Zoek op de website

2. Analyse van de tekst

Groningen neemt graaf Edzard aan als heer (1506) Groningen neemt graaf Edzard aan als heer (1506)

Groninger Archieven T2100-415: Akte van overeenkomst tussen de graven Edzard en Uko van Oost-Friesland enerzijds en de stad Groningen anderzijds, waarbij de laatste graaf Edzard als heer aanneemt, 24 april 1506.

Tekst

Wij Edzard ende Uko ghebroderen, graven toe Oestvreeslant voer ons, onse arven ende nakomelingen up de ene, ende wij, borgermesteren, raed, gheswoerne meente, boumesteren ende anders ghemeente der stad Groningen up de andere sijden, bekennen ende doen kond mit dessen openen breve dat wij tot reddinghe ende ontsat der vors. stad Groningen mit malkanderen verdragen ende overgekomen sint in formen, maneren, conditien ende articulen hijrna bescreven.

[1] In den eersten dat de van Groningen den graven to Oestvreeslant in namen, vanwegen ende to erkentnisse des hillighen Rijks mit een antal volks, neemlike tusschen dusent ende achtehundert manne ongheveerlich, in der stad laten solen;

[2] item dat oeck de van Groningen, eer de grave to Oestvreeslant in de stad kompt, mit den de dat regiment van der stad hebben, den graven to Oestvreeslant voer der stad poerte in name als vorgesc. ontfangen ende desselven gheliken vanwegen des Rijks hulden, ghewoentlike eede ende plicht doen solen;

[3] item dat oeck de van Groningen den graven to Oestvreeslant van stunt an ongheweijgert als he in de stadt koempt, een der poerten na des graven ghevallen inrumen ende de poerte bevestighen, offte een andere veste in der stat uprichten ende maken laten solen, beholtlick enen ijtliken, sunderlinghe der kerken ende stichte van Wtrecht hoer rechticheijt als se an de stad mogen hebben;

[4] item dat de van Groningen den graven to Oestvreeslant in name als voerghesc. alle de regeringe der Omlanden afftreden ende sich der landen, noch der stad overicheijt neet annemen solen, beholtlick der stad hoer administratie van rechten bijnnen der stad na older ghewoente als in enen artikel vermeldet wordt;

[5] item dat de van Groningen sulken schaden ende unkost als de hartogh van Saxen mit sinen verwanten, oeck de stad Groningen in deser veden an beijden sijden ghenomen ende gheleden mogen hebben, allenthalven tot erkantnisse ijtliker ffursten des Rijks onpartigich van beijden scheelachtigen parten daerto ghekoeren, stellen solen, doch so sal ende will de greve to Oestvreeslant dorch voechlike weghen mit handelinghe dat beste den van Groningen to guede daerinne doen, also voel he ommer bilikerwijse handelen ende doen mach, ende sunderlinghe van den schaden tusschen junckeren der Omlanden ende der stad Groningen;

[6] item dat de van Groningen sunder weten end wille des greven to Oestvreeslant gheen handelinghe, heemlick noch openlick, met ijenigen heren, steden offte landen de ghemene stad anlangen muchten hebben noch holden solen;

[7] item dat de van Groningen mit den graven to Oestvreeslant enich guet middel ende maneer vinden ende verordenen solen, waeroff de greve sulke onkoste mit onderholdinge der luden ende vesten uut den landen nemen sall;

[8] item dat de grave to Oestvreeslant in namen ende als voergesc. de stat Groningen onverhindert sal bliven laten bij alsodane vrijheiden, privilegie, rechten, olde heerkomen ende gude ghewoenten als se besheer in hoer stad gehat ende gebruiket hebben, des gheliken de ghilden bij hoer vrijheiden ende rechten na vermeldinghe hoer breve ende zeghele van der stad Groningen uutghegheven;

[9] item dat de greve to Oestvreesland sal enighe personen uut de erbarheit van der stad van Groningen na sinen ghevallen verordenen, de vanwegen ende in siner name bijnnen der stad Groningen recht administreren ende doen solen van alsodane renten ende schulden, als voertijdes onder de hoefftmans der stadt Groningen recht offte ghebot na, vermoghe verscrivinge ende versegelinghe ende anders ghewoente der hoefftmans recht, submitteert, onderghesat ende verplegen sint gewest, na olden maneren ende kosten des selven rechts;

[10] item dat de greve to Oestvreeslant der stad Groningen, hoer borger ende inwoners mit de verwanten ende bijstanderen alle oer guderen, rechten ende herlicheiden, de se in den Omlanden to deser tijd ghehat hebben ende namaels vercrighen mogen, onbehindert ende onbespeert volghen, hebben ende gebruken laten solen, oeck wodane ende waer de ghelegen sint;

