1785_07169_cr_.jpg

Na zijn overwinning in Heiligerlee wist Lodewijk van Nassau geen voordeel te halen uit de situatie. Hoewel zijn troepen nog in aantal groeiden had hij niet voldoende manschappen om de stad Groningen in te nemen. Aan de andere kant waren de Spaanse troepen niet in staat de opstandelingen te verslaan. Volg de Vertaalslag rond Heiligerlee.

De situatie veranderde pas toen de hertog van Alva met een grote troepenmacht naar het noorden trok. Na eerst in Brussel een groot aantal edelen te hebben terechtgesteld als afschrikwekkend voorbeeld, verscheen hij op 15 juli met zijn troepen in Groningen. Lodewijk wachtte zijn komst niet af, maar trok zijn troepen terug over Slochteren, Winschoten en Bellingwolde naar Jemgum.

Prent over de Slag bij Jemgun of Jemmingen bij de Eems, 21 juli 1568. Groninger Archieven (817-1924)
Prent over de Slag bij Jemgum of Jemmingen bij de Eems, 21 juli 1568. Groninger Archieven (uitsnede 817-1924)

Daar vond op 21 juli de afrekening plaats. Aanvankelijk hielden de verdedigers nog stand, maar toen de hoofdgroep van Alva’s leger naderde sloeg algehele paniek toe. Van de 7000 soldaten in Lodewijk’s leger zouden er 6000 sneuvelen, hetzij gedood op de vlucht, hetzij verdronken in de Eems.
Lodewijk zelf wist te ontkomen, al dan niet in zijn hemd, zoals Sijbrant Sickes in zijn verhoor in Amsterdam vertelde.

Tot de verliezers hoorden ook de inwoners van Jemgum. Op 24 september schreef de drost van Emden, Unico Manninga, een brief aan zijn zwager Johan de Mepsche, met het verzoek om teruggave van brouwketels, aambeelden en ander gereedschap afkomstig uit Jemgum, die zich nu in Groningen zouden bevinden. Niet alleen hadden ze have en goed door het krijgsgeweld verloren, ze misten nu ook de mogelijkheid om in het levensonderhoud van hun gezin te voorzien:

Fragment brief Unico Manninga, 24 -9-1568 Groninger Archieven (2100-1462.93)
Fragment brief Unico Manninga, 24 -9-1568 Groninger Archieven (2100-1462.93)

…mich klaglich zu erkennen gegheben, das inen, in nehestverflossen emporung unnd kreichs leuffen, so sich daselbest ahm jungsten zugetrhagen, nit allein ire häbe unnd gütheren, sünder auch ires handt werchs instrumenten, damit sie sich zu ernheren, unnd ir brhoet, für ire armes weijb und kinnderen, nach Gottlicher ordnungh, saürlich zu verdhienen gehoffet, abhendich gemacht unnd benhommen, nemlich diesem seine beijde brhowkessellen, jennem aber ihre ambolten und rheschaften…

 

 

Albert Beuse

Hoofd Studiezaal/ Gemeentearchivaris