend door Henricus Teijsinga."43" De rode cirkel geeft de plaats aan van de Oude Mude.

De kloosters Aduard en Selwerd bezaten hier ongeveer evenveel land. Het met de letter D gemerkte perceel is het stuk land waarvan ik hierboven opmerkte dat het de indruk wekt een bij de Oude Mude horende spuikom te zijn geweest. Ook dit stuk grond was van Aduard. Dit is opmerkelijk, omdat de aangrenzende percelen en alle andere die tussen de voormalige loop van de Drentse A en het Selwerderdiepje gelegen zijn, aan Selwerd toebehoorden.

Harssens en omgeving Harssens en omgeving

  1. Dwarsdiep
  2. Selwerderdiepje
  3. Borgterrein Harssensbosch
  4. Harssens

Het terrein van de voormalige borg te Harssens steekt met zijn noordwestelijke hoek in de oude gemeenschappelijke bedding van A en Hunze, die op dit plaatje als een kromme lijn van onder naar boven loopt. Bij de zuidwestelijke hoek van het borgterrein takt het Dwarsdiep in westelijke richting af.

Het reliëf bij de Mude en Harssens op de ‘Showcase AHN-2’ van de Geodienst van de RuG Het reliëf bij de Mude en Harssens op de ‘Showcase AHN-2’ van de Geodienst van de RuG

Dwarsdiep in westelijke richting De foto is gemaakt vanaf de buitenste wal rondom het terrein van de borg Harssens. Dwarsdiep in westelijke richting De foto is gemaakt vanaf de buitenste wal rondom het terrein van de borg Harssens.

Het is niet bekend wanneer het Dwarsdiep is gegraven en dus ook de grote rivierlus langs Adorp is afgesneden.

Oude loop van het Selwerderdiep bij Harssensbosch Oude loop van het Selwerderdiep bij Harssensbosch

We kijken in noordelijke richting.
De rechter oeverwal langs de oude bedding van de Hunze tekent zich duidelijk af.
De oude loop verloor zijn functie door het graven van het Dwarsdiep, waarvan de aanzet links op de foto zichtbaar is.

Mogelijk heeft men in 1365 met het leggen van de zijl tussen Harssens en de Mude niet alleen de vloed willen tegenhouden om op die manier Innersdijk en de andere lage streken boven de zijl in de gelegenheid te stellen hun water te laten afstromen, maar was het ook een poging om benedenstrooms – bij Wierum – wat meer ruimte te scheppen voor de nieuwe waterlossing van Lieuwerderwolde die enkele jaren tevoren onder regie van Aduard tot stand was gekomen. Zie daarvoor het bovenste kaartje op de volgende bladzijde. Als bij afgaand tij de sluis bij Harssens even gesloten bleef, kon die bij Wierum ongehinderd lozen. Met het oog op die mogelijkheid heb ik in het midden van dit kaartje ook de waterloop getekend die in of omstreeks 1360 vanuit de omgeving van Leegkerk en Dorkwerd noordwaarts is gegraven."44"

Een nieuwe zijl tussen Harssens en de Mude Een nieuwe zijl tussen Harssens en de Mude

Ofschoon het niet duidelijk is wanneer het Dwarsdiep is gegraven, heb ik het op dit kaartje ingetekend alsof het in 1365 al bestond.
Voor een goed begrip dienen we het Aduarderdiep en het Van Starkenborghkanaal weg te denken.

Laten we nu nog even nader kijken naar de situatie bij de Mude.

Bij de Mude in de Paddepoel Bij de Mude in de Paddepoel

De hoogtekaart laat vijftig meter ten noorden van de Mude een opmerkelijk reliëf zien. Hier lopen twee laagten met watergangen erin over een afstand van ongeveer 150 meter min of meer parallel aan elkaar. De westelijke laagte is breder dan de oostelijke, maar door de laatstgenoemde loopt het Selwerderdiepje, terwijl in de eerste een eenvoudige sloot ligt.

Het kan haast niet anders of dit zijn sporen van een verdwenen waterstaatkundig kunstwerk: een sluis in de ene arm en een stuw of ‘pending’ in de andere.

 ‘... tussen Harssens en de Mude ...’ ‘... tussen Harssens en de Mude ...’

Was de oostelijke watergang in 1365 de oorspronkelijke bedding en heeft men de zijl gebouwd in een droge bouwput ten westen ervan (links)? Of was het juist andersom (rechts)? Is de westelijke arm de natuurlijke en heeft men in 1365 in de hoge oostelijke oeverwal een bouwput uitgegraven waarin men de nieuwe sluizen heeft gebouwd?