[11] item dat de greve toe Oestvreeslant nement tolaten sall koern dat in de Omlanden ghewassen is uut den lande to voeren, sunder een ijtlich mach dat koern toe Groningen offte ten Dam to markede brengen ende verkopen;

[12] item dat der borger ende inwoenre der stad Groningen guderen solen doer de Omlanden toe water ende to lande sunder alle tollen ende onghelt ghevoert moghen worden;

[13] item dat de greve to Oestvreeslant dat Groninger beer in de Omlanden na olde maner gaen sal laten;

[14] item dat de greve to Oestvreeslant van dat stapelrecht van de vette waer mit rade der stad van Groningen to der stad ende dat ghemene beste so voele ommer behoerlick sijn mach handelen end voeghen willen;

[15] item dat de greve toe Oestvreeslant der stad Groningen borgers ende inwoners an hoer lijff offte guden neet beschadigen laten ende, offte sulks ghescheghe, mit eernste straffen sall, oeck de van Groningen tot hoeren rechte truwelick ende gnedichlike schutten ende schermen ende alle mishaechlicheijt offte verdreet, voer dese tijd gescheen, ijeghen se sijnken laten ende vergheten solen ende wilen.

Dijt alle wo vorscreven staet loven wij Edzard ende Uko, ghebroderen, graven to Oestvreeslant, in name ende als voerghesc. voer ons, onse arven ende nakomelingen vast ende onverbroken to holden, bij den eede den wij den hillighen Rijke ghedaen hebben truulick ende ongheveerlich.

Ende wij, borgermesteren, raed, gheswoerne meente, boumesters, ghilden ende ander ghemeente der stat Groningen, voer ons ende onse nakomelingen, gheloven desgheliken oeck dijt vast ende onverbroken to holden bij den eed den wij hoer beijde ghenaden doende, verscrivende ende versegelende worden, truulich ende ongheveerlich.

To orkonde hebben wij Edzard, grave vors., voer ons ende onsen vrentlicken lieven broder dessen brieff mit onsen anhanghende inghesel, ende wij borgemester ende raed vors. voer ons ende van onss ghemene stad weghen mit onss stad anhangende inghesegel witliken laten verseghelen ende verseghelt.

Ghegeven in den jare ons Heren dusent vijffhundert ende sesse, up sunte Marcus avent ewangheliste.
 

Toelichting

Intitulatio: Van de drie zonen van Ulrich Cirksena, de eerste graaf in Oost-Friesland, waren er in 1506 nog twee in leven. De oudste zoon, Enno, was nog maar zes jaar toen hij zijn vader in 1466 opvolgde, maar overleed in 1491. Hij werd opgevolgd door zijn jongere broer, Ulrichs tweede zoon Edzard (1462-1528). Uko (geboren in 1463) was de derde zoon. Hij speelde geen rol van betekenis en stierf in 1507.

Vgl. de intitulatio van het Grote Verbond van 1473. Daar werd de Groninger stadsgemeenschap gerepresenteerd door burgemeesters, raad en ‘mene meente’. Nu gebeurt dat door burgemeesters en raad, gezworen meente, bouwmeesters en gemeente van de stad Groningen.

[1] mit een antal volks: Het binnenbrengen van eigen troepen was tegenover een stad het belangrijkste machtsmiddel waarover een heer beschikte.

Studentenmaskerade gehouden op 4 september 1879: 'De intocht van graaf Edzard in 1506’ Studentenmaskerade gehouden op 4 september 1879: 'De intocht van graaf Edzard in 1506’

[2] hulden, ghewoentlike eede ende plicht: Alvorens de graaf de stad zou binnenkomen zouden de Groningers hem huldigen. Zo is het ook gebeurd: op vrijdag 1 mei 1506 kwam graaf Edzard naar Oosterhoogebrug om vandaaruit Groningen binnen te trekken. De Groninger schutten, de gewapende burgers en hun huursoldaten stonden buiten de muren aangetreden en het veldgeschut werd gepresenteerd, alles bij het ‘stenen tilletje’ in de Damsterweg bij het ‘zomerweggetje’.

Daar kwamen burgemeesters en raad, gezworen meente, de bouwmeesters van de gilden en andere afgevaardigden van de burgers de graaf tegemoet en verwelkomden hem. Ter plaatse werden de eden gewisseld. De volgende dag kwam de ‘hele burgerij’ bijeen in de Sint Walburgkerk en huldigden alle aanwezigen de graaf en zwoeren hem trouw.

