Zoek op de website

7.3 	Tillen, Kleisloot en Boterdiep

Tillen op de stadsplattegrond van Jacob van Deventer Tillen op de stadsplattegrond van Jacob van Deventer

Het nieuwe Schuitendiep/Selwerderdiep kruiste enkele landwegen. Jacob van Deventer tekende op zijn stadsplattegrond vier bruggen. Van zuid naar noord:

  • De huidige Steentil in de Damsaterweg (‘Damsterweg’)
  • De Poelebrug, die onder meer toegang gaf tot de Nieuweweg
  • De brug aan de kop van de Vrydemaweg
  • De Scheerslijpersbrug in de Kleiweg (nu Bedumerweg)

Van drie van deze bruggen lezen we in de archieven dat het stenen tillen zijn. Dit doet vermoeden dat het kanaal in de eerste plaats de waterafvoer heeft gediend. Dit is echter niet meer dan een suggestie. Als een stenen brug hoog genoeg was konden pramen er nog wel onderdoor, zeker als de last niet al te hoog was opgetast.

Turfschuiten en –karren aan het Schuitendiep op de stadsplattegrond van Egbert Haubois Turfschuiten en –karren aan het Schuitendiep op de stadsplattegrond van Egbert Haubois

Het is dus mogelijk dat het op de bovenstaande uitsnede van Haubois’ vogelvluchtkaart afgebeelde gedeelte van het Schuitendiep al vanaf het allereerste begin een turfhaven is geweest.

 Ids Wiersma: turfkar aan het Schuitendiep (1911)  (GrA T1986-5120) Ids Wiersma: turfkar aan het Schuitendiep (1911) (GrA T1986-5120)

En dat is tot ver in de twintigste eeuw zo gebleven, zoals we kunnen zien op het bovenstaande schilderij van Ids Wiersma en de hierna volgende ansichtkaart uit c. 1930.

Turfschip in het Schuitendiep (c. 1930)  (GrA T1986-05120a) Turfschip in het Schuitendiep (c. 1930) (GrA T1986-05120a)

Het nieuwe kanaal en de landwegen Het nieuwe kanaal en de landwegen

Ingetekend zijn de landwegen waarvan de loop min of meer duidelijk is. Ze zijn genummerd in de volgorde die in Groningen altijd werd gehanteerd. Men was gewoon ‘mit der sunnen omganck’ de stad rond te gaan, hetgeen wil zeggen: beginnen met het noordoosten en dan kloksgewijs rond:

  1. Kleiweg (wordt reeds in 1257 genoemd, maar het tracé is niet helemaal zeker)
  2. Korreweg (een ‘zuidwending’) met vooral lokale betekenis
  3. Ebbingestraat-Vrydemaweg (het verlengde is onzeker)
  4. Poelestraat-Nieuweweg (dit tracé zou de opvolger kunnen zijn van een c. 1370 aangelegde route)
  5. Damsterweg naar de kruising met de Hunze bij het latere Oosterhoogebrug
  6. Herebure Sidwendene of Harbargeweg (waarschijnlijk tot c. 1370 de hoofdroute naar Fivelgo)
  7. Oosterweg
  8. Hereweg
  9. Brugstraat (toegang tot de Hoge- en Lageweg naar Langewold en Vredewold in het Westerkwartier en de Drentselaan – nu Peizerweg – naar Drenthe)
  10. De Laan
  11. Paddepoelsterweg naar Middag (Hunsingo)
  12. Adorperweg naar Ubbega (Hunsingo)

De vermelding van de Laan (10) is in dit verband eigenlijk niet juist. Het gaat hier om een oude weg die vanuit Groningen in noordwestelijke richting heeft gelopen en die tegenwoordig nog te herkennen is in het tracé van de Kerklaan en de Morgensterlaan in de wijk Paddepoel. Daar waar de stadswal en –muur deze weg kruisten is echter nooit een poort gebouwd, zodat deze oude verbinding tussen de noordwestelijke flank van de Hondsrug en het laagland al vroeg moet zijn verbroken. De functie van de Laan is overgenomen door de Paddepoelsterweg (11), die ter hoogte van de huidige Noorderbegraafplaats van de Adorperweg (12) aftakte.

