Zoek op de website

6.4 	De zijlbrief van het Aduarderzijlvest (1382)

 Uitsnede uit de Aduarder ‘zijlbrief’ van 1382 Uitsnede uit de Aduarder ‘zijlbrief’ van 1382

Het oudste reglement van het Aduarderzijlvest dat we kennen is in originele vorm bewaard gebleven. De oorkonde is onder inventarisnummer 31 opgenomen in het archief van het Aduarderzijlvest.

De beschrijving luidt (GrA T705-31): ‘”Zijlbrief”, akte van overeenkomst over het bestuur van het Aduarderzijlvest en het beheer van de zijl bij de Arbere, 1382. 1 charter.’

Het regest luidt als volgt (T705 regest 3): ‘”Zijlbrief”, akte van overeenkomst tussen de abt en het convent van Aduard, de zijlvesten van Lieuwerderwolde en de zijlvesten van Peize, Roden en Foxwolde over het bestuur van het Aduarderzijlvest en het beheer van de zijl gelegen bij de Arbere.’

Van dit stuk zijn vele afschriften uit verschillende perioden bewaard gebleven. De tekst is niet alleen vanwege zijn inhoud van belang, hij is ook interessant door de verwarring die hij heeft gesticht. Die verwarring duurt nog steeds voort.

Van de originele akte is geen moderne hertaling beschikbaar, er is er alleen een van een jonger afschrift."55" Ofschoon ik geen garantie kan geven voor de juistheid van mijn interpretatie, neem ik mijn weergave van het stuk in haar geheel op.

OGD II 704 (1 mei 1382) "56"

 

Het klooster van Aduard, de zijlvesten van Lieuwerderwolde en die van Peize, Roden en Foxwolde sluiten een overeenkomst over de Aduarder zijl.

[1]

Wij, abt en convent te Aduard, zijlvesten van Lieuwerderwolde en zijlvesten van Peize, Roden en Foxwolde(1)

  1. Eelde doet niet mee,  terwijl de Avingesloot toch de verbinding is tussen het Eelderdiep en het Peizerdiep. Al eerder is opgemerkt dat dit misschien verklaard kan worden doordat het Eelder water al veel eerder onder het Lieuwerderwolder water was begrepen.

[2]

maken iedereen bekend die deze akte zullen zien of horen lezen, dat wij met betrekking tot de zijl die Aduarderzijl heet en over het diep dat naar die zijl gaat, een overeenkomst hebben gesloten met advies van wijze lieden, zoals hierna in deze akte is geschreven.

[3]

In de eerste plaats, dat wij deze hiervoor bedoelde zijl, die wij samen hebben liggen in de plaats die Arbere(1) heet, gezamenlijk in goede staat zullen houden en beschermen tegen iedereen; en van alle kosten die gemoeid zijn met het beschermen, repareren en opnieuw repareren, en van alles wat ten behoeve van de zijl nodig zal zijn, zullen wij, abt en convent te Aduard, een derdedeel dragen, en wij, zijlvesten van Lieuwerderwolde, het tweede derdedeel, en wij, zijlvesten van Peize, Roden en Foxwolde, het derde derdedeel, zonder enigerlei tegenspraak.

  1. In de akte van 1313 is sprake van ‘de Arbere’. Hier ontbreekt het lidwoord.

[4]

Verder zullen we negen zijlrechters kiezen, het convent van Aduard drie, de zijlvesten van Lieuwerderwolde drie, en de zijlvesten van Peize, Roden en Foxwolde drie; en deze negen zijlrechters moeten bij de Heiligen zweren dat zij de zijl zullen beheren en alles wat ten behoeve van de zijl nuttig en van belang is, een jaar lang, naar hun beste kunnen; en de negen zijlvesten zullen gemachtigd zijn om vanwege de gezamenlijke zijlvesten te doen wat nuttig is voor de zijl.

[5]

Verder zullen de negen zijlrechters en wij met alle zijlvesten jaarlijks bij elkaar komen op Avingesloot, op de eerste zondag na Sint Walburg(1) in de Mei; en dan zullen de negen zijlrechters negen andere zijlrechters kiezen, zoals eerder gesteld, die daar zullen zweren dat ze het volgende jaar de zijl zullen beheren, elke rechter op straffe van een oude schild. Degene die gekozen wordt moet de eed afleggen, op straffe van drie oude schilden; hij die deze verkiezing niet wenst te aanvaarden moet de genoemde breuke betalen op de volgende warf die wordt afgesproken op straffe van verdubbeling van de breuke; als hij niet betaalt mogen de zijlrechters beslag op zijn goederen leggen ter hoogte van hetgeen hij aan breuke schuldig is, zonder enige tegenspraak; en dan zal deze zelfde persoon alsnog zweren bij het land dat hij in de zijlvestenij heeft liggen, dat hij het recht zal beheren zoals hierboven is geschreven.