Het laatste is het meest waarschijnlijk. De oeverwal en de westelijke arm lijken samen onderdeel te zijn van een ruime bocht die de Hunze hier maakte; de rechterarm lijkt in de oeverwal te zijn ingegraven. Dat wordt nog beter zichtbaar wanneer we de hoogtekaart nog eens bekijken en wat verder uitzoomen.

De Mude en de Koningslaagte  Het pijltje wijst naar de plaats waar een smalle watergang in de oeverwal is uitgegraven. De Mude en de Koningslaagte Het pijltje wijst naar de plaats waar een smalle watergang in de oeverwal is uitgegraven.

De sporen in het veld doen vermoeden dat het sluisproject van 1364-1365 inderdaad gerealiseerd is. Hoe lang de zijl heeft gefunctioneerd weten we niet, maar het project heeft in elk geval tot gevolg gehad dat de loop van de rivier – nu Selwerderdiepje geheten – blijvend is gewijzigd. Uit de oude kadasterkaart en ook uit de situatie in het veld blijkt dat de rechter (oostelijke) watergang de hoofdstroom is geworden.

Het volgende plaatje laat daarover geen misverstand bestaan.

De zijl van 1365 Het kaartje is gemaakt met behulp van de kadasterkaart van HisGIS.  De oostelijke watergang (waarin het zijltje getekend is) is nu de bedding van het Selwerderdiepje. De oorspronkelijke rivierbedding is gedegradeerd tot een slootje. De zijl van 1365 Het kaartje is gemaakt met behulp van de kadasterkaart van HisGIS. De oostelijke watergang (waarin het zijltje getekend is) is nu de bedding van het Selwerderdiepje. De oorspronkelijke rivierbedding is gedegradeerd tot een slootje.

Het weren van de vloed schiep ruimte voor de afwatering van het binnenland. Dat is de gedachte achter de projecten bij Schilligeham en Harssens.

Wanneer de zeesluizen bij Harssens bij opkomend water dichtgingen, bleef het water in de bedding daarboven op laagwater-peil. Dat betekende voor alle bovengelegen landerijen dat er eigen water geloosd kon worden, mits er vanuit Drenthe niet teveel werd aangevoerd. Dat laatste kon men voorkomen door middel van de Knipe bij Everswolde (Zuidlaarderveen). Bovendien gold wellicht nog de regeling van 1332 en werden gedurende één etmaal per week de ebzijlen bij Redwolde gesloten, zodat de Hunzebedding vanaf die plek tot aan Harssens kon dienen als spuiboezem.

Spuiboezem Redwolde-Harssens Spuiboezem Redwolde-Harssens

Dat de regulering van de waterstand in de rivieren ook van belang was voor de scheepvaart is duidelijk. Wanneer het water niet op de daarvoor in aanmerking komende plaatsen met knijpen en ebzijlen werd vastgehouden, konden de beddingen in droge tijden zo goed als droogvallen en zou vervoer over water onmogelijk zijn.

30.

OGD I 527 (GrA T2100-78.1).

31.

G&DW 2, Aduard, Drenterwolde en de Hunze (1285).

32.

G&DW 2, Aduard, Drenterwolde en de Hunze, hoofdstuk 2.5, ‘Nawerking’.

33.

De regeling van het onderhoud van de zijl bij Eckerdisstede is eerst in 1365 vastgesteld. Zie daarvoor de akte OGD I 537 die we hierna zullen bestuderen.

34.

OGD I 255 (GrA T708-61, reg.nr. 4).

35.

Het betreffende stuk is niet bewaard gebleven, maar in een tekst van 5 december 1424 wordt ernaar verwezen (GrA T708-59 fol. 46, reg.nr. 12).

36.

OGD II 1110 (GrA T2100-107, 30 april 1402.

37.

GrA T708-499 reg.nr. 11.

38.

GrA T2-20 reg.nr. 66.

39.

GrA T708-63 reg.nr. 14.

40.

GrA T708-521 reg.nr. 5. Een transcriptie van de originele Latijnse tekst vindt men in de Bijlagen en op de website van Cartago: http://www.cartago.nl/oorkonde/ogd0537.xml.

41.

Siemens, Dijkrechten en zijlvesten, 42

42.

Van den Broek, Een kronkelend verhaal, 80-86.

43.

GrA T813-1047/9.

44.

Meer over dit thema volgt in G&DW 6, Arbere en het Aduarderdiep, hoofdstuk 6.3, ‘Een nieuwe zijl bij Wierum (1360)’.