De Herebure Sidwendene of Harbargeweg (6) had ten tijde van de omlegging van de Hunze zijn functie al verloren. Deze was overgenomen door de Damsterweg die aan de noordzijde van een bevaarbare sloot in oostelijke richting liep en de belangrijkste landverbinding met Fivelgo vormde.

De bestaande natte infrastructuur – afwateringssloten – is niet ingetekend. Ik heb ook het Boterdiep – in het Groninger stadsgebied ook Kleisloot geheten – weggelaten. De Kleisloot wordt in 1467 voor het eerst genoemd, maar er zijn aanwijzingen dat hij veel ouder is.

 Het Boterdiep gaat door de verkaveling Het Boterdiep gaat door de verkaveling

De afbeelding is een bewerkte versie van een door Henk Kampen op basis van de topografische atlas van 1930 gemaakte kaart.

Met een groen vlak is ‘t Lot aangegeven, het lage gebied tussen de grote Hunzekronkel en de noordelijke punt van de Hondsrug. We zullen dat straks opnieuw tegenkomen.

De Kleisloot (het latere Boterdiep tussen de hoogte van de Hondsrug en Noorderhoogebrug) doorsnijdt ten noorden van de Borgham het oude verkavelingspatroon. Dat duidt erop dat deze watergang jonger is dan de percelering en met een ander doel is gegraven dan de waterafvoer. Dat wordt bevestigd door het feit dat hij bij de Borgham buiten om met de Hunze meebuigt. Beide watergangen stonden blijkbaar los van elkaar en het water erin verschilde in peil.

Ik vermoed dat de Kleisloot gegraven is terwille van het vervoer over water. De aanleg ervan zou in verband kunnen staan met de vrede die Groningen en de Ommelanders in 1338 met elkaar sloten. Kort daarna brak een pestepidemie uit die een groot deel van de bevolking uitroeide en de samenleving ontwrichtte. Toen die ellende achter de rug was is – zo lijkt het – een periode van samenwerking aangebroken, ook op economisch terrein. Groningen werd

toen het centrum van de ‘Friese Zeelanden’. Daarbij passen goede verbindingen met de Groninger markt.

De occupatie van het Woldland De occupatie van het Woldland

Voor ons onderwerp (Groningen en de problemen die het Drentse water er veroorzaakte) is een bespreking van het Boterdiep ten noorden van de Hunze niet strikt nodig, maar nu de gelegenheid zich voordoet is het zonde om haar onbenut te laten. Om die reden keren een ogenblik terug naar een thema dat we al tweemaal eerder hebben besproken: de kolonisatie van het ‘Centrale Woldland’. De verschillende kleuren geven de onderscheiden verkavelingstypen aan en de pijlen wijzen in de richting waarin de ontginningswerkzaamheden zich hebben voltrokken.

Lichtgroen is het gebied met een onregelmatige blokverkaveling, groen duidt op een regelmatige blokverkaveling. In het oranje gekleurde gebied treffen we een strokenverkaveling aan. De percelering in de grijsgroene gebieden kan beschouwd worden als een overgangstype tussen blok- en strokenverkaveling. Die verkaveling is van belang voor het begrijpen van de ontstaansgeschiedenis van het Boterdiep.

Op het volgende kaartje zien we dat het ‘Zuidwoldermaar’ (later Boterdiep genoemd) tussen Noorderhoogebrug in het zuiden en het gehucht Plattenburg in het noorden schuin door de oude verkaveling gaat. Het doorsnijdt ook de oude weg van Beijum naar Noordwolde en lijkt een beetje uit te wijken voor de Zuidwolder kerk.

Afwateringssloten maken onderdeel uit van het verkavelingspatroon en passen daarin; wanneer watergangen van dat patroon afwijken kan dat komen doordat zij met een ander doel zijn aangelegd.

