Zoek op de website

Delfzijl

Geschiedenis

Portret van Samson Polak (1837-1873) en zijn vrouw Anna Goldsmit (1847-1872) te Delfzijl, circa 1870 [Tg. 818 inv. nr. 22820] Portret van Samson Polak (1837-1873) en zijn vrouw Anna Goldsmit (1847-1872) te Delfzijl, circa 1870 [Tg. 818 inv. nr. 22820]

Evenals in het nabijgelegen Appingedam vestigden zich in deze kleine aan de westelijke oever van de Eemsmonding gelegen havenplaats al vroeg enkele Joodse families. Ze waren afkomstig uit het aan de noordelijke oever van de Dollart gelegen Emden en andere Oostfriese plaatsen.

In 1655 kregen Isac Samuels, zijn vrouw Frouke Heimans en hun familie een vergunning van de plaatselijke autoriteiten om zich in Delfzijl en het nabijgelegen Farmsum te vestigen en er een bank van lening uit te oefenen. Kort na 1655 kregen nog drie echtparen vergunning om zich in het gebied te vestigen; namelijk Isaac Salomons en Bruntije Sijmens, Mozes Naatans en Gluitije Sijmens, en Salomon Isaäcks en Frouke Hindericks.Pogingen van de heersende hervormde kerk om de Joden te weren, liepen op niets uit.

Uit het dagboek van Glückel von Hameln, die in 1672 in Delfzijl bij een familielid overnachtte, weten we dat een van de toenmalige Delfzijlster Joden verwant was met de bekende Chajim Fürst uit Hamburg.

De Joodse bevolking van Delfzijl nam in de loop van de 17e en 18e eeuw toe van zo'n 25 personen in 1665 tot 52 zielen in 1809. De belangrijkste bronnen van bestaan gedurende deze periode waren het slachten van en de handel in vee en vlees, het uitlenen van geld tegen onderpand en de handel in ongeregelde goederen.

In de loop van de 19e eeuw groeide het aantal Joden verder tot een aantal van 196 in 1899. Daarna nam als gevolg van de veranderende sociale en econimische omstandigheden het aantal Joden gestaag af. In 1941 telde het havenstadje nog 155 Joden. In maart 1942 werd de Joodse bevolking gedwongen naar Amsterdam te vertrekken en zijn vervolgens vandaar gedeporteerd naar de vernietigingskampen. Slechts een tiental Joden wist de oorlog te overleven.

In 1982 is in het gemeentehuis van Delfzijl een monument onthuld ter nagedachtenis aan de Joodse inwoners van Delfzijl.

Joodse toneelvereniging Vreugde en Vriendschap te Delfzijl poseert voor hotel Dik [Tg. 818 inv. nr. 2308] Joodse toneelvereniging Vreugde en Vriendschap te Delfzijl poseert voor hotel Dik [Tg. 818 inv. nr. 2308]

V.l.n.r. op de voorgrond : Raphael Pais, Wilhelmina Meijer, Gelle Hoogstraal, Mietje Oudgenoeg, Arend Oudgenoeg, Flora Hoogstraal en Antje Hoogstraal. Links achter Gelle Hoogstraal, Karel Hoogstraal. Rechts achter : Gelle Hoogstraal, Meijer Gans, Mietje Oudgenoeg, Frommie Gans, Antje Hoogstraal, Jettie Goldsmit. Achter Flora Hoogstraal is het hoofd zichtbaar van haar broer Nathan Hoogstraal. Op de voorgrond, met zwarte hoed, de voorganger, David van Buuren, 1937

Synagoge

De synagogediensten werden aan het begin van de 19e eeuw gehouden in een gehuurd huis. In 1816 kopen een aantal leden van de Joodse Gemeente een huis aan de Landstraat.

Dit huis, dat in 1831 aanmerkelijk werd verbouwd en uitgebreid met een schoolgebouwtje, fungeerde tot 1842 als synagoge. Gedurende deze herstelwerkzaamheden diende de zogenaamde hospitaalkamer van de kleine kazerne als synagoge.