  1. De feestdag van Sint Walburg valt op 1 mei.

[6]

Verder zullen de oude zijlrechters aan de nieuwe zijlrechters rekening doen binnen acht dagen na aanzwering van de nieuwe rechters, op een breuke van een oude schild per rechter. Wie te laat betaalt zal voor elke acht dagen dat hij te laat is van elke tien schellingen één schelling als breuke betalen.

[7]

Wanneer de zijlrechters besluiten schot in te zamelen ten behoeve van de zijl, dan zal men het geld bijeenbrengen op de dag die zij hebben vastgesteld. En als er zijlrechters zijn die verzuimen het schot in te zamelen op de manier zoals hier is beschreven, dan mogen de andere zijlrechters beslag leggen op hun goed, waar het uitkomt, binnen of buiten het zijlvest, zonder dat zij dit kwalijk mogen nemen, ter hoogte van het bedrag dat zij aan breuke schuldig zijn.

[8]

Verder, als de zijlrechters een vergadering of warf uitschrijven, dan zal elk derdedeel daaraan gevolg geven op straffe van een breuke van twaalf oude groten; en de breuke moet worden betaald op de eerstkomende warf die door de zijlrechters wordt uitgeschreven, op straffe van verdubbeling van de breuke. De zijlrechters zullen de schuldigen oproepen om deze breuke te voldoen.

[9]

Wanneer zij dan niet betalen, dan mogen de zijlrechters beslag leggen op hun goed dat in de zijlvestenij gelegen is, ter hoogte van de breuke en niet meer, met uitzondering van het goed van het convent van Aduard dat onder het Drentse landrecht valt.

[10]

Wanneer iemand zich met geweld tegen zo’n beslaglegging zou willen verweren en hij daarbij gewond raakt, dan zal voor die verwonding geen boete worden opgelegd, en wanneer hij van zijn kant iemand verwondt, dan zal hij daarvoor een viervoudige boete moeten betalen.     

[11]

Wanneer een van de zijlrechters door dringende reden verhinderd is om aan de warf deel te nemen, dan mogen ze een ander in zijn plaats stellen.

[12]

En wanneer zich een dringend geval voordoet met betrekking tot de zijl, dan mogen de zijlrechters een hogere straf daarop zetten.

[13]

Alle warven zullen op het middaguur worden gehouden, en wie te laat komt zal een halve breuke betalen, behalve wanneer daarvoor een dringende reden is waarover getuigen bij ede willen verklaren.

[14]

Iedereen zal vrede genieten op de warf en op de heen- en terugweg, waar de zijlrechters de vergaderplaats bepalen.

[15]

En als de zijlvesten bij de zijl aan het werk zijn en er wordt iemand gedood, hetgeen God verbiede, dan zal men voor het slachtoffer een genoegdoening geven van zestig oude schilden, en aan de rechters een breuke van dertig oude schilden.

[16]

Wanneer daarbij ook iemand gewond raakt, dan zal men voor het slachtoffer een genoegdoening en schadevergoeding betalen zoals het gebeurt bij het mangeld.

[17]

En wanneer een rechter geslagen wordt of gewond raakt, God verhoede het, of zijn bode of metgezel, of een van de werklieden van de zijlvesten, dan zal er dubbele vergoeding en boete worden geheven; en alle mangeld, boeten en breuken moeten met geld worden betaald in drie termijnen binnen één jaar nadat de daad is geschied.

[18]

En de rechters mogen een breuke hebben ter hoogte van de helft van de boete die aan de gewonde toekomt.

[19]

Alwie een vergrijp pleegt waarop, zoals hiervoor is bepaald, een breuke staat, in het geval van vechtpartijen dus, hem zullen de zijlvesten gezamenlijk dwingen aan zijn betalingsverplichting te voldoen, totdat hij dat heeft gedaan. En als hij niet kan voldoen, dan zullen zijn naaste familieleden betalen die in de zijlvestenij gevestigd zijn.

[20]

En met de genoemde bedragen zijn de vrienden niet verzoend,(1) en alle geestelijken blijven bovendien onderworpen aan het kerkelijk recht.

  1. Een herinnering aan de vete-cultuur. Een euveldaad kan door de vete-genoten gewroken worden, ongeacht de betaling van de breuke wegens het breken van de vrede en een aan het slachtoffer betaalde boete.

[21]

Verder wanneer iemand van buiten onze zijlvestenij iemand van onze zijlvesten op de een of andere manier mishandelt wanneer de zijlvesten samen zijn, dan zullen wij elkaar met geweld helpen binnen drie maanden na de klacht.

[22]

En wanneer wij de klager niet zouden helpen zoals hier is bepaald, dan zullen wij met de gezamenlijke zijlvesten beslag leggen ter waarde van de schade van de klager.

[23]

Wanneer iemand een ander met zoden gooit of met andere dingen, of met water besprenkelt wanneer de zijlvesten samen zijn, dan zal hij zowel jegens de klager als jegens de rechters in een breuke van een oude grote vervallen.

[24]

Verder wanneer de negen zijlrechters werkzaamheden organiseren bij de zijl en een zijlrechter daar geen volledige ploeg werkluiden heeft zoals de zijlrechters met elkaar hadden afgesproken, dan zal hij voor elke [ontbrekende] werkman per dag een oude grote geven en voor elke spade een oude grote vóór zonsondergang, op straffe van verdubbeling van de breuke; voor de breuke mag hij dubbel beslag leggen bij de schuldige zonder enigerlei tegenspraak.

[25]

Verder zullen wij zijlvesten samen en in onderling overleg een verstandige man aanstellen op de zijl, die de zijl bij dag en nacht moet bewaken en ons moet waarschuwen wanneer er schade aan de zijl dreigt op te treden.

[26]

En als iemand hem kwaad doet willen wij dat als gezamenlijke zijlvesten helpen afweren, zoals geschreven is.

[27]

We hebben afgesproken dat we deze punten gedurende drie jaar na datum van deze akte zullen onderhouden,(1) met voorbehoud van ieders recht op grond van oude akten, die wij onder elkaar hebben.(2)

  1. Over de looptijd van deze overeenkomst zal later onenigheid ontstaan. Zie daarvoor de akten van 31 mei 1437 en 4 april 1452.
  2. De drie partners hebben ook bilaterale overeenkomsten gesloten die nog van kracht zijn.

[28]

Alle arglist en bedrog uitgesloten.

[29]

Ter bevestiging hebben wij, abt en convent te Aduard, het zegel van ons convent aan deze akte gehangen.

Aangezien wij, zijlvesten van Lieuwerderwolde en zijlvesten van Peize, Roden en Foxwolde zelf geen zegels hebben, hebben wij Reinold, heer van Coevorde, knape, en het land Drenthe en de burgemeesters en raad van Groningen verzocht om deze akte voor ons te bezegelen.

En wij, Reinold, heer van Coevorden, knape, en het land Drenthe, hebben op verzoek van de zijlvesten het zegel van het land Drenthe, en wij, burgemeesters en raad van Groningen, het zegel van onze stad aan deze brief gehangen.

[30]

Gegeven in het jaar des Heren duizend, driehonderd twee en tachtig, op Sint Walburgdag in mei.

NB       Van de drie zegels is alleen een brokstuk van het Drentse landschapszegel bewaard.

Het is voor ons doel niet nodig om gedetailleerd op alle bepalingen in te gaan, maar een aantal punten is wel van groot belang voor ons begrip van de waterstaatkundige ontwikkelingen in het gebied ten westen van de Hondsrug.

Ik begin met de vaststelling dat enkele bepalingen van deze tekst voor wat betreft het woordgebruik en de redactie sterk lijken op overeenkomstige passages in de akte van 1313. Dit geeft voedsel aan de veronderstelling dat het ons bekende afschrift van de ‘akte van 1313’ wel eens zou kunnen teruggaan op een veertiende-eeuwse vertaling van een (Latijns?) origineel die ten behoeve van de inrichting van het Aduarderzijlvest is gemaakt.

Verkorte weergave van de belangrijkste bepalingen met commentaar

  • De contractanten zijn dezelfde als die van de overeenkomst van 1313 (1).
  • De zijl in kwestie heet ‘Aduarderzijl’ en ligt in een plaats die Arbere heet (2 en 3).
  • De verdeling van de kosten van zijl en zijltocht is dezelfde als die van de overeenkomst van 1313 (3).
  • De drie onderdelen van de organisatie kiezen elk drie zijlrechters die een jaar in functie zijn (4).
  • De zijlrechters worden gemachtigd om te doen wat goed is voor de zijl (4).
  • De keuze van negen nieuwe zijlrechters vindt jaarlijks plaats op een algemene vergadering van de zijlvestenij die op de eerste zondag na 1 mei op de Avingesloot wordt gehouden (5).
  • Degene die verkozen wordt is verplicht het zijlrechterschap op zich te nemen, op straffe van een breuke"57" (5).
  • De afgaande zijlrechters moeten rekening en verantwoording afleggen aan de nieuwe (6).
  • De zijlrechters mogen volgens nader omschreven regels schot"58" inzamelen ter bestrijding van de kosten van het beheer, volgens bepaalde regels (7).
  • De drie onderdelen van de zijlvestenij zijn verplicht te verschijnen op een door de zijlrechters uitgeschreven warf"59" (8).
  • De akte bevat verder vele bepalingen over de interne gang van zaken van de zijlvestenij, waarbij straffen gesteld worden voor degenen die de regels van de zijlvestenij overtreden of geweld plegen tegen de ingelanden, de functionarissen en de werklieden van het zijlvest. De straffen bestaan uit een boete die de schuldige bij wijze van genoegdoening aan de tegenpartij moet betalen, en een breuke die hij aan de rechters moet betalen wegens het ‘breken’ van de regels (9-24).
  • De zijlvesten benoemen een toezichthouder (‘waarman’) voor de zijl, die de bescherming van de organisatie geniet (25-26).
  • De looptijd van de overeenkomst is beperkt tot drie jaar en oudere beschreven rechten blijven van kracht (27).
  • De akte is bezegeld door

       −   abt en convent van Aduard

       −   Reinold van Coevorden en het land Drenthe voor Peize, Roden en Foxwolde

       −   Burgemeesters en raad van Groningen voor Lieuwerderwolde.

Blijkens bepaling 27 behouden de partners zich de rechten voor die ze hebben op grond van bilaterale overeenkomsten die ze onderling hebben gesloten. We hebben bij de bespreking van de akte van 1360 gezien dat Lieuwerderwolde en Aduard samen bezig waren met het maken van een nieuwe afwatering-met-zijl bij Wierum en dat ook het ‘Groningse’ Tammingeland daarbij betrokken was. Daarvoor zijn ongetwijfeld akten opgemaakt. Mogelijk zijn er nog meer van dit soort onderlinge bezegelde overeenkomsten geweest.

Afschrift van de Aduarder zijlbrief van 1382.  Afgebeeld is een kopie in een register van de Hoge Jusitiekamer (GrA T136 2358, Hs in folio 335.1). Afschrift van de Aduarder zijlbrief van 1382. Afgebeeld is een kopie in een register van de Hoge Jusitiekamer (GrA T136 2358, Hs in folio 335.1).

Bij de reorganisatie van het Groninger waterstaatswezen kreeg de provinciale rechtbank (de ‘Hoge Justitiekamer’) een controlerende en corrigerende taak ten aanzien van de zijlvestenijen. Ten behoeve daarvan kregen de waterschapsorganisaties opdracht om afschriften van hun belangrijkste documenten naar Groningen te sturen. Dit gebeurde in 1751. Hierdoor bevindt zich in het archief van de rechtbank een dik pak ‘fundatiebrieven van zijlvestenijen, dijkrechten enz.’, daterend uit de vijftiende tot achttiende eeuw.

Verwarring

Van de originele zijlbrief van het Aduarderzijlvest zijn behalve ‘de officiële kopie’ in het archief van de Hoge Justitiekamer nog vele andere afschriften bewaard gebleven. Bij vrijwel alle luidt de aanhef als volgt:

 

       ‘Wij, abt en convent te Aduard en van Selwerd, Garnwerd, Ezinge, Feerwerd en Fransum, zijlvesten van Lieuwerderwolde en zijlvesten van Peize, Roden en Foxwolde…’

 

Deze opsomming noemt behalve de in de originele akte genoemde verdragspartners ook Selwerd, Garnwerd, Ezinge, Feerwerd en Fransum. Dit is door de meeste onderzoekers – met uitzondering van Siemens, die zich vrijwel uitsluitend op achttiende-eeuwse afschriften en gedrukte teksten baseerde – opgemerkt. We hebben hier te maken met een latere interpolatie of invoeging. Deze moet pas enkele decennia na 1382 zijn aangebracht. Niet alleen konden de Middagster kerspelen Garnwerd, Ezinge, Feerwerd en Fransum pas na c. 1400 via de toen nieuwe Aduarderzijl ten noorden van Feerwerd afwateren en zich aansluiten bij het Aduarderzijlvest, de corpuslanden van het klooster Selwerd zijn pas in 1435 ‘ingelaten’, zoals we later nog zullen zien. Er zijn onderzoekers die spreken van een ‘vervalsing’, maar misschien is enige mildheid hier op haar plaats. De invoeging van de vijf

namen was wellicht de eenvoudigste manier om de ingezetenen ervan deelgenoot te laten zijn aan de afspraken die in 1382 waren gemaakt.

De interpolatie is overigens wel op een knullige manier uitgevoerd: in plaats van ‘Wij, abten en conventen te Aduard en Selwerd’ staat in de latere afschriften ‘Wij, abt en convent te Aduard en van Selwerd’, hetgeen door een onwetende kopiïst later is ‘verbeterd’ in ‘Wij, abt en convent te Aduard en inwoners van Selwerd’."60" Ook de plaatsing van de vier Middagster kerspelen ná de conventen en vóór de andere ‘partners van het eerste uur’ doet onbeholpen aan.

Overigens dient de vraag gesteld te worden waarom de kerspels Oostum en Wierum ontbreken in het lijstje van toegetreden Middagster dorpen. Ook zij loosden na het graven van het Aduarderdiep geheel of gedeeltelijk via de Aduarderzijl bij Feerwerd. De reden kan niet zijn dat alle grond in deze kerspelen in handen van Aduard was. Op de betreffende kaart van de Historische Atlas van Siemens kunnen we zien dat niet alle land onder Oostum aan Aduard toebehoorde. Wat Wierum betreft lijkt de zaak enigszins anders gesteld. Met uitzondering van kleine stukken ten noorden van Dorkwerd bezat Aduard volgens deze kaart alle grond ten westen van het Reitdiep. Dat is echter de situatie van 1594. We zullen aanstonds zien dat de Gaaikemalanden rond 1400 nog in particuliere hand waren. Hoeveel dat was en wanneer ze aan het klooster zijn gekomen is mij niet bekend. De vraag naar het ontbreken van Oostum en Wierum in het lijstje van toegetreden kerspelen blijft vooralsnog onbeantwoord.

Aduarder zijlbrief van 1382 (met interpolatie) op 1383 gesteld Aduarder zijlbrief van 1382 (met interpolatie) op 1383 gesteld

In vele afschriften zijn niet alleen een paar namen toegevoegd, maar wijkt de tekst ook op andere plaatsen af van het origineel. Het is niet nodig om daarop nader in te gaan. Er is echter één afwijking die de verwarring over de zijlbrief van het Aduarderzijlvest nog groter heeft gemaakt dan ze door de interpolatie van vijf plaatsnamen al was. Het afschrift in het archief van de Hoge Justitiekamer wordt voorafgegaan door het volgende kopje:

       ‘Der zijlvesten brieff van Aduwarderzijll Anno Dom. mccclxxxiii’

Dus: ‘Akte van de zijlvesten van Aduarderzijl van het jaar 1383’. Degene die dit opschrift heeft gemaakt, heeft zich eenvoudig vergist. Aan het einde van de tekst staat gewoon de goede datum: 1 mei 1382.

A.J. de Sitter"61" dacht dat er sprake was van twee verschillende akten: een van 1382 en een van 1383. Siemens volgde hem daarin na."62" Deze dacht (terecht) dat de oorkonde van 1382, waarvan hij de tekst uit het Oorkondenboek kende, de zijlbrief van het Aduarderzijlvest was, en (abusievelijk) dat ‘de akte van 1383’ de toetreding tot het zijlvest betrof van Middag en het klooster Selwerd. Het dwong hem tot wonderlijke constructies die door latere scribenten kritiekloos zijn overgeschreven. Zo beweerde hij onder verwijzing naar de kopie in het archief van de Hoge Justitiekamer dat het grootste deel van Middag in 1383 het Winsumerzijlvest verliet en overstapte naar het Aduarderzijlvest."63" Volgens hem hadden de kerspelen Ezinge, Feerwerd en Garnwerd eerder bij het Winsumerzijlvest gehoord omdat ze naar zijn idee betrokken moesten zijn geweest bij de ´zeeborg´, die reeds in de dertiende eeuw het land tegen overstromingen zou hebben beschermd. Die dijk zou bij Ezinge het Reitdiep hebben gekruist en daarbij hoorden volgens Siemens dan zeewerende zijlen. Als er bij Ezinge zijlen zijn geweest, zo dacht hij, ligt het voor de hand dat Middag en ook de Winsumer zijlvesten daarbij betrokken zijn geweest. We weten echter zo goed als niets over de doorlopende zeedijk die Siemens in navolging van vroegere onderzoekers ‘zeeborg’ noemt,"64" laat staan dat er iets zinnigs te zeggen valt over ‘zeewerende sluizen bij Ezinge’."65" Ook voor het idee dat Middag of een deel ervan ooit onderdeel is geweest van het Winsumerzijlvest, ontbreekt elke aanwijzing.

De combinatie van een verkeerde datering en de interpolatie van plaatsnamen in de zijlbrief van 1382/1383 heeft Siemens ook op een verkeerd spoor gezet voor wat betreft de localisering van de streek die in de akte van 1313 de Arbere wordt genoemd. Wanneer de in het noorden van Middag gelegen kerspelen Ezinge, Feerwerd en Garnwerd in 1383 al uitwaterden via de Aduarderzijl, zo redeneerde hij, dan moet het Aduarderdiep in dat jaar al hebben bestaan en moet de Aduarderzijl daar hebben gelegen waar nu het gehucht Aduarderzijl ligt. En aangezien de akten van 1382 en 1383 verklaren dat de Aduarderzijl ligt in de plaats die Arbere heet (zie de bepalingen 2 en 3), moet Arbere dus ten noorden van Feerwerd liggen. Op de logica van Siemens´ redenering is niets af te dingen, maar zijn vertrekpunt deugt niet."66"

Het zou niet nodig geweest zijn om Siemens’ missers zo breed uit te meten wanneer Jakob Loer in het Historisch Jaarboek Groningen 2014 niet diens opvatting over de Arbere nog eens had herhaald, nu in combinatie met een hypothese over de datering van het Aduarderdiep. De auteur voert ter ondersteuning van zijn opvatting niet één deugdelijk argument aan en negeert, zoals eerder opgemerkt, alle aanwijzingen die in een andere richting wijzen.

Eiteweert en Avingesloot op de topografische kaart Eiteweert en Avingesloot op de topografische kaart

Peizerdiep en Avingesloot bij Eiteweert Peizerdiep en Avingesloot bij Eiteweert

Volgens de zijlbrief van 1382 moest jaarlijks op de eerste zondag na 1 mei een algemene vergadering van de zijlvestenij worden gehouden ‘op de Avingesloot’. Zoals eerder verteld verbond de Avingesloot het Eelderdiep met het Peizerdiep. De verbinding is waarschijnlijk gegraven met het doel de landerijen ten oosten van Zuid-Lieuwerderwolde (Hoogkerk) tegen wateroverlast te beschermen.

De Avingesloot was een geschikte plaats voor het houden van de ‘jaarvergadering’. Hij bevindt zich ongeveer in het midden van het gebied waarvan de inwoners zich in 1313 hadden verbonden om bij Aduard een nieuwe zijl te leggen en afspraken hadden gemaakt voor het beheer van de watergang die daarheen leidde. Ook de twee andere grote zijlvesten, het Zijlvest der Drie Delfzijlen en het Winsumer en Schaphalsterzijlvest, hielden hun warfdagen vaak op zo’n centrale plaats, resp. Ten Post en Onderdendam.

De Avingesloot komt ook voor als ‘Abbingesloot’ en (later) ‘Havensloot’. Misschien houdt de naam van de watergang verband met het woord ‘abt’. Als dat zo is, suggereert dat verband met het klooster Aduard.