Het ‘Zuidwoldermaar’ tussen Noorderhoogebrug en Plattenburg Het ‘Zuidwoldermaar’ tussen Noorderhoogebrug en Plattenburg

Kerk en Boterdiep in Zuidwolde Kerk en Boterdiep in Zuidwolde

Ofschoon de jonge boompjes op de linkeroever het zicht op het kanaal enigszins belemmeren, laat deze in noordelijke richting genomen foto zien dat het Boterdiep de kerk van Zuidwolde als het ware schampt.

Oorspronkelijk was de ruimte tussen de kerk en het Boterdiep nog krapper. Halverwege de negentiende eeuw is de kerk aan de oostkant ingekort om de trekweg langs het kanaal te kunnen verbreden.

Het Boterdiep in Zuidwolde op een oude ansichtkaart  (GrA T1986-20783). De ansicht is een uitgave van Oomkens uit c. 1915. Het Boterdiep in Zuidwolde op een oude ansichtkaart (GrA T1986-20783). De ansicht is een uitgave van Oomkens uit c. 1915.

Beter dan de moderne foto laat deze oude ansicht zien dat het Boterdiep zich om de kerk van Zuidwolde heen kromt.

Het Boterdiep ten noorden van Zuidwolde Het Boterdiep ten noorden van Zuidwolde

Het Boterdiep is vanuit het noorden op de kerk van Zuidwolde georiënteerd.

Het Boterdiep ten noorden van de Hunze Het Boterdiep ten noorden van de Hunze

Het detailkaartje linksboven correspondeert met het zwarte kader op de rechterhelft van het plaatje. De verkavelingsblokken met een verschillende oriëntatie zijn als groene en rode vlakken aangegeven.

De verkaveling in het groene blok hangt samen met ontginningswerk vanaf de wierden van Ubbega in het westen, die in het rode vak wijst op ontginning vanaf de Deel in het noorden.

De twee stukken van het Boterdiep tussen Plattenburg en Onderdendam (ten noorden en zuiden van Bedum) passen in de verkaveling, het stuk tussen Noorderhoogebrug en Plattenburg doorsnijdt die. Dit wijst erop dat het gedeelte ten noorden van Plattenburg oorspronkelijk vooral de afwatering heeft gediend en dat het zuidelijke deel later en ten behoeve van de scheepvaart is gegraven.

Op de plaats waar het Boterdiep de Wolddijk (de groene lijn) kruist, ligt de Bedumerzijl (‘Bederazijl’).

De aanwijzingen op het bovenstaande kaartje lijken mij voldoende om te concluderen, dat het Boterdiep vanuit Hunsingo naar Groningen is gegraven en niet andersom. Vanaf Plattenburg richtte men zich op Zuidwolde, en voorbij die plaats hield men de oorspronkelijke richting aan. Daardoor kwam men op een wat vreemde plaats in de Beijumerzuidwending uit: ruim 600 meter oostelijk van de Sint Walfridusbrug.

Hoe Hunze en Boterdiep elkaar kruisten Hoe Hunze en Boterdiep elkaar kruisten

De situatie in Noorderhoogebrug, ingetekend op de moderne stadsplattegrond. De details zijn onbekend; de tekening heeft daardoor een schematisch karakter.

Op het kaartje zien we onder meer:

  1. de Wolddijk
  2. het Nieuwe Gat
  3. de Kleisloot en Kleiweg
  4. het Zuidwoldermaar

De rode pijl wijst naar de Sint Walfridusbrug, de gele lijn markeert de route die de schippers tussen Groningen en Hunsingo volgden, en de rode blokjes geven de twee overtomen aan die ze op hun tocht passeerden.

De schippers die vanuit Hunsingo naar de stad wilden, moesten hun bootjes met behulp van een overtoom vanuit de Beijumerzuidwending over de noordelijke dijk van de Hunze trekken. Vervolgens moesten ze hun schuitjes vanuit de Hunze over de zuidelijke dijk halen om in de Kleisloot te komen.