Een pand aan de Landstraat (sectie C nr. 222) fungeerde  van 1816 tot 1842 als synagoge en school. (Uitsnede Tg. 44 inv. nr. 193, 1832) Een pand aan de Landstraat (sectie C nr. 222) fungeerde van 1816 tot 1842 als synagoge en school. (Uitsnede Tg. 44 inv. nr. 193, 1832)

In 1842 schonk koning Willem II de voormalige huzarenstal op de hoek van de Kerkstraat en Oude Schans aan de Joodse Gemeente. Het gebouw werd verbouwd en ingericht als synagoge annex onderwijzerswoning. Achter het gebouw werd een afzonderlijk schooltje gebouwd.

Vanaf 1842 tot 1888 fungeerde de voormalige huzarenstal (sectie C nr. 348) op de hoek van de Kerkstraat en de Oude Schans als synagoge. (Uitsnede Tg. 44 inv. nr. 193, 1832) Vanaf 1842 tot 1888 fungeerde de voormalige huzarenstal (sectie C nr. 348) op de hoek van de Kerkstraat en de Oude Schans als synagoge. (Uitsnede Tg. 44 inv. nr. 193, 1832)

In 1887 werd ook dit gebouw verkocht. Vervolgens werd aan de Singel een nieuwe synagoge gebouwd, die in 1888 in gebruik werd genomen.

Na de oorlog werd dit gebouw verbouwd tot badhuis en later was er het Leger des Heils gevestigd.

De voormalige synagoge te Delfzijl destijds in gebruik bij het Leger des Heils, 1979 [Tg. 818 inv. nr. 2280] De voormalige synagoge te Delfzijl destijds in gebruik bij het Leger des Heils, 1979 [Tg. 818 inv. nr. 2280]

Begraafplaats

De begraafplaats van de Joodse Gemeente Delfzijl was gelegen te Farmsum. Wanneer ze is gesticht weten we niet. In 1680 werd er de eerste dode begraven. Maar de vestigingsvergunning voor Isac Samuels uit 1655 bevatte al een passage dat de Joden hun doden op een behoorlijke plaats mochten begraven.

Overzicht van de Joodse begraafplaats te Farmsum, circa 1970 [Tg. 818 inv. nr. 3617] Overzicht van de Joodse begraafplaats te Farmsum, circa 1970 [Tg. 818 inv. nr. 3617]

Grafsteen uit 1693 van Josef, zoon van Jehuda Leib Lipschitz op de Joodse begraafplaats te Farmsum, circa 1970 [Tg. 818 inv. nr. 3613] Grafsteen uit 1693 van Josef, zoon van Jehuda Leib Lipschitz op de Joodse begraafplaats te Farmsum, circa 1970 [Tg. 818 inv. nr. 3613]

Waarschijnlijk is de begraafplaats ergens tussen 1655 en 1680 gesticht. Overigens werden op deze begraafplaats, lange tijd de enige in de provincie Groningen, ook doden uit andere plaatsen ter aarde besteld. In 1703 was de begraafplaats te klein geworden en werd ze uitgebreid. In 1755 werd ze opnieuw vergroot.

De oudste grafsteen dateert uit 1693 en is eind 20ste eeuw overgebracht naar de synagoge in Groningen. De steen markeerde ooit het graf van Joseph Levie Lipschitz, hoogst waarschijnlijk de vader van Levie Jozefs de eerste 'bestuurder' van het kleine groepje Joden dat rond 1700 in de stad Groningen woonde. De familienaam Lipschitz of Lippschutz duidt op een afkomst uit de plaats Liebeschitz (Liběšice bij Žatec) in het tegenwoordige Tsjechië.

Rabbijnen

Het is niet bekend of de Joodse Gemeente Delfzijl in de 17e en 18e eeuw over een rabbijn beschikte. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de leden van de gemeenschap gebruik hebben gemaakt van de diensten van de rabbijnen van Appingedam.

Pas in het begin van de 19e eeuw is er sprake van iemand die als rabbijn fungeerde. Het was de in 1766 te Mainstockheim geboren Levij Samuel Withaan. Deze vervulde tevens de functie van voorzanger en schoolmeester. Daarnaast was hij besnijder.