Hulde doen aan een heer was voor de Groningers een grote nieuwigheid. De laatste keer dat dit formeel was gebeurd, was bijna een eeuw tevoren geweest, toen bisschop Frederik van Blankenheim alle mannelijke Groningers ouder dan twaalf jaar had gedwongen hem als heer te huldigen (1419). Dat had toen nauwelijks gevolgen gehad. Ook na deze knieval had de stad zich naar eigen inzicht tot ‘vrije Rijksstad’ kunnen ontwikkelen.

De plaats waar het kasteel van graaf Edzard heeft gestaan De plaats waar het kasteel van graaf Edzard heeft gestaan

[3] een der poerten – maken laten solen: Het afstaan van een sterkte was, naast het innemen van vreemde troepen, zowel in symbolische als praktische zin een daad van onderwerping. Later zou op de plek van het huidige politiebureau een echt kasteel worden opgericht.

Opmerkelijk is nog de slag die de graaf om de arm houdt met betrekking tot andere rechthebbenden. Hij zwijgt over de hertog van Saksen (niettegenstaande de positie van de keizer), maar houdt uitdrukkelijk rekening met mogelijke claims van ‘Utrecht’.

De grafelijke burcht in Emden De grafelijke burcht in Emden

Ook in Emden ligt de grafelijke burcht terzijde van de stad.

Het oudste warfsprotocol Het oudste warfsprotocol

Het oudste warfsprotocol bevat zowel oordelen als nieuwe rechtsregels. Bestuur en rechtspraak zijn nog niet gescheiden.


[4] alle de regeringe der Omlanden – vermeldet wordt: De stad moet de ‘regeringe der Omlanden’ aan de graaf overdragen en mag niet doen alsof zij de souvereiniteit over de Ommelanden of de stad zelf heeft.

Wat houdt het begrip ‘regering’ in? De stad had in formele zin geen zeggenschap over de Ommelanden. Er waren slechts de verbonden van 1473 en 1482. In de praktijk echter speelde de stad in sommige opzichten wel degelijk de rol van ‘landsheer’. Te denken valt aan de functie van de Hoofdmannenkamer als appèlrechtbank en bestuursorgaan en aan het stedelijke ‘stapelrecht’.
 

Uitgave van de Warfsconstituties en oordelen door H.O. Feith (1863) Uitgave van de Warfsconstituties en oordelen door H.O. Feith (1863)

Edzard wilde van de dominante positie van de stad af en stelde een hofgerecht in dat te Winsum zou resideren. Dat hofgericht zou – overeenkomstig de zeden van de tijd – behalve juridische ongetwijfeld ook bestuurlijke bevoegdheden krijgen. De afspraak over de oprichting van het hofgericht is vastgelegd in het verdrag dat Edzard later in 1506 met Albrecht van Saksen sloot.

Het hofgericht zou in de plaats komen van de warven, waarin stadsrechters samenwerkten met rechters uit de Ommelanden.

Het oudste warfsprotocol Het oudste warfsprotocol

Omdat graaf Edzard zich nadrukkelijk ging bemoeien met de interne gang van zaken in Stad en Lande, moeten we even ingaan op de organisatie van het gewest.

Het Klauwboek van Tjassens Het Klauwboek van Tjassens

De warven behandelden appèlzaken van rechters in de Ommelanden. De Ommelander landschappen telden vele afzonderlijke rechtskringen ('rechtstoelen'). Binnen die rechtstoelen waren meestal meerdere personen (eigenaren van grotere heerden) gerechtigd tot het ambt van rechter. Het rechterschap werd binnen de rechtstoel bij toerbeurt waargenomen. Men sprak van ‘omgaand recht’.

Schematische weergave van het omgaande recht in de Ommelander rechtstoelen. Schematische weergave van het omgaande recht in de Ommelander rechtstoelen.

De beurten binnen een rechtstoel werden volgens een vaste volgorde vervuld. Deze volgorde was vastgelegd in klauwlijsten of -boeken.

Het bijgaande plaatje geeft een schematisch beeld van het omgaande recht in de Ommelander rechtstoelen.

Hier zijn binnen 1 rechtstoel 4 kluften met elk 4 gerechtigde heerden.

Jaar 1: A1

Jaar 2: B1

Jaar 3: C1

Jaar 4: D1

Jaar 5: A2

Jaar 6: B2

enz.

De complete cyclus duurt hier dus 16 jaar.

