Zoek op de website

Groninger kunstuitleen

begon in Galeries Modernes

door Beno Hofman

De Groninger kunstuitleen is terug in het centrum, niet ver van de plek waar het bijna vijftig jaar geleden voorzichtig begon.

In het Franse warenhuis Galeries Modernes aan de Vismarkt werd in maart 1957 voor het eerst een expositie gehouden van te lenen kunstwerken.

Dat het daarna nog jaren duurde voor Groningen een structurele kunstuitleen kreeg, kwam door meningsverschillen over het gebruik van zogeheten BKR-werken.

De in Leeuwarden geboren kunstenaar Pieter Kooistra is de uitvinder van de kunstuitleen. Omdat veel kunstwerken na de Tweede Wereldoorlog onverkoopbaar blijken, richt hij in 1955 in Amsterdam de Stichting Beeldende Kunst op, die werken koopt en daarna uitleent aan abonnees. Door onder andere in het Franse warenhuis Galeries Modernes tijdelijke tentoonstellingen te houden, probeert de SBK meer leners te vinden.

Kunstuitleen-primeur

Zo krijgt de in november 1954 aan de Vismarkt geopende vestiging van 9 tot 24 maart 1957 de Groninger kunstuitleen-primeur. De Nieuwe Provinciale Groninger Courant licht toe hoe men ‘voor enkele guldens per maand’ een kunstwerk aan de muur kan krijgen en dit daarna ‘tegen bepaalde reductie’ zelfs kan kopen.

Opening Galeries Modernes aan de Vismarkt in 1954. Fotobedrijf Piet Boonstra [1785-12108] Opening Galeries Modernes aan de Vismarkt in 1954. Fotobedrijf Piet Boonstra [1785-12108]

Met de oprichting van het Buro Culturele Zaken onder leiding van Pier Tania krijgt Groningen in 1966 meer kans op een structurele kunstuitleen.

Concreet wordt dit echter pas in 1971, als het SBK landelijk gaat met de opening van een eerste filiaal buiten Amsterdam en de BBK - Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars - een artoteken-plan lanceert. In tegenstelling tot de SBK wil de BBK ‘uitleen van het openbaar kunstbezit in het kader van de Beeldende Kunstenaars regeling BKR- de Kontra Prestatie’.

Kooistra garandeert kwaliteit en verzet zich heftig tegen de in zijn ogen vooral kwantiteit opleverende Beeldende Kunstenaars Regeling.

Deze in 1956 ingevoerde BKR geeft kunstenaars namelijk uitkeringen zonder daarbij te letten op de artistieke waarde van de geleverde contraprestatie.

‘werkcommissie artotheek’

Het gemeentebestuur stelt een ‘werkcommissie artotheek’ in. Spoedig blijkt dat niet alleen de SBK en BBK verschillend denken over het gebruik van de zogeheten BKR-werken.

Ook binnen de commissie en de PvdA zijn de meningen verdeeld.

Op 29 september 1975 stemmen het CDA, Max van den Berg, Jacques Wallage, Ypke Gietema en nog vier andere leden van de PvdA-fractie voor een kunstuitleen volgens het SBK-model, maar zijn de meerderheid van de PvdA en de andere partijen tegen. Zo kiest de raad met 21 tegen 14 stemmen voor een artotheek met BKR-werk.

Voor een aantal kunstenaars van de BBK duurt het allemaal veel te lang. Al in oktober 1973 bezetten zij een ruimte in het nieuwe Cultuurcentrum D’Oosterpoort, de beoogde vestigingsplek voor de artotheek. En in december 1976 voert BBK-voorman Tom Hageman nog eens actie op het stadhuis.

Op 1 januari 1978 is het eindelijk zover en opent Henk van Os tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van de gemeente in D ‘Oosterpoort de artotheek.

Het is de bedoeling dat deze een hoofdlocatie krijgt in het centrum en zo komt ze in het najaar van 1980, samen met het Beeldende Kunstenaars Documentatiecentrum en het BKR-buro, terecht in De Faun aan het Ged. Zuiderdiep.

In 1988, als de artotheek als gevolg van de afschaffing van de BKR met het documentatiecentrum het Centrum Beeldende Kunst is geworden, komt de kunstuitleen terug in D’Oosterpoort.

Hoewel het CBK met de uitbreiding van het cultuurcentrum in 1991-’92 veel ruimte wint, wordt de gedeeltelijke terugkeer naar het centrum nu erg toegejuicht.