Ten overvloede zij opgemerkt dat ook de plek die in 1382 als locatie voor de jaarvergadering van het zijlvest is aangewezen, laat zien hoe onwaarschijnlijk de veronderstelling is dat het Aduarderdiep al omstreeks 1300 tot het huidige Aduarderzijl doorgetrokken zou zijn. Ware dat wel zo geweest, dan zouden ook de noordelijke kerspelen van Middag allang deel hebben uitgemaakt van het Aduarderzijlvest en zou de Avingesloot voor hen wel heel ver weg hebben gelegen. Uit een akte uit 1435, zo zullen we in het deel over de vijftiende eeuw zien,"67" blijkt dat de Middagster kerspelen dan bij het Aduarderzijlvest horen en dat de Noorddrentse kerspelen de organisatie hebben verlaten. Dat wijst erop dat er tussen 1382 en 1435 iets zeer ingrijpends is gebeurd. Over die belangrijke ingreep gaat het volgende hoofdstuk: ‘Het Aduarderdiep gegraven’.

Onzekerheid

Aan het einde van dit hoofdstuk is het goed om nog eens te onderstrepen dat het weliswaar zeker is dat Aduard, Lieuwerderwolde en de Drentse kerspelen Peize, Roden en Foxwolde in 1382 nog gezamenlijk ten noordwesten van Aduard op de Kliefslootgeul uitwaterden, maar dat die zekerheid allerminst geldt voor de plek waar de gemeenschappelijke ‘Aduarderzijl’ bij de Arbere precies gelegen heeft. Noch de akte van 1313, noch die van 1335 bevat zodanige aanwijzingen dat we op grond daarvan de situatie van die tijd met enige zekerheid kunnen reconstrueren. Er zijn ongetwijfeld veel meer overeenkomsten gesloten over waterstaatkundige werken dan we nu hebben, maar nagenoeg alle schriftelijke bewijzen daarvan zijn verloren gegaan in de oorlogsjaren vóór 1594. De verkavelingspatronen en hoogteverschillen in de buurt van Aduard vertonen sporen die vooralsnog niet te duiden zijn, maar die op zijn minst doen vermoeden dat er meer infrastructurele werken zijn geweest dan die welke in de bewaard gebleven oude stukken worden vermeld.

55.

In 1988 is door de Streekhistorische Vereniging Middagherland in eigen beheer een transcriptie en eigentijdse weergave van de akte gepubliceerd: L.M. Pronk-Wiersema en J.J. Delvigne, Het reilen van de zijl; enkele 15e eeuwse regels van het Aduarderzijlvest (Ezinge, 1988). De bewerkers zijn daarbij uitgegaan van een jonger – en niet zo best – afschrift en hebben de bepalingen niet overal goed begrepen.

56.

De originele tekst is te vinden als Bijlage 4 bij dit deel, in het Oorkondenboek en op de website van Cartago.nl: http://www.cartago.nl/oorkonde/ogd0704.xml.

57.

Een aan de organisatie te betalen bedrag wegens het ‘breken’ van de regels.

58.

Een bijdrage die bij omslag wordt vastgesteld.

59.

Vergadering.

60.

Zie L.M. Pronk-Wiersema en J.J. Delvigne, Het reilen van de zijl; enkele 15e eeuwse regels van het Aduarderzijlvest (Ezinge 1988) 27.

61.

De Sitter noemt onder 1382 een akte van Aduard, Garnwerd, Ezinge, Feerwerd, Fransum, Lieuwerderwolde en de drie Drentse kerspelen over ‘den Aduarder Zyl’ (hier ontbreekt dus Selwerd) en onder 1383 een ‘Verdrag van den Abt van Aduwerd, en Selwert, over den Aduarder Zyl’ (A.J. de Sitter, Voorloopig register van charters, privilegien, placaaten, ordonnantien enz. Stad en Lande betreffende […] (Groningen 1789) 31.

62.

Siemens, Dijkrechten en zijlvesten, 35.

63.

Siemens, Dijkrechten en zijlvesten, 43.

64.

A.A. Beekman, Het dijk- en waterschapsrecht in Nederland vóór 1795 ('s-Gravenhage 1905) 1807.

65.

Zie ook Mol en Delvigne, Abtenkroniek, 170.

66.

In 2007 heb ik zelf – minder uitvoerig – gewezen op de onjuistheid van Siemens’ veronderstelling (Van den Broek, Groningen, een stad apart, 366 noot 166).

67.

G&DW 8, Alle kanten op, hoofdstuk 8.4, ‘Selwerd en Paddepoel’.