Het recht om rechter te mogen zijn kon als een zelfstandig vermogensbestanddeel worden gezien en als zodanig worden verkocht. Op die manier raakte het recht los van de heerd waarmee het oorspronkelijk verbonden was. Zo onstonden 'staande rechtstoelen', die permanent in handen waren van een grote heer. Deze zette dan een professional in voor de bediening van het recht ('geconstitueerde rechter').

Groningen neemt graaf Edzard aan als heer (1506) Groningen neemt graaf Edzard aan als heer (1506)

[5] sulken schaden – Omlanden ende der stad Groningen: Meningsverschillen over de schade die Groningen en de hertog van Saksen in de oorlog hebben geleden, zullen langs de weg van arbitrage worden opgelost. Daarbij zal graaf Edzard zijn best doen om voor de Groningers een gunstige beslissing te bereiken, zeker waar het de stad en [de met Saksen verbonden] Ommelander jonkers betreft.

[6] gheen handelinghe – holden solen: De stad mag niet meer zelfstandig politiek handelen.

[7] enich guet middel – nemen sall: De kosten van de graaf en de bezetting moeten gedekt worden uit een over de Ommelanden te heffen belasting, waarvan de bijzonderheden door de stad en de graaf zullen worden geregeld.

Zeker voor de Ommelanden was het de eerste keer dat er een belasting werd geheven ten behoeve van een heer. In de stad en het Gorecht kende men alleen de recognities van de hoogheid van de bisschop van Utrecht (de - aan de graaf van Bentheim overgedragen - ‘grunsing’ en de precariën).

Daarnaast waren er ook eerder al heffingen die ten algemenen nutte werden geheven. De opbrengst werd gebruikt om de kosten te bestrijden van openbare werken of ondernemingen die door de gemeenschap noodzakelijk werden geacht, zoals de bouw van muren en torens, het graven van diepen, het bouwen van dijken en sluizen. Dit soort heffingen werd ‘schot’ genoemd.
 

[8] alsodane vrijheiden – uutghegheven: De graaf respecteert en beschermt de Groninger rechten en vrijheden.

Opmerkelijk is hierbij de expliciete vermelding van de gilden. Dat spoort met de uitgebreide intitulatio, waarop hierboven de aandacht is gevestigd.

[9] enighe personen – des selven rechts: Er komt een einde aan de Hoofdmannenkamer zoals die in de loop van de generaties gestalte had gekregen. De graaf wil enige personen uit de Groninger raadsfamilies kiezen die in de stad de financiële kwesties zullen gaan behandelen die vroeger tot de competentie van de Hoofdmannenkamer hadden behoord. Voor andere Ommelander zaken zou – we zagen dat al eerder maar het staat niet in dit tractaat – te Winsum een hofgerecht worden opgericht. Dit zou dienen ter vervanging van de gemeenschappelijke warven.

Dit punt werd geregeld in het verdrag dat graaf Edzard en de hertog van Saksen later in 1506 met elkaar sloten. Artikel drie van dat tractaat bepaalde dat de graaf vier personen zou benoemen, twee geleerden en twee edelen, die samen met een vertegenwoordiger van de graaf een ‘Hoochgerichte’ zouden vormen dat driemaal per jaar te Winsum uit naam van de hertog recht zou doen in appèlzaken en andere kwesties.

[10] guderen, rechten ende herlicheiden – ghelegen sint: Het verdrag gaat niet over het land buiten de stad. De stad heeft zelfs niets meer te zeggen in de Ommelanden. Maar dat betekent natuurlijk niet dat Groningers er geen bezittingen en (overheids)rechten kunnen hebben. De graaf zal die respecteren.

[11-14] nement tolaten sall – end voeghen willen: De graaf beperkt het Groninger stapelrecht, maar handhaaft het bierprivilege.

Appingedam wordt erkend als marktplaats.

[15] der stad Groningen borgers – solen ende wilen: De bescherming van de onderdanen is de belangrijkste taak van de overheid.

Het zegel van graaf Edzard Het zegel van graaf Edzard

Inghesel: een vaak voorkomende, maar incorrecte versie van het Duitse ‘Insiegel’, dat gewoon ‘zegel’ betekent. In Groningse teksten komt het woord niet voor. Het gebruik ervan wijst erop dat de tekst van deze akte door een Oostfries is geconcipieerd.

Het zegel van graaf Edzard is gevat in een soort schotel. Bij Nederlandse zegels zien we zelden, maar bij Duitse heren was het de gewoonte om het kwetsbare zegel op deze manier te beschermen.

Up sunte Marcus avent ewangheliste: De feestdag van Sint Marcus valt op 25 april. Sint Marcusavond is dus 24 april.