 Kleisloot en Tie Kleisloot en Tie

Op het plaatje zijn ingetekend:

  • de weg van Groningen naar Ubbega; deze loopt aan de westzijde van de Tie en ’t Lot naar het noorden; het op de Hondsrug gelegen gedeelte van deze weg wordt in een oorkonde van 1257 de ‘Strete’ genoemd en was dus geplaveid."31"
  • ‘het Lot’: het laagland tussen de Hondsrug en de Hunzekronkel rond de Borgham (geel gearceerd)
  • de Sint Walfridusbrug (bij het pijltje)
  • de Kleisloot met de Kleiweg daarlangs
  • de Tie (oranje gearceerd)
  • de Korreweg; oorspronkelijk de ‘zuidwending’ die de scheiding vormde tussen het Wester- en Oosterstadshamrik

Zoals opgemerkt vermoed ik dat de Kleisloot in de tweede helft van de veertiende eeuw is gegraven als onderdeel van een vaarverbinding tussen Hunsingo en Groningen.

Een ‘tie’ is in het Nedersaksische taalgebied een stuk openbare ruimte dat bij een dorp behoort. Het woord ‘Tie’ komt in dezelfde akte van 1257 voor die ook de ‘Strete’ noemt; verder komt ‘die Thye’ in 1434 voor als plaatsbepaling."32" Uit de context blijkt dat het moet gaan om het gebiedje dat op het kaartje oranje is gearceerd.

Was dit de plek waar de Hunsingoër schippers hun handelswaar aan land brachten?

Een ingewikkelde situatie...  1.  Selwerderdiep  2.  Kleisloot en Kleiweg  3.  Korreweg  4.  Waterlossing van het Westerstadshamrik Het pijltje wijst naar een stenen til over het Selwerderdiep. Een ingewikkelde situatie... 1. Selwerderdiep 2. Kleisloot en Kleiweg 3. Korreweg 4. Waterlossing van het Westerstadshamrik Het pijltje wijst naar een stenen til over het Selwerderdiep.

Om de zaak niet al te onoverzichtelijk te maken zijn op dit plaatje niet de dijken ingetekend die ten oosten van het Selwerderdiep (1) en in het Lot (geel gearceerd) aan beide kanten langs het nieuwe kanaal zijn gelegd.

In de Kleisloot (2) heerste vermoedelijk hetzelfde peil als in de gewone watergangen van de stadshamrikken. Nu daar het Selwerderdiep, een kanaal met stromend water en wisselend peil, doorheen gelegd werd, ontstond een ingewikkelde situatie.

Τegenwoordig geldt de verkeerssituatie aan de kop van de Korreweg (3) als de ingewikkeldste van het hele land. Rond 1400 was het niet anders.

Hoe men de zaak heeft opgelost, wordt duidelijk uit de akten die zijn opgemaakt toen ook de Groninger stadshamrikken tot het Scharmerzijlvest toetraden. Die documenten komen in het volgende deel aan bod, maar enkele punten stip ik alvast aan:

  • De watergang van het Westerhamrik (4) werd door middel van een ‘grondzijl’ (duiker met klep) onder het Selwerderdiep door geleid.
  • Er was een verbindingssloot tussen die watergang en de tochtsloot langs de Korreweg.
  • Over het Selwerderdiep werd (bij het pijltje) een stenen brug gebouwd om de landverbinding tussen de hoogte van de Hondsrug en de Kleiweg in stand te houden.
Van Slingelandtstraat ter hoogte van het Borgplein.  Niets herinnert eraan dat op deze plek het Selwerderdiep in de oude Hunzebedding uitmondde. Van Slingelandtstraat ter hoogte van het Borgplein. Niets herinnert eraan dat op deze plek het Selwerderdiep in de oude Hunzebedding uitmondde.
31.

OGD I 123 (28 februari 1257).

32.

GrA T708-63 reg.nr. 14 (10 